“Pas als je dood bent
zullen ze waardevol zijn”,
troost hij de schilder.
Anoniem
Bij eerste lezing kan deze haiku van een anonieme dichter hard lijken. Maar dat hoeft niet zo te zijn. We kunnen er op verschillende manieren naar kijken.
In de eerste plaats weten we niet wanneer de haiku is geschreven. Dat is al een interessante vraag. De internetpagina of het boek waar de haiku in staat kan een aanwijzing zijn over de tijd waarin de dichter leefde. Als daarin alleen heel oude haiku’s worden besproken geeft dat een indicatie van de tijd waarin deze is geschreven.
Dat is interessant omdat dat zou betekenen dat ook in de verschillende voorbije tijden het beeld bestond van de arme, hardwerkende kunstenaar die pas na zijn dood beroemd zou worden.
De haiku kan ook als enigszins cynisch gelezen worden. Deze troostende woorden heeft de schilder helemaal niets aan. Op het moment van schilderen moet hij ook eten, materialen kopen om te kunnen schilderen, kortom leven.
Om een beroemde voetballer-filosoof te parafraseren: “elk nadeel heeft zijn voordeel”. Het mag dan voor de schilder op het moment moeilijk zijn, na zijn dood, als hij beroemd geworden is, zullen zijn schilderijen waardevol zijn.
En dat relativeert ook. Als ik deze gedachte omdraai, heeft de schilder tijdens zijn leven geen reden om zich op de borst te kloppen. Dat kan pas als hij beroemd is. En dan is hij er niet meer, volgens de anonieme haiku-dichter. Dus het enige wat de schilder kan doen is gewoon doorgaan met schilderen en zijn leven accepteren zoals het is.
Wat mij tenslotte wel opvalt terwijl mijn gedachten hierover dwalen is dat het in deze haiku gaat over persoonlijke roem, over ego. Daaruit zouden we kunnen concluderen dat deze haiku niet uit een tijd van heel lang geleden stamt. In vroeger tijden, de middeleeuwen of eerder, was de naam van de kunstenaar niet belangrijk, zijn kunst stond in dienst van God of de Keizer.
Misschien is deze haiku toch jonger dan ik dacht.


Geef een reactie