De lintjesregen is dit jaar ook in de boeddhistische wereld neergedaald. Op 24 april werd André Kalden benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Rob Metz speldde hem in Soest de bijbehorende versierselen op vanwege zijn met hart en ziel gedreven inzet voor het boeddhisme en interreligieuze dialoog in Nederland en Nepal.

Kalden was voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (2011-2014) en Stichting Vrienden van het Boeddhisme (2017-2025) en bestuurslid van de Stichting Prinsjesdagviering (2014-2018). Daarnaast zette hij zich jarenlang in voor de interreligieuze doelstellingen van de werkgroep In Vrijheid Verbonden.
Zelf richtte hij in 2000 de Stichting Muktinath Foundation International op, ter ondersteuning van het boeddhistisch-hindoeïstisch pelgrimsoord Muktinath in Nepal, en vervulde gedurende twintig jaar de voorzittersrol.
Sinds 2025 is hij voorzitter van de Stichting Boeddhistisch Geestelijke Verzorging (BGV), voorheen Stichting Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI).
Onderstaand fragment uit de uitreikingsspeech beschrijft de kenmerkende wijze waarop André Kalden invulling gaf – en geeft – aan al deze onbezoldigde activiteiten.
“Onbaatzuchtigheid en mededogen zijn kernbegrippen in het boeddhisme. Zij typeren ook de vrijwilliger die u bent. U bent de afgelopen decennia van grote betekenis geweest voor de organisatie van het boeddhisme in Nederland. U deed en doet dat voor verschillende organisaties, met een enorme gedrevenheid, focus, energie en vindingrijkheid in het zoeken en vinden van interreligieuze verbinding.”
Deze ridderorde is een bijzondere erkenning, zowel voor André Kalden zelf, als voor het maatschappelijke belang van het boeddhisme in Nederland.
Bron persbericht BGV


Geef een reactie