Broeder Weetal is de naam die de schrijver van deze woorden inviel toen hij zichzelf als afleraar in dienst nam en zich zonder voorbehoud onder diens gezag stelde.
Meester Maya is de spirituele naam die Broeder Weetal van zijn afleraar ontving toen hij op een witte donderdag de illusie doorzag en de hoogste realiteit realiseerde. De naam is afgeleid van māyā, dat in het Sanskriet illusie betekent, droom, magie.
Meester Mayamaya is de spirituele naam die meester Maya van zijn afleraar ontving toen hij op een zwarte zaterdag de hoogste realiteit doorzag en de leegte realiseerde.
Mayday Mayday is wat meester Mayamaya dacht toen hij op een blauwe maandag de leegte doorzag en zich niets meer realiseerde. Niets nieuws en niets ouds, niet het niets en ook niets anders. Waarop hij een zucht van verlichting slaakte waaraan nog steeds geen eind is gekomen.
Hoe dat voelt? Een groot genoegen, zegt hij, verder wil hij niet gaan, woorden als verlichting, realisatie en ontwaken hebben voor hem afgedaan, als ze het al ooit deden.
Daarom weigert hij iedere spirituele naam, al heeft hij, toegegeven, even overwogen om zichzelf meester Mayday te noemen, wat hem echter aan de lente deed denken en hoe moet het dan de rest van het jaar.
Als je hem vraagt hoe hij aangesproken wil worden, zegt hij altijd: Zie maar, ik weet het niet meer, en dat is hoe meester Ziemaar aan zijn bijnaam komt.
Als je hem daarmee aanspreekt, roept hij altijd: Ach, quatsch, en dat is hoe meester Quatsch aan zijn bijnaam komt.
Als je hem daarmee aanspreekt, roept hij altijd Mama Mia, en dat is hoe meesteres Mia aan haar bijnaam komt.
Als je haar daarmee aanspreekt, springt ze uit haar vel en gilt ten einde raad: Maya, stelletje gekken, het is allemaal maya, en maya is ook maya, dus wat wil je nou.
Waarop mensen haar weer meester Maya noemen en hij eindelijk het zinloze van zijn verzet inziet.
Die Hans.

