‘Ware liefde is onvoorwaardelijk, Hans.’
‘Wat versta jij onder onvoorwaardelijk liefde?’
‘Dat je overal ruimte voor hebt.’
‘Ook voor haat?’
‘O. Nee, dat natuurlijk niet.’
‘Ook voor bekrompenheid?’
‘Ik geloof niet…’
‘Ook voor onverschilligheid?’
‘Nou…’
‘Ook voor voorwaardelijkheid?’
‘Eh…’
‘Ook voor mensen die geen ruimte hebben voor haat, bekrompenheid, onverschilligheid, voorwaardelijkheid enzovoort?’
‘Dat is te zeggen…’
‘Nogal voorwaardelijk hè, jouw onvoorwaardelijke liefde?’
‘Een beetje wel.’
‘Niet zo heel liefdevol ook.’
‘Het kon beter.’
‘Heb je daar wel ruimte voor?’
‘Dat zou wel moeten, hè.’
‘Hoezo?’
‘Ware liefde is onvoorwaardelijk, Hans.’

