Waarom neem je het op voor sommige mensen en dieren maar niet voor andere?
‘Stop dierenleed, draag geen bont!’
Hans: ‘Zou jij liever te jong sterven of nooit geboren zijn?’
‘Te jong sterven, daar hoef ik echt niet over na te denken.’
‘Waarom zou dat voor pelsdieren anders zijn?’
‘Omdat ze net als mensen recht hebben op een volledig leven.’
‘Als ze niet werden gefokt voor hun pels zouden ze nooit geboren zijn.’
‘Ben jij soms voor het gebruik van bont?’
‘Niet voor, nee.’
‘Dan moet je er wel op tegen zijn.’
‘Alleen volgens een tweewaardige logica.’
‘Dan moet je wel neutraal zijn.’
‘Alleen volgens een driewaardige logica.’
‘Heb jij dan helemaal geen medelijden?’
‘Met wie?’
‘Met de dieren die geslacht worden om hun pels.’
‘Ook.’
‘Met wie dan nog meer?’
‘Met jou. Met dierenactivisten.’
‘Waarom?’
‘Omdat jullie lijden aan dierenleed.’
‘Dat nemen we graag voor lief.’
‘Met de fokkers heb ik ook medelijden.’
‘Wát?’
‘Denk je dat het leuk is om bedreigd en lastiggevallen te worden?’
‘Ze vragen erom.’
‘Niemand vraagt om geweld.’
‘Je weet best wat ik bedoel.’
‘Met de liefhebbers van bont heb ik ook medelijden.’
‘Nou ja, zeg.’
‘Omdat ze zich steeds schuldiger voelen.’
‘Dat is ze geraden ook.’
‘En omdat ze zomaar door iedereen uitgescholden kunnen worden.’
‘Dan komen ze er nog goed vanaf.’
‘Ben je zelf ooit in die positie geweest?’
‘Ik draag geen bont en ik heb het nooit gedragen.’
‘Zomaar door iedereen uitgescholden kunnen worden, bedoel ik.’
‘O. Ja. Op school, jarenlang.’
‘Gepest?’
‘En het bleef niet bij schelden.’
‘Een fijne herinnering zeker?’
‘Dus jij hebt zowel medelijden met de pelsdieren als met de activisten, de fokkers en de bontliefhebbers?’
‘En met de politieagenten natuurlijk.’
‘Hoezo?’
‘Die moeten steeds in actie komen tegen steeds dezelfde actievoerders.’
‘Hadden ze maar een ander vak moeten kiezen.’
‘En met de journalisten.’
‘Huh?’
‘Die moeten steeds dezelfde berichten schrijven over steeds dezelfde acties.’
‘Tot het eindelijk een keer doordringt, ja. Daar zijn ze voor.’
‘Met de nieuwsvolgers heb ik ook medelijden.’
‘Welja.’
‘Die moeten steeds dezelfde berichten over dierenleed lezen.’
‘Zo kun je alles wel leed noemen.’
‘Slecht nieuws is een van de meeste onderschatte bronnen van menselijk lijden.’
‘Wie er niet tegen kan die leest het gewoon niet.’
‘Jij leest toch ook alles over dierenleed?’
‘Jawel.’
‘Lijd je eronder?’
‘Het doet me zeer, ja.’
‘Waarom stop je er niet mee?
‘Ik ga niet wegkijken, dat kan ik niet.’
‘Nou dan.’
‘Verder nog medelijden met iemand?’
‘Jawel, met mezelf.’
‘Echt?’
‘Door al dat medeleven met iedereen.’
‘Jij liever dan ik, Hans.’
‘Valt mee hoor, ik neem mijn gevoelens niet meer zo serieus als vroeger.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik helemaal niet weet of al die mensen en dieren nu wel zo vreselijk lijden.’
‘Leed is leed.’
‘Voor jou wel.’
‘Voor jou toch ook?’
‘Natuurlijk niet. Misschien hebben ze nergens last van. Misschien weten ze niet beter. Misschien hebben ze er plezier in. Misschien hebben ze er gemengde gevoelens over.’
‘Wat weet jij daarvan?’
‘Niets, dat is nu net het punt. Ik heb het ze niet gevraagd, ik heb het niet onderzocht, het is hoe ik denk dat ik me zou voelen in hun schoenen. In hun huid.’
‘Pels.’
‘Ik kan wel denken dat mensen of dieren zielig zijn, daarom zijn ze dat nog niet. Ik kan wel denken dat ze het anders willen, daarom willen ze dat nog niet. Ik kan wel denken dat ik weet hoe ik me zou voelen in hun plaats, daarom weet ik dat nog niet.’
‘Daarom leven we ons in.’
‘Inleving begint met projectie en meestal eindigt het ermee. Wie onvoorwaardelijk in zijn eigen projecties gelooft, leeft zich alleen in zichzelf in. Die leeft in zijn eigen wereldje, dat hij aanziet voor de wereld zelf.’
‘Ik snap het niet, voor wie neem jij het nu eigenlijk op?’
‘Voor iedereen dus. Inclusief degenen die net als ik geen idee hebben voor wie ze het moeten opnemen.’
‘Dat is toch geen doen?’
‘Het is niet-doen.’
‘Wat is niet-doen?’
‘Wat je doet als je niet-weet.’
‘Hoe werkt dat dan?’
‘Het werkt niet, het gebeurt.’
‘Hoe dan?’
‘Dat zie je toch?’

