De moetwil is een innerlijke instantie die jou tegen je zin zijn wil oplegt. Hij staat voor alles wat je niet wilt willen maar toch wilt, en voor alles wat je wel wilt willen maar niet wilt.
Hoewel heel wat rokers niet meer willen willen roken, willen ze nog steeds roken, dankzij die verdomde moetwil. Heel wat mensen die niet meer willen willen leven, willen toch nog leven en moeten dus door, terwijl anderen wel willen willen leven, maar niet meer kunnen en er dus mee moeten stoppen.
De moetwil is een onvrije wil, een oneigenwil zou je kunnen zeggen. De tegenhanger van de moetwil is de moedwil, de eigenwil – wat wij gewoonlijk de vrije wil noemen.
In plaats van de moetwil op te vatten als een andere wil dan de moedwil, alsof er twee verschillende willen aan het werk zijn, een welwillende, Dr Jekyll, en een dwingeland, Mr Hyde, kun je beide zien als de keerzijden van een enkelvoudige wil, die deels vrij is en deels onvrij, deels gewild en deels ongewild, deels meewerkend, agonistisch, deels tegenwerkend, antagonistisch.
Voor mij zijn de wil, de vrije wil, de onvrije wil, de eigenwil, de oneigenwil, de moetwil, de moedwil, geen bestaande zaken; het zijn woorden, wijzen van spreken, stijlfiguren. Iets voorstellen als persoon, agens, subject heet personificatie (verpersoonlijking), iets voorstellen als onderdeel, faculteit, object heet reïficatie (verdinging, verdinglijking).
Stijlfiguren zoals personificatie en reïficatie maken het eenvoudiger om over abstracties te praten. Het gevaar is dat je ze letterlijk gaat nemen, alsof het voorgestelde, de wil in dit geval, daadwerkelijk een persoon of een zaak is. Niet dat ik dat wil ontkennen; ik wil het in het midden laten, zodat iedereen er het zijne van kan (of moet) denken. Zelf weet ik niet of ze bestaan en hoef ik het niet meer te weten.
Omdat ik (verpersoonlijking) allerlei dingen wil die ik (verpersoonlijking) helemaal niet wil willen, overheerst de moetwil (verpersoonlijking) mijn gemoed (verdinglijking). Hij (verpersoonlijking) is sterker dan ik (verpersoonlijking), laat zich door mij (verpersoonlijking) niet overhalen of negeren, daarom noem ik (verpersoonlijking) hem (verpersoonlijking) weleens de mammoetwil (verdierlijking).

