‘Als pacifist, vegetariër en boeddhist heb ik beloofd niets of niemand te doden en alle voelende wezens te redden, Hans.’
‘Waarom?’
‘Doden is fout, redden is goed.’
‘Mensen doden ook om te redden.’
‘In de oorlog misschien, niet in het dagelijks leven.’
‘Driemaal daags. Tenminste, wie het zich kan veroorloven.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Eten.’
‘Wat heeft dat ermee te maken?’
‘Eten is redden door te doden.’
‘Je kunt toch vegetarisch eten?’
‘Vegetarisme is planten doden in plaats van dieren.’
‘Planten zijn lagere wezens.’
‘Dan zullen we het maar niet hebben over de verdelgingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt om insecten te bestrijden.’
‘Met biologische landbouw kun je…’
‘Of over het vee dat de mest produceert en als dank zelf opgegeten wordt.’
‘Niet door mij.’
‘Wel door je medemens, en vergeet onze huisdieren niet.’
‘Het is een schande.’
‘Geef je ze liever een spuitje?’
‘Onze huisdieren of de medemens?’
‘Iedere vorm van landbouw, ook biologische, begint met de vernietiging van lokale ecosystemen.’
‘Misschien moet ik maar helemaal stoppen met eten.’
‘Niet eten is een vorm van zelfdoding die versterving wordt genoemd.’
‘In elk geval dood je er geen andere levende wezens mee.’
‘Vergeet je darmflora niet, en alles wat er verder in, op en van je leeft.’
‘Verdraaid.’
‘Maar de wormen zullen je dankbaar zijn.’

