‘Wat is jouw morele code?’
‘Het goede zoeken, het kwade mijden, Hans.’
‘Wat als het goede ook kwaad is en het kwade ook goed?’
‘Goed is goed en kwaad is kwaad.’
‘Geef eens een voorbeeld van iets dat alleen goed is.’
‘Helpen is alleen goed.’
‘Soms maak je iemand afhankelijk door hem te helpen.’
‘Wanneer iemand in nood verkeert, is het onze morele plicht…’
‘Soms ontneem je iemand zijn zelfrespect door hem te helpen.’
‘Wou jij beweren dat je beter niet kunt helpen?’
‘Soms vergroot je iemands lijden door hem niet te helpen, soms door hem wel te helpen.’
‘Wat moeten we dan doen?’
‘Wie zegt dat we iets moeten doen?’
‘Moeten we dan alles maar laten?’
‘Wie zegt dat we iets moeten laten?’
‘Ik wil de juiste keuzes maken.’
‘Wie zegt dat er juiste keuzes zijn?’
‘Gesteld dat die er zijn.’
‘Wie zegt dat je zelf kunt kiezen?’
‘We hebben toch zeker een vrije wil?’
‘Denk je dat uit vrije wil?’
‘Wat is moraliteit voor jou?’
‘Dit is moraliteit voor mij.’
‘Het goede in het kwade zien, het kwade in het goede?’
‘Om te beginnen.’
‘En de moraal van dit verhaal?’
‘Moraal is geen verhaal.’

