Eerst was ik gelukkig hoewel ik geen tanden had, ik wist niet beter. Toen maakte het me ongelukkig, ik wilde bijten.
Eerst was ik gelukkig omdat mijn tanden doorkwamen, nog even geduld en ik kon bijten. Toen maakte het me ongelukkig, het deed zo zeer.
Eerst was ik gelukkig omdat ik een melkgebit had, nu kon ik kauwen. Toen maakte het me ongelukkig, mijn tanden vielen alweer uit.
Eerst was ik gelukkig omdat mijn grotemensentanden doorkwamen, nu werd ik als iedereen. Toen maakte het me ongelukkig, het deed zo zeer.
Eerst was ik gelukkig omdat ik grote tanden had, nu was ik als iedereen. Toen maakte het me ongelukkig, ik kreeg gaatjes.
Eerst was ik gelukkig omdat mijn tanden afbrokkelden en uitvielen, daar was ik mooi vanaf. Toen maakte het me ongelukkig, nu kon ik niet meer kauwen.
Eerst was ik gelukkig omdat ik een kunstgebit kreeg, dan kon ik weer kauwen. Toen maakte het me ongelukkig, het deed zo zeer.
Ten slotte was ik gelukkig hoewel ik geen tanden meer in had. Ik wist niet beter.
