‘Voor hem die weet, zijn duizend verklaringen niet voldoende; voor hem die niet weet is ieder teken teveel.’ Wervelende dwaalgesprekken over mystiek niet-weten.

De serie Dansen in het duister – De derwisj en de dwaas (kortweg Dansen in het duister of De derwisj en de dwaas) bestaat uit honderd dwaalgesprekken over soefisme en agnose.

Ieder gesprek begint met een citaat van een dode derwisj. Ik had best citaten van levende derwisjen willen gebruiken, maar die kon ik niet vinden in Harderwijk, waar ik de eerste versie van deze dialogen schreef. Zonder bril had ik er niet eens de boekenwinkel of de bibliotheek kunnen vinden.

“Niet-weten gaat bij mij gepaard met verrukking. Ik word er high van, gewichtloos. Ik ga ervan zweven. Als een ooievaar cirkelend in thermiek. Derwisj met vleugels, klepperend zonder nest.”

Omdat mijn derwisjen allemaal overleden zijn, bleef hun bijdrage aan de dwaalgesprekken beperkt tot meedelen in plaats van meepraten. Voor de broodnodige wisselwerking heb ik een stand-in ingehuurd, Ayah (‘Ah ja’) in de rol van aangever. Een dialoog voor twee personen leest beter weg dan een dialoog voor één personen, al blijft het vanuit het perspectief van de schrijver een monoloog.

Ikzelf neem de rol van dwaas op me. Daar moet je niet te licht over denken. Ja, als baby ging het nog vanzelf. Vervolgens ontwikkelde ik me een twee drie tot een onverbeterlijke wijsneus die zowat een halve eeuw het hoogste woord voerde, wat een ouwehoer. Uiteindelijk heb ik hem de mond kunnen snoeren, maar mijn mond houden kan ik nog steeds niet. Eens een dwaas, altijd een dwaas. De rest is schone schijn. Afijn.

Close-up van de gezichten van een ernstige derwisj met muts en een olijke derwisj met narrenkap die naar elkaar kijken.

De derwisj en de dwaas.

Onder ieder citaat in deze serie staat van wie het afkomstig is, ik bedoel, aan wie het toegeschreven wordt, terecht of onterecht. Denk erom dat je nooit maar dan ook nooit de woorden leest zoals ze oorspronkelijk door de geciteerden zijn uitgesproken en opgetekend. Je leest vertalingen en vertalingen van vertalingen.

Een aantal van die vertaalde vertalingen heb ik ook nog eens geparafraseerd om de formulering en de interpunctie aan te passen aan de eisen van de dialoog, aan mijn eigen smaak en aan de nieuwe eeuw, wat hopelijk op hetzelfde neerkomt. Weer een stapje verder verwijderd van het origineel.

“Zwevende ben ik niet in de hel, niet in de hemel. Niet hier en niet daar. Een wolk van niet-weten, onderweg naar nergens.”

De derwisj en de dwaas is geen cursus soefisme. Het is geen cursus niet-weten. Het is geen cursus wat dan ook. Je kunt er best wat van opsteken, maar daar is het me niet om te doen. Juist niet.

Ik gebruik citaten uit een islamitische mystieke traditie waar het niet-weten als een rode, zeg maar gerust gouden draad doorheen loopt om te kunnen demonstreren wat een radicaal, postreligieus, postfilosofisch, postpostmodern niet-weten inhoudt. Soeficitaten zijn lonten in mijn kruitvat. Al loopt het onveranderlijk met een sisser af. Sst.

Wie niet weet heeft niets te zeggen, dit ook niet. Dat doet hij door 1. te weerleggen wat anderen zeggen en 2. zijn eigen weerleggingen te weerleggen. Niet op eigen gronden, want die heeft hij niet, maar op die van zijn tegenspreker, voor zover die ze heeft.

Wat heb je eraan om deze dialogen te lezen?

Op zijn ergst berooft het je van je troetelgedachten. Dat is altijd het risico van lezen.

Op zijn best bevrijdt het je uit de houdgreep van alle gedachten, welke dan ook, van wie dan ook, waaronder deze. Niet van de gedachten op zich, die blijven komen en gaan en wat doe je eraan, maar uit hun houdgreep. Dat zou mooi zijn, misschien, maar ook daar is het me niet om te doen.

“Eens een dwaas, altijd een dwaas. De rest is schone schijn.”

Mij gaat het erom de dans van niet-weten te dansen en al draaiende uit mijn gedachten te treden, de vrije ruimte in. Keer op keer, telkens weer. Duister te worden als het heelal. En net zo wijd.

Kring van acht dansende derwisjen tegen de achtergrond van het heelal.

“Mij gaat het erom de dans van niet-weten te dansen en al draaiende uit mijn gedachten te treden, de vrije ruimte in.”

Uittreding is een ander woord voor extase. Dat is afgeleid van het Griekse ekstasis, van ek, uit, en stasis, stand. In het Nederlands betekent het verrukking, trance, exaltatie.

Niet-weten gaat bij mij inderdaad gepaard met verrukking. Trance kun je het niet noemen, ik ben volledig bij mijn positieven. Maar ik word er high van, gewichtloos. Ik ga ervan zweven. Als een ooievaar cirkelend in thermiek. Derwisj met vleugels, klepperend zonder nest.

Zwevende ben ik niet in de hel, niet in de hemel. Niet in samsara, niet in nirwana. Niet hier en niet daar – neither here nor there, zegt de Engelsman. Een wolk van niet-weten*, onderweg naar nergens.

Misschien dat het me daar om te doen is.


* Een wolk van niet-weten is een tractaat uit de middeleeuwen over christelijke mystiek.

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu