‘Juiste Spraak’ (sammã –vãcã / samyag-vãc) is één van de drie elementen van moraliteit (silakkandha) in het boeddhisme. Geheel in overeenstemming daarmee wil ik pleiten voor het op een constructieve wijze spreken met elkaar in reacties op artikelen van het Boeddhistisch Dagblad, in plaats van te gaan redetwisten en een woordenstrijd te voeren na het kennis nemen van uiteenlopende, dissidente en soms zelfs ronduit tegenstrijdige meningen.

Het doel van constructieve reageren middels “Juiste Spraak” is: door middel van het voeren van dialogen op een voor alle betrokkenen positieve wijze opbouwend uitwisselen van gedachten over ingebrachte ideeën, uitgangspunten; kwesties, vragen enzovoorts. Verschillen van inzicht zijn daarbij eerder nuttig dan verwerpelijk. Bereiken van overeenstemming is ondergeschikt aan het respectvol leren van elkaar. Het gaat er niet om wie gelijk heeft en wie niet, maar om “wat leer ik hiervan?” (inplaats van “wat kan de ander van mij leren?”)
“Wat is juiste spraak? Je onthouden van liegen, verdeeldheid zaaien door woorden; woorden verdraaien, en loos gepraat. Dit heet ‘Juiste Spraak’” . Wat “Juiste Spraak” precies inhoudt, kun je lezen in de Samaññaphala Sutta, Kevatta Sutta, Cunda Kammaraputta Sutta en de Abhaya Sutta.

Samengevat -ik zeg het nu in mijn eigen woorden- komt het er op neer dat je:

  • je best doet om de waarheid te spreken, aan de waarheid vast te houden, en betrouwbaar te zijn in wat je zegt
  • hetgeen je hier vernomen hebt, niet dáár gaat vertellen om partijen uit elkaar te drijven, maar dat je je juist inzet om verdeeldheid te voorkomen en zo mogelijk te herstellen; omdat je éénheid liefhebt, vreugde beleeft aan éénheid; en er plezier aan beleeft om woorden te kiezen die éénheid bewerkstelligen
  • woorden spreekt die de luisteraar aangenaam in het oor klinken, die genegenheid tonen, rechtstreeks naar het hart gaan, vriendelijk zijn en die mensen uiteindelijk positief aanspreken en op termijn vreugde geven
  • spreekt in overeenstemming met de dhamma, en de vinaya (klooster)ethiek  en spreekt in overeenstemming met de situatie (bijvoorbeeld afgestemd op het begripsniveau van de luisteraars), feitelijk, in overeenstemming met het doel dat wordt nagestreefd. Je spreekt woorden die het waard zijn te bewaren: redelijk, afgebakend (niet voor meerderlei uitleg vatbaar), doelgericht en doelmatig
  • géén woorden spreekt die de Tathagata (de term waarmee de Boeddha naar zichzelf verwees) kent als niet feitelijk, niet doelmatig en niet doelgericht, onhartelijk en voor anderen niet te accepteren.

Wat het laatste betreft: de Tathagata geeft aan dat het soms nodig kan zijn om woorden te spreken die anderen niet graag horen of zelfs afwijzen. Als je die woorden gebruikt – en nogmaals: dat kan nodig zijn – dan dien je deze woorden altijd nog op respectvolle wijze te presenteren, doelmatig en juist gedoseerd zodat ze niet afstoten en de ander in het harnas jagen, want dan bereiken ze niet het beoogde doel. En het doel is: inzicht verkrijgen, lijden beëindigen. De Tathagata – Sakuamuni Boeddha – wijst nadrukkelijk op het belang om te weten wanneer, hoe en tegen wie je iets zegt, omdat hij sympathie heeft voor ieder levend wezen. Daarmee is dus ook duidelijk dat je zelfs tegen huisdieren en ander dieren op je woorden moet letten.

Indachtig bovenstaande nu het volgende over constructieve gesprekvoering.
Vraag je zelf eens af, voor je reageert op een artikel in het Boeddhistisch Dagblad:

Wil je zelf iets leren?
Wil je jouw horizon verbreden?
Wil je jouw inzicht verdiepen?

Als je op alle deze drie vragen “nee” antwoordt, wees dan wijs en plaats géén reactie. Zeg je tenminste één keer ‘ja’, denk dan aan het volgende (in willekeurige orde van belangrijkheid):

  • Zolang er strijd is over ideeën, is er geen gelijkwaardige ik – gij relatie; en als ideeën juist noch onjuist zijn, is er geen reden er over te strijden.
  • Wees helder in wat je te berde wilt brengen, zonder verborgen agenda, tactiek en strategie.
  • Wees er niet op uit in je reactie de ander af te troeven.
  • Reageer niet om eigen behoeften te bevredigen; frustraties kwijt te raken of gekwetst zijn te revancheren.
  • Vraag jezelf af waarom je (ook) iets wilt zeggen:
    • Om de anderen te laten weten dat je ook (nog) meedoet?
    • Wil je het gesprek domineren, de boventoon voeren of zelfs (wat?) winnen?
    • Ben je bang dat jouw punt straks niet meer relevant is?
  • Mensen leren het meest en zijn het creatiefst wanneer ze met ideeën spelen, inplaats van ermee te worstelen.
  • Boosheid, gekwetstheid, angst en andere emoties hinderen het denken; laat je emoties eerst tot rust komen voor je reageert.
  • Met stemverheffing (schrijven in KAPITALEN) en het gebruiken van uitroeptekens maak je vooral duidelijk dat hetgeen je inbrengt niet erg sterk is!!!!.
  • Niemand, hoe slim of hoe goed geïnformeerd ook, kan alle implicaties van een idee overzien, maar als we ruzie maken, beweren we dat wel te kunnen…
  • Flexibel zijn is niet hetzelfde als “met alle winden meewaaien” of “slapjanus zijn”
  • Wat voor de één wel een dilemma is, hoeft voor de ander géén dilemma te zijn. En omgekeerd.
  • Gevoelens zijn feiten op het niveau dat het gevoel er is voor degene die het voelt.
  • Zowel gevoelens van positieve verbondenheid (sympathie) als gevoelens van afkeer jegens de gesprekspartner en/of diens ideeën (antipathie) sturen het verloop van het gesprek onbewust waardoor het gesprek zich niet “vrij”kan ontwikkelen.
  • Houdt in je reacties rekening met de gevoelens die de deelnemers aan het gesprek hebben door je actief in te leven in hun belevingswereld en door je te verplaatsen in hun gevoelens en gedachtegang (empathie).
  • Voer het gesprek vanuit compassie = een mentale staat van oprechte betrokkenheid bij de ander vanuit de wens dat deze verlost / vrij zal zijn van lijden.
  • Verwar compassie niet met medelijden en/of mededogen.
  • Ga er welwillend van uit dat degene die een gevoel heeft, dat gevoel het beste kent.
  • Trek gevoelens van een ander nooit in twijfel ,
    • geef zo nodig aan dat je het moeilijk vindt om je er in te verplaatsen
    • of om het mee-te voelen / in te voelen.
  • Sluit je niet af voor gevoelens – noch voor die van jezelf, noch voor die van de ander(en);
  • Ga niet in de verdediging tegen (uitingen van) gevoelens die jou kwetsen of pijn doen; maar zeg wat je door die (uitingen van) gevoelens zelf ervaart – zonder de ander te willen kwetsen of pijn te willen doen.
  • Licht desgevraagd – en zo mogelijk (wat lang niet altijd zal lukken) – jouw eigen gevoelens toe.
  • Breng (jouw) waarheid nooit plompverloren (hoewel dat wel erg makkelijk is), maar doe je best het altijd op een invoelende manier te doen.
  • Geef zo nodig adequate maar vooral oprechte respons aan de ander om aan te geven dat je écht luistert – en dat hij wordt gehoord en verstaan!
    • “Gehoord “ in de betekenis van: dat je hem aandachtig aanhoort en dat je kennisneemt van hetgeen hij meedeelt zodat je op grond daarvan op invoelende wijze gepast kunt reageren.
    • “Verstaan” in de betekenis van: dat je de betekenis en draagwijdte van wat hij zegt begrijpt en invoelt.

Wat voor constructief reageren op artikelen in het BD geldt, geldt ook voor het voeren van gesprekken met anderen in het alledaagse bestaan. Stel je constructief op, bewaak het constructieve karakter van een gesprek, en leer van elkaar.

Voor het schrijven van dit artikel heb ik onder meer gebruik gemaakt van 1) het boekje “De Kunst van het Luisteren” geschreven door Michel Kahn – Uitgeverij Nirwana, 2007, en 2) de Anthology van Zen-River.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

6 reacties op Over ‘Juiste Spraak’

  1. Kay schreef:

    Het is allemaal redelijk wat in dit artikel te berde wordt gebracht. Toch nog een opmerking in algemene zin. Wat boeddhisme doet is betekenis geven aan woorden die niet specifiek wat van het boeddhisme is en met die specefieke betekenis en interpretatie anderen, niet boeddistische, afrekenen. Min of meer wordt gezegd wij boedisdisten hebben het bij het rechte eind.

    • kees moerbeek schreef:

      Dank, Kay, maar kun je uitleggen wat je bedoelt?

      Niemand heeft beweerd dat het boeddhisme zuiver en compleet origineel is. Het is juist dat het boeddhisme een eigen lading geeft aan begrippen die het overgenomen heeft.

      Er zijn verschillende boeddhismes, die afhankelijk van de omgeving waarin het zich vestigt zaken uit het lokale geloof overgenomen heeft. Zoiets groeit organisch. Het christendom is een ander voorbeeld waarin dit gebeurd is en dit is uitgebreid gedocumenteerd.

      Uit de taalwetenschap is bekend dat de betekenis van woorden in de loop van de tijd veranderen. Leven en verandering horen bij elkaar. De dood brengt ook verandering met zich mee.

      Als je je verdiept in het boeddhisme zul je begrijpen dat het boeddhisme geen Waarheid kent. Ik heb het niet over individuele zich boeddhist noemenden die menen dat de Boeddha het had over de Waarheid. Voor de Waarheid moet je vooral bij godsdienstig geloven zijn.

  2. Gerhard Passchier schreef:

    Mea Culpa

  3. Piet Nusteleijn schreef:

    Is hier nog een puntje -.- aan toe te voegen?

    Om vast te stellen wat “juiste spraak” is moeten we dit nu eens en voorgoed vaststellen. Een concilie beleggen?
    We kunnen vervolgens alle spreken en schrijven op de juiste wijze beoordelen.

    Is dit een juiste reactie? (Nog voor de vaststelling?)

    Nu hoor ik koningin Juliana uitroepen: “zoooojui-ui.sst…”,
    ze legt een vinger op haar lippen om de menigte voor het paleis tot stilte te manen, “zojuist heb ik afstand gedaan van de troon, ik kan u verzekeren: het is goed”.

    Dank voor het artikel, met groet.

  4. G.J. Smeets schreef:

    Menno,
    de huisregels van BD zijn helder. Eerlijk gezegd zie ik niet wat je pleidooi daar aan toevoegt.

  5. Louis schreef:

    Als het niet waar is en niet heilzaam, zeg het niet
    Als het waar is en niet heilzaam, zeg het niet
    Als het niet waar is en heilzaam, zeg het niet
    als het waar is en heilzaam, wacht tot het juiste moment om te spreken
    Boeddha

Menu