Zondagmorgen ging ik al vroeg naar de bakker en zag een jongeman met een zak pistolets uit de bakkerij komen. Hij ging met onzekere stap, zich vasthoudend aan de gevel. Onmiddellijk kwam volgende gedachte bij me op: “Hoe is het toch mogelijk dat een jonge gast zo zijn leven en gezondheid vergooit door heel de nacht op café te zitten zuipen om dan ’s morgens, nog dronken naar de bakker te gaan”. Een gevoel van walging en afkeuring kwam bij me op. Ik had de jonge man al geklasseerd onder de hoofdding ‘losers’. Ondertussen was ik de winkel binnengestapt en hoorde de aanwezige klanten de jonge man prijzen om zijn moed en doorzettingsvermogen en dit omdat hij al zo snel na een hersenbloeding probeerde om zelfstandig te leven. Een gevoel van schaamte overviel mij. Hoe snel was ik niet geweest met (ver)oordelen, zonder niet eens de ware toedracht te kennen. Enkel afgaand op mijn eigen ervaringen, voorkeuren en conditioneringen. Nog steeds, als een ongewone situatie mijn aandacht trekt, probeer ik, met bovengenoemd voorval in het achterhoofd, niet te oordelen.
Buddhavacana
‘Om de andere oever (nibbana) te bereiken dient het najagen van alle geneugten vermeden worden (1)’
De Boeddha vergelijkt onze reis door samsara ( de aan ons verschijnende zintuiglijke wereld) regelmatig met het oversteken van een grote, immens brede stroom (cfr. de parabel van het vlot MN 22). Maar wat in dit sutta zo origineel is, is het feit dat hij het begeren van en verlangen naar de bevrediging van zintuiglijke prikkels vergelijkt met de lekken in een boot.
De Boeddha – over het slachten van dieren
De Boeddha verweert zich tegen de beschuldiging dat hij vlees zou eten van dieren die speciaal voor hem geslacht worden. Hij zegt dat ook zijn leerlingen dat niet doen en zet de regels voor de Orde over het eten van vlees uiteen. Hij wijst er verder nog op dat zijn monniken de brahmavihara’s beoefenen en daardoor niet geneigd zijn zichzelf of andere levende wezens te schaden.
Doodgaan, sterven
Wat is voor de doorsnee mens de grootste verandering, de meest definitieve verandering in zijn/haar leven? Doodgaan, sterven. Als we over een grote en ingrijpende verandering in ons leven kunnen spreken, dan is het toch wel de overgang van leven naar dood. Maar dit onderwerp komt in het rijtje van bij meditatie gebruikte aandacht objecten (geluiden, gedachten, lichamelijke gevoelens en emoties) zelden voor.
In de hal van het Huis met het Puntdak
Daar vraagt Sunakkhatta, een krijger van de Licchavi-stam die later tot de orde zou toetreden en de persoonlijke verzorger van de Boeddha zou worden, aan de Verhevene of alle monniken die beweren bevrijdend inzicht verkregen te hebben dit ook terecht beweren.
Salla-Sutta, ‘de doorn’ een meditatie over de dood
Toen de Boeddha het uiteindelijke nibbana was binnengegaan, weenden sommige monniken (bij wie de hartstochten nog niet waren verdwenen) met opgeheven armen. Zij vielen als geveld neer en rolden heen en weer, weeklagend: “Al te snel is de Verhevene heengegaan, al te snel is het Licht uit de wereld verdwenen!”
Karma in de tijd van de Boeddha
Onvermijdelijk wierp de leer van de wedergeboorte de vraag op naar het subject van de wedergeboorte: wie of wat is het dat wedergeboren wordt?
André Baets – over najaarsoverstromingen, poelkikkers en libellen
Je kan met redeneren, met woorden, nooit het mysterie van het leven ontcijferen. Je kunt er over praten, omschrijvingen geven. Maar het eindeloze van een Boeddha, zonder grenzen, zonder beperkingen, kan je nooit door woorden leren; je moet het ervaren. Doordringen in het mysterie kan je enkel door stil te worden. Zoals de riviergod stil werd bij het zien van de oceaan en in die oceaan ervoer wat oneindigheid is.
Ludo – Bede
Een stenen huis:
met liefde gebouwd,
met passie door de vader,
met toewijding voor zijn kroost,
met affectie voor alle bewoners.
Als de Boeddha een mens was- waarom wordt er dan in de suttas over goden en godheden gesproken?
Als de Boeddha een mens was en geen uit een of andere hemel neergedaalde god en het boeddhisme dus geen godsdienst is, waarom wordt er dan in de suttas regelmatig over goden en godheden gesproken?
André Baets – omgaan met de (eigen) dood
De Boeddha komt in de Pali-Canon, als hij met nabestaanden praat, soms schijnbaar hard en gevoelloos over. De Verhevene was geen mooiprater en troostte niet met holle woorden, maar met de waarheid, hoe onbarmhartig die ook mocht klinken
André Baets – besmette kost
‘Besmette kost waar een luchtje aan zit’ is een omschrijving van het Pali woord ‘amagandha’ wat letterlijk ‘geur van rauw vlees (hebbend); vieze geur, kadavergeur, rotte geur, stinkende substantie’ betekent.










