In de vorige column schreven we over de innerlijke stemmen die veel mensen herkennen.
Het deel in ons dat verlangt naar verbinding en vrijheid.
Het deel dat zich wil laten zien, richting zoekt en zich wil profileren.
Het deel dat sturing kan geven, verantwoordelijkheid neemt voor innerlijke balans en zichzelf kan evalueren.
En het deel dat waakzaam wordt zodra het te spannend wordt, zelf veiligheid wil organiseren in een voor hem onveilige wereld en op zoek gaat naar erkenning wanneer die niet vanzelfsprekend wordt gegeven.
In ons boek noemen we dat laatste deel de overlever.
De overlever ontstaat niet zomaar.
Hij groeit vaak uit ervaringen waarin het leven even te groot werd voor wie we toen waren.
Misschien was er spanning thuis.
Misschien voelde je je niet echt gezien.
Misschien moest je al vroeg sterk zijn.
Of leerde je dat het veiliger was om je gevoelens in te houden.
In zulke momenten gebeurt iets heel menselijks: een deel in ons neemt de taak op zich om ons te beschermen.
Dat kan op veel manieren.
Soms door je aan te passen.
Soms door je terug te trekken.
Soms door alles onder controle te willen houden.
Soms door te pleasen, te vermijden, te vechten of juist te verstarren.
Al deze reacties hebben iets gemeen:
ze zijn ooit ontstaan als bescherming.
De overlever probeert te voorkomen dat we opnieuw geraakt, afgewezen of overspoeld worden.
Dat is niet verkeerd.
Integendeel: zonder zulke beschermingsreacties zouden veel mensen moeilijke periodes niet zijn doorgekomen.
Maar daarin schuilt een pijnlijke paradox.
Wat ons ooit hielp overleven, kan ongemerkt de leiding gaan nemen.
Dan reageren we niet meer alleen op werkelijk gevaar, maar ook op spanning, onzekerheid of nabijheid alsof er iets mis dreigt te gaan.
We worden sneller onrustig.
Sneller alert.
Sneller geneigd om onszelf in te houden, te verdedigen of af te schermen.
Van buitenaf lijkt dat soms heel begrijpelijk, of zelfs bewonderenswaardig.
Iemand is sterk, zorgvuldig, beheerst, sociaal aangepast of altijd behulpzaam.
Maar van binnen kan het heel anders voelen.
Alsof er voortdurend iets op scherp staat.
Alsof je niet echt kunt ontspannen.
Alsof je wel leeft, maar niet helemaal vrij ademt.
Vanuit boeddhistisch perspectief is het waardevol om daar met aandacht naar te kijken.
Niet om de overlever meteen weg te krijgen.
Niet om onszelf opnieuw te verbeteren.
Maar om eerst te zien wat er eigenlijk gebeurt.
Daar is spanning.
Daar is angst.
Daar is de neiging om te controleren.
Daar is een deel dat wil voorkomen dat het misgaat.
Zodra we dat leren opmerken zonder oordeel, ontstaat er ruimte.
Dan vallen we niet meer helemaal samen met onze beschermingsreactie.
We hoeven die reactie ook niet te veroordelen.
We kunnen haar leren herkennen als iets dat ooit nodig was.
In ons boek noemen we de plek van waaruit dat mogelijk wordt de interne volwassene:
het deel in ons dat kan luisteren zonder meteen meegezogen te worden.
Van daaruit wordt een andere vraag mogelijk.
Niet:
Waarom doe ik zo moeilijk?
Maar eerder:
Wat in mij probeert mij te beschermen?
Waarvoor is dit deel bang?
En wat heeft het misschien nodig om wat meer te kunnen ontspannen?
Misschien begint heling daar:
niet in de strijd tegen onszelf,
maar in het herkennen van de bescherming die te lang alleen is blijven staan.
En misschien ontdekken we dan opnieuw iets eenvoudigs en bevrijdends:
er is niet per se iets mis met ons.
Vaak is er vooral iets in ons dat ons, nog steeds, probeert te beschermen en denkt de baas te moeten zijn.
Gebaseerd op hoofdstuk 2 uit het boek Er is niets mis met mij. Ik ben onderweg van Luuk Mur en Rob van Boven.
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.

Geef een reactie