‘Monniken, fysieke vorm (lichaam—P. rupa) is zonder zelf’ — het punt van de Boeddha is: de beoefenaar bezit geen enkele zeggenschap over zijn lichaam.
Waarom niet?
Indien de dhammanuvatti over zijn lichaam echt zeggenschap zou bezitten, zou hij geen pijn, ziekte, ouderdom en dood toelaten.
Vermits de beoefenaar echter geen zeggenschap bezit over zijn eigen lichaam moet hij pijn, ziekte, ouderdom en dood verdragen. Conclusie: het lichaam is niet van de beoefenaar; hij ‘bezit’ dit lichaam niet.
Mutatis mutandis geldt deze redenering ook voor de vier andere khandha’s, i.c. gewaarwordingen/gevoelens (P. vedana); percepties (P. sanna); reacties (P. sankhara’s) en bewustzijn (P. vinnana).


Geef een reactie