
‘Ik ben nu in de situatie waarin het ‘ikje’ regelmatig de kop opsteekt. Zelfs als ik besef dat de te maken keuzes relatief onbelangrijk zijn en vooral om luxe gaan zoals: welke kleur het moet worden, de opstellingen, de maten en dergelijke.
Het kan leuk zijn en ook vermoeiend. Ik balanceer tussen die twee gevoelens. Maar het ‘ikje’ wil het. Simpelweg omdat het ‘ikje’ iets van de keuken vindt, en kapotte apparaten een mooi excuus zijn voor iets nieuws.
Tegelijkertijd zijn er schuldgevoelens om dingen naar de schroothoop te brengen. Maar wat moet je anders met die oude meuk?
Het dilemma komt op als ik stil sta bij wat nu echt belangrijk is in het leven. Het voelt als gespleten, een gat, wat volgens het boeddhisme een gevolg is van een onjuiste visie op het ik-beeld. Ik ben blij dat ik dat in ieder geval kan herkennen, ondanks dat ik mij door het ‘ikje’ mee kan laten slepen.
Ik verontschuldig mijzelf met de gedachte dat alles goed is zoals het is. Mijn controle, mijn kinderlijke opwinding over hoe het er straks uit komt te zien, mijn angst of het allemaal wel goed zal gaan, mijn twijfels, en alles waar het ‘ikje’ zich over kan verheugen en druk over kan maken.
Hoewel ik streef naar een meer non-duale leefstijl, komt het ‘ikje’ mij nu even beter uit. Een andere keuken zou er dan immers niet komen. Ik spreek mijzelf toe dat ik niet alles te serieus hoef te nemen en ook dankbaar mag zijn dat het kan.’

