Bij Dhammadipa Meditatie Centrum in Amsterdam wordt een type Vipassana onderwezen die in het Theravada boeddhisme als “droge” Vipassana (Sudha Vipasana[1]/ Vipassana Sukha Yanika) bekend staat. Het is een vorm van Vipassana waarbij alle vormen van Samatha Meditatie en het gebruik maken van concepten (Namapaññati)[2] vermeden wordt. Droge heeft hier de betekenis dat alle pacificerende, verzachtende, verblijdende effecten van mediteren vermeden wordt. Toch wordt telkens door yogi’s met verbazing gereageerd over de sterkte van concentratie die gemoeid is met de meditatiesessies en vooral tijdens de retraites.

De verwarring over de mate van concentratie komt vooral omdat de meeste westerse inzichtmeditatie leraren geen onderscheid maken tussen Vipassana Samadhi (vipassana concentratie) en Samatha Samadhi (kalmte concentratie) [3]. Vipassana, welke een onderdeel is van het achtvoudige pad in de korf van Wijsheid (Juist Begrijpen en Juiste Zienswijze), is altijd mede afhankelijk van de korven Sila en Samadhi. Zonder Sila, Samadhi en Pañña zijn er geen inzichten, geen Vipassana. Vandaar dat er altijd een juiste relatie per individu tussen concentratie en begrijpen moet zijn. De intensiteit van de concentratie echter verschilt volgens de Sutta en de Commentaren naargelang het meditatieonderwerp en de persoonlijkheid (Carita) van de yogi. Bij Samatha concentratie is het onderwerp meestal een concept en het kan ook een ultieme waarheid object zijn mits de nadruk ligt op eenwording. Bij Vipassana concentratie is het object altijd de ultieme waarheid en de nadruk ligt altijd op non identificatie/geen gehechtheid. Let op dat hier niet de intensiteit van de concentratie bepalend is maar de aard van de aandachtsobjecten.

Commentaren Jhana

Daarbij is er ook verschil in de omschrijving van concentratie volgens de hantering van het begrip Samadhi in de Sutta’s en in de Commentaren (tevens in Visuddhi Magga en Abhidhammattha Sangaha). De Vipassana die in de vroeg ’70-ger jaren van de vorige eeuw Nederland bereikte via de Thaise monnik Mettavihari was van de Mahasi Sayadaw afkomst die gestructureerd werd volgens de uitgangspunten van de Commentaren[4]. De definitie van concentratie volgens de Visuddhimagga is het richten van de aandacht zonder verstrooidheid van geest (met andere woorden gefocust zijn)[5]. De sterkte van concentratie, echter, werd volgens de Commentaren in drie oplopende niveaus ingedeeld: voorbereidende- (Parikama Samadhi); naderende- (Upacara Samadhi) en volledige concentratie (Appana[6] Samadhi). De sterkte van concentratie in de Commentaren is van dien aard dat bij voorbereidende concentratie de geest door de wil gefocust kan zijn; bij naderende concentratie zijn de eerste vijf functies van de zintuigen nauwelijks meer merkbaar behalve de waarneming (Viññana) en bij volledige concentratie verdwijnt dan ook de waarneming, volledig opgeslorpt door het gevolgde object.

De consequentie van de Commentaren begrip van concentratie is dat de Jhana staten dan ook in volledige absorptie gebeuren, zonder enig overblijfsel van bewustzijnsactiviteit, vergelijkbaar met een staat van diepe slaap (de deltagolven fase van de slaap)[7] of fysieke catatonie. Voor Vipassana beoefening betekent dit volgens de Commentaren dat er geen veranderlijkheid, ongenoegzaamheid en betekenisloosheid meer waargenomen kan worden door de Vipassana yogi, waardoor geen Vipassana kennis (ñana) en wijsheid (Pañña) ontwikkeld kan worden. Daarom kan, wanneer wij de begrippen van de Commentaren hanteren, de beoefening van Vipassana niet samenvallen met Samatha omdat in absorptie geen waarneming en bewustzijn meer is. Vandaar dat in de ’70 jaren van de vorige eeuw de eerste Westerse meditatie instructeurs pertinent concentratie ontwikkeling gingen vermijden. Maar in het Oosten waar het boeddhisme oorspronkelijk was, leerden Mahasi Sayadaw e.a. waaronder ook Achaan Sobin Namto, een concentratieniveau voor Vipassana hanteren waarbij amper zintuiglijke activiteiten nog merkbaar zijn maar dan wel met behoud van bewustzijn, dus de naderende concentratie. Dit is een vrij sterke mate van concentratie die naar mijn weten amper door iemand van de Nederlandse inzichtmeditatie leraren wordt onderwezen.

Sutta Jhana

In de sutta’s daarentegen, lezen wij in verschillende stukken dat de Jhana staten niet per se in volledige absorptie behoeven te gebeuren[8]. De beschrijving in de suttas van de eerste Jhana staat letterlijk dat een onderwerp kiezen (Vitaka) en denken erover (Vicara) kenmerkend zijn voor de eerste Jhana[9]. Volledige absorptie ligt in het domein van Nirodhasammapati van de Anagamis en de Arahats. Een sutta beschrijft dat de beste meditatie leerling van de Boeddha, Eerw. Moggallana, tijdens zijn verblijf in jhana nog in de verte geluiden kon horen van badende olifanten[10]. Dit impliceert dat in de suttas het begrip concentratie veel minder intens wordt beschouwd dan bij de Commentaren en dat Jhana niet zozeer als volledige absorptie wordt gezien maar eerder als mate van verzamelde gerichtheid van de bewustzijnsfactoren op een onderwerp (vergelijkbaar met begrip Patthana[11] in de Satipatthana Sutta m.b.t. oplettendheid). De beschrijving van de Sutta’s geven dus aan dat Jhana niet per se volledige bewusteloosheid hoeft te betekenen en dat “eenpuntigheid van geest” niet per se hoeft te betekenen dat de aandacht slechts met een enkel object bezig is. Dit laatste heeft geleid dat menig Vipassana meester, zoals U Pandita, uitspraken deden waarbij Jhana’s parallel werden neergezet naast Vipassana kennisniveaus (ñana). Als kanttekening moet dan ook even vermeld worden dat er nagenoeg suttas zijn die het Commentaren begrip van Jhana wel ondersteunen[12].

Wie veronderstelt dat slechts een van de twee zienswijzen correct is mag bedrogen uitkomen, want beide benaderingen zijn empirisch werkbaar en even succesvol. De Thaise Anagami Mvr. Naeb Mahaniranonda; Mvr. Achaan Suchin Borihanwanaket en de Birmese Sayadaw Shwe Oo Minh en Sayadaw U Tejaniya hanteren een methode waarbij concentratie amper aanwezig is maar waar sterke oplettendheid, waakzaamheid en afstandelijkheid jegens de mentale objecten de spil vormt met sterke nadruk op tijdelijke concentratie (Kanika Samadhi) die consequent gehouden wordt op het Commentaren niveau van voorbereidende concentratie. Daarentegen, probeert de traditionele Mahasi Sayadaw afkomstlijn de yogi z.s.m. naar een niveau van tijdelijke concentratie te brengen met de intensiteit van naderende concentratie en een boven-werelds bewustzijnsresultaat in de sterkte van volledige concentratie. Elke grondslag van de Satipathana kan dus beoefend worden door tijdelijke concentratie met sterktes variërend van voorbereidende tot naderende concentratie.

Persoonlijkheidstypes (Carita)

Wat inzichtmeditatie instructeurs ook vaak onderschatten is het aspect van de persoonlijkheidstypes van de yogi. Zowel in de Suttas als in de Commentaren blijkt dat meditatie onderwerpen en benodigde intensiteitssterkte van concentratie afhankelijk is van persoonlijkheidstype (Carita} van de yogi. Voor de 40 Samatha concentratieoefeningen[13] worden yogis ingedeeld in 6 groepen persoonlijkheidstypes volgens de Abhidhamma[14]: 1. Wellustig; 2. Hatelijk; 3. Verblind; 4. Gelovig; 5. Wijs; en 6. Beredenerend, waarvan bijna alle meditatie onderwerpen die met lichamelijkheid, walgelijkheid en ontbindingen te maken hebben op rekening van de Wellustige komt. Voor Vipassana die gericht is om onwetendheid (Avijja) te bestrijden, worden de Satipatthanas ook ingedeeld in vier groepen waarbij elke grondslag gericht is om één vorm van 4 smetten (Asava) te bestrijden. De smetten zijn de latente ziektes van de geest als gevolg van onwetendheid: 1. De smet van Zintuiglijk genot (Kamasava) wordt door oplettendheid op het lichaam bestreden; 2. De smet van het Zijn (Bhavasava) door oplettendheid op gevoelens; 3. De smet van Kennisloosheid (Avijjasava) door oplettendheid op gedachten; 4. De smet van Meningen (Ditthasava) door oplettendheid op de mentale objecten. Dus de Kayanupassana (lichamelijkheid als grondslag voor oplettendheid) is van toepassing bij yogis waarvan de persoonlijkheid gekenmerkt wordt door het streven naar zintuiglijk genot. Vedananupassana is van toepassing voor yogis die sterk het gevoel van “het zijn” volgen; Cittanupassana om onwetendheid te bestrijden en Dhammanupassana om verkeerde visie te bestrijden.

Verder kent Vipassana ook de indeling naar de vier mentale distorsies (Vipalasa)[15] en een indeling naar de verhouding zienswijze en begeerte[16]. De matrix hieronder geeft een weergave van de toepassing per persoonlijkheidstype en soort dominante distorsie van de werkelijkheid:

Zwakke Wijsheid Sterke Wijsheid
Verkeerde Zienswijze

(Ditthi Carita)

Zwak begeerte

Cittanupassana

bestrijdt

Niccavipalassa

(veranderlijkheid als

onveranderlijkheid zien)

Dhammanupassana

Bestrijdt

Attavipalassa

(geen zelf als zelf zien)

Sterke Begeerte

(Tanha Carita)

Kayanupassana

bestrijdt                                                                       Subhavipalassa

(lelijkheid als mooi zien)

Vedananupassana

bestrijdt                                                                   Sukhavipalassa

(lijden als geluk zien)

 

Verder wordt de mate van concentratie en meditatie onderwerp ook medebepaald door hoe concentratie in het verleden[17] door de yogi is beoefend, waaronder een van de 40 meditatieonderwerpen in combinatie met het huidige persoonlijkheidstype voor Vipassana. Uit de mogelijke combinaties van Vipassana Caritas en Samatha Caritas blijkt al gauw dat het in wezen niet gaat om de methodiek en het concentratieniveau maar om de integrale beoefening van het achtvoudige pad door de yogi: de Ekayana[18] van de Satipathana Sutta die de Wijsheid tot stand brengt.

Het is veilig om te stellen dat geen één van de Vipassana of Samatha methoden/onderwerpen gesteld kan worden als norm voor bevrijding. Alles is in wezen medeafhankelijk van: 1. de Kalayanamitta, de kwaliteit van de leraar[19] die het vermogen bezit om de juiste begeleiding te geven aan de yogi afhankelijk van de persoonlijkheid, temperament, geestelijke neigingen, eigenschappen, sterktes en zwaktes van de yogi. De methode verschilt per yogi, en een leraar moet dit kunnen lezen uit de verschijning en het gedrag van de yogi. 2. In de laatste instantie is het de inzet en de opgebouwde goede merites (Kusala Vipakka) en perfecties (Paramis) van de yogi zelf die de realisatie in dit leven bepaalt.

Conclusie

Er kan dus niet gesproken worden van een algemene regel voor de sterkte van concentratie die nodig is voor Vipassana. Beide benaderingen van amper concentratie (Achaan Naeb Mahanironda en Shwe Oo Min Sayadaw; U Tejaniya Sayadaw) en een sterke Vipassana concentratie die op zijn minst de kracht van naderende concentratie (Upacara Samadhi) bezit (Mahasi Sayadaw, U Pandita, Achaan Tong Sirimanggalo), maar ook stromingen waarbij Commentaren Jhanas als voorwaarde stellen voor Vipassana (Sayadaw Pa Auk) beoefening, werken allemaal even goed mits toegepast op de juiste persoon, d.w.z. conform de persoonlijkheidsstructuur van de yogi. De reden dat meditatiemeesters alleen één techniek voorschrijven is bedoeld om de yogi z.s.m. te kunnen laten mediteren zonder dat de yogi het gevoel heeft dat de yogi zelf de “doener” (Karaka Atta); de “beslisser” (Sami Atta); de “drager” (Vedaka Atta) of de “ziel” (Nivasi Atta) is[20]. Zolang een manifestatie van een “zelf” nog aanwezig is in de beoefening kan de yogi het wereldse bewustzijn (Lokiyacitta) niet overstijgen, waardoor het transcenderen in het boven wereldse bewustzijn (Lokuttaracitta) onmogelijk wordt. Het “ik – mijzelf” gewaarzijn kan namelijk per definitie geen toegang krijgen naar het bovenwereldse, daarom is de Vipassana methode gericht om de techniek z.s.m. geïnternaliseerd te krijgen bij de yogi, zodat de yogi zuiver mediteert vanuit automatisme zonder noodzakelijk tussenkomst van een “ik doe” manifestatie. Vandaar het devies ”ga niet methodes shoppen” omdat de kans groot is dat de yogi voor altijd een doener en beslisser zal blijven. De yogi kan namelijk zichzelf identificeren met de “methode” die de yogi niet is en dus blijven ronddwalen in Samsara.

De oorzaak van de Samsarische cirkel ligt bij Onwetendheid (Avijja), die de smetten in het bewustzijn veroorzaken. Zolang de smetten aanwezig zijn bij elk moment van bewustzijn, zal het bewustzijn gekleurd worden door een irreële “ik – mijzelf” gewaarwording die alle pogingen om tot bevrijding zal omvormen in een subtielere vorm van gebondenheid met samsara. De taak van de vier Satipathana’s is dan ook om elk van de vier smetten te verdrijven, dit vergt een uitgangspositie in de meditatie dat je jezelf “niet als degene ziet die mediteert en uiteindelijk ook niet degene is die observeert”. Oplettendheid heeft dus de taak om je eraan te herinneren tijdig afstand te nemen van de vier vormen van een “ik – mijzelf” manifestatie zodra het ontstaat.

Natuurlijk heeft de verlichtingservaring van de Vipassanameester zelf ook een rol in de preferentie van welke type Vipassana wordt onderwezen, maar gezien de kennis over de Sutta’s, Commentaren, Visuddhimagga en Abhidhamma verhandelingen die zij vanuit hun traditie bijvoorhand al kennen, lijkt mij dat dit een ondergeschikte rol speelt ten opzichte van het bewerkstelligen van een Zelf-loze mind-set (of uitgangspunt) voor de beoefening van Vipassana. Voor yogi’s die het transcenderen naar het bovenwereldse nog niet gekregen hebben, is het van belang om te begrijpen dat de mate van concentratie geen voorwaarde is voor het bereiken ervan, noch de methode of techniek, mits het uit automatisme wordt uitgevoerd. Zuiver handelend vanuit de discipline (Sikkha), zonder een “doener”; een “beslisser”; een “drager”; een “ziel”. Het ontbreken van een “ik” gewaarzijn getuigd immers van een manifestatie van wijsheid (Pañña), en uiteindelijk gaat het in Vipassana om de realisatie van Pañña[21].

Tenslotte wil ik ook de Canadese monnik Bhikkhu U Khema, assistent abt van Dat Ponzon Aung Min Khaung tempel in Yangon, bedanken voor zijn inspirerende dhammatalks die als aanleiding heeft gediend voor dit schrijven. Bhante Bhikkhu die al meer dan 10 jaar monnik is, was begonnen bij Pa Auk Sayadaw en is nu senior leerling van Sayadaw U Tejaniya. Zijn ervaring in de verschillende meditatie scholen en zijn wijze benadering van de Sutta en Visuddhimagga controversie, heeft bij mij geleid tot een behoorlijke nuancering van de schijnbare controversie tussen de twee zienswijzen in het Theravada Boeddhisme.

Literatuur:

  1. Adi Ichsan: “Het Edele Achtvoudige pad in Vipassana”, Boeddhistisch Dagblad, 4 september 2018.
  2. Achaan Sobin Namto: “Insight Meditation; practical steps to Ultimate Truth”, Amarin Printing Group Co Ltd, Bangkok, 1989.
  3. Bhikkhu Bodhi: “Abhidhammattha Sangaha, Comprehensive Manual of Abhidhamma; the classic Manual of Buddhist Doctrine & Meditation”, BPS Pariyati Editions, rep 2010.
  4. Dhanit Yupho: “Vipassana-bhavana; Advance self study Practical Insight Meditation”, Mahachulalongkornrajvidyalaya Press, Wat Maha Dhatu, 1988.
  5. Frank Tullius: “Achaan Naeb: Vipassana Bhavana (Theory, Practice and Result)”, Boonkanjanaram Meditation Center, second edition, 1988.
  6. Bhikkhu Ñanamoli: ”The Path of Purification, Visuddhimagga”, BPS, Kandy, Sri Langka,1991.
  7. Mahasi Sayadaw: “A discourse on the Anattalakhana Sutta”, Myanmar, 1982.
  8. Mahasi Sayadaw: “A practical way of Vipassana (Insight Meditation)”, vol I, Myanmar 2011.
  9. Mahasi Sayadaw: “A practical way of Vipassana (Insight Meditation)”, vol II, Myanmar 2018.
  10. Sayadaw U Pandita: “In this very life”, BPS, Kandy, Sri Langka, 1992.
  11. U Hin Maung Oo: “Mahasi Sayadaw Lineage and Posterity”. Buddha Sasana Nugraha Organization, Yangon, 2016, Reprint 2017.

 

 

[1] Bhikkhu Bodhi: “Abhidhammattha Sangaha, Comprehensive Manual of Abhidhamma”, BPS Pariyati Editions, rep 2010, p. 348 par 29.

[2] Namapaññati zijn begrippen die op zichzelf staan als uitdrukking van een idee van iets, zoals de begrippen muziek; gerecht enz. Namapaññati onderscheidt zich van Atthapaññati die ook concepten zijn maar die naar een empirische ervaring wijzen zoals horen; proeven enz. Abhidhammattha Sangaha, p. 325.

[3] Sayadaw U Pandita “In this very life, ” 1992, maakt onderscheid tussen “fixed concentration” en “moving concentration”. P.150 -151.

[4] Hieronder wordt tevens verstaan de hantering van de begrippen zoals gebruikelijk is in de Visuddhimagga, Abhidhamma en de Pali Commentatoren vanaf de 3de Theravada Concilie (250 VC).

[5] Bhikkhu Ñanamoli: ”The Path of Purification, Visuddhimagga”, BPS, Kandy, Sri Langka,1991, p. 85-86.

[6] Het Pali woord “Appana” betekent letterlijk “trance”. Jhana daarentegen heeft slechts de betekenis van “mediteren” of “contemplatie”.

[7] Ook wel de Trage Golven Slaap genoemd met hersensgolven onder de 1 hertz.

[8] Bijvoorbeeld “..I entered and dwelt in the second jhana, which … has rapture and happiness born of concentration. While I dwelt therein, perception and attention accompanied by thought assailed me…”. Kolita Sutta SN 21.

[9] O.a. AN 3.90 Dutiyasikkhatayasutta; AN 3.89 Patthamasikkhatayasutta; SN 36.31 Niramisasutta; SN 45.8 Vibbhangasutta enz.

[10] Catut­tha­pā­rāji­ka­sikkhā­pada, Mahavibangha, Parajikkakanda Sc 9.6.2. ; ook in Kantakamsuttam Sutta, AN 10.72 werd beweerd: ”…The Blessed One has said that sound is a thorn to the higher states of the mind. What if we go to the Gosinga forest reserve. It has less noise, not so crowded, we will have a pleasant abiding … ”.

[11] In de beide Satipathana Suttas heeft “Pathana” de betekenis van een uitgangspunt om mee te beginnen. Het wordt gebruikt om te beschrijven hoe een van de grondslagen van oplettendheid als uitgangspunt voor de meditatie kan dienen.

[12] Bijv. SN 36.11. Rahogattasutta : ”… Then, bhikkhu, I have also taught the successive cessation of formations. For one who has attained the first jhana, speech has ceased. For one who has attained the second jhana, thought and examination have ceased. For one who has attained the third jhana, rapture has ceased. For one who has attained the fourth jhana, in-breathing and out-breathing have ceased …. ” enz.

[13] Abhidham., p. 330; par 2.

[14] Abhidham., p. 330; par 3.

[15] AN 4.49 Vipalassa Sutta. De vier Vipalassa zijn: 1. Lelijkheid als mooi zien: 2. Lijden als geluk zien ; 3. Veranderlijkheid als onveranderlijkheid zien; 4. Geen zelf als zelf zien.

[16] Frank Tullius: “Achaan Naeb: Vipassana Bhavana (Theory, Practice and Result)”, Boonkanjanaram Meditation Center, second edition, 1988. p. 48.

[17] Volgens de Theravada leer ook door wat beoefend werd in vorige existenties, dus niet alleen in dit leven.

[18] Adi Ichsan: “Het Edele Achtvoudige pad in Vipassana”, Boeddhistisch Dagblad, 4 september 2018.

[19] In de Vissuddhimagga staat dat de boeddha de eerste dhammavriend is. Bij het ontbreken van een boeddha moet de dhammavriend gezocht worden bij een arahat, zo niet bij een lager verlichte persoon welke bij het ontbreken ervan steeds weer verder naar een minder verlichtpersoon met meer kennis dan jezelf gezocht moet worden. Vis. p. 98 – 100.

[20] Mahasi Sayadaw: “A discourse on the Anattalakhana Sutta”, Myanmar, 1982, p. 12 -16.

[21] In dit opzicht is het ook begrijpelijk dat als voorwaarde voor een leken leraar in de Mahasi lijn, kennis van de Pali Satipatatthana Sutta teksten en het vermogen van de aspirant leraar om in een korte tijd in Jhana te geraken als voorwaarden worden genoemd, ook al wordt er alleen “droge Vipassana” onderwezen. Hiermee wordt het irreële vasthouden van een monoliet visie van de “bevrijdingsweg” geneutraliseerd. U Hin Maung Oo: “Mahasi Sayadaw Lineage and Posterity”. Buddha Sasana Nugraha Organization, Yangon, 2016, Reprint 2017, p. 26-27.

Categorieën: Boeddhisme, vipassana
Tags: , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Over de benodigde sterkte van concentratie in Vipassana

  1. Wouter schreef:

    Beste Adi Ichsan,

    Interessant stuk. Het geeft weer wat meer zicht op hoe er vanuit de (Nederlandse) Vipassana wereld naar boeddhistische meditatie worden gekeken. Er is zitten zeker goede stukken tussen.

    Toch zijn er ook delen die om een reactie vragen. Genummerd om het wat overzichtelijker te maken.

    1. Als eerste je stelling, ten aanzien van meditatie objecten die wel of niet paramattha dhamma’s zouden zijn.

    In theorie is het waar wat je zegt, in de praktijk ligt er echter een gevaar op de loer. In het begin zal het object dat je werkelijk waarneemt, of je het nou paramattha dhamma noemt of niet, slechts de mentale kopie van de werkelijkheid zijn waar al heel veel aan vast geplakt zit. Het is in die zin niet meer dan een grove benadering van wat je conceptuele denken vanuit je eigen dagbewustzijn van je waarnemingen maakt. Wat je in eerste instantie denkt dat rupa is, of vedana is, of citta is, of dhammas zijn, zal naarmate je waarneming scherper wordt anders zijn dan je aanvankelijk dacht.

    De werkelijkheid is uitermate subtiel en de mentale processen voltrekken zich met een enorme snelheid. Pas als je deze processen van moment tot moment puur ‘an sich’ kunt zien kun je werkelijk stellen dat je je op paramattha dhammas richt.

    Je gebruikt een meditatie object om langzaam maar zeker tot deze werkelijkheid door te dringen. Of het object in het begin qua titel al een paramattha dhamma is maakt voor de mentale ontwikkeling in eerste instantie minder uit. Van belang is het heilzame aspect en de verdiepende werking van het object.

    Op het moment dat je hoge concentratie en controle over je mind hebt bereikt kun je met de scherpte die je hiermee hebt ontwikkeld onvervormd naar de werkelijkheid kijken en alsnog de paramattha dhammas onderzoeken.

    Ook Mahasi Sayadaw geeft aan dat het bij Vipassana juist om dit pure waarnemen gaat, niet om de intellectuele gedachte dat je wel of niet met paramattha dhamma’s bezig bent.
    Nogmaals, in theorie heb je gelijk, maar als je het zo stellig stelt dan geeft dat misschien onnodig verwachtingen en verwarring. Niemand kan vanaf dag één de werkelijkheid waarnemen. Om de werkelijkheid te kunnen doorgronden is langdurige geduldige inspanning nodig, waarbij de absolute randvoorwaarde een zeer hoge mate van concentratie is.

    2. “Let op dat hier niet de intensiteit van de concentratie bepalend is maar de aard van de aandachtsobjecten.”

    Dit roept bij mij een vraag op. Bedoel je hier te zeggen dat de intensiteit van de concentratie er in het geheel niet toe doet? Of probeer je aan te geven dat je ook met vipassana hoge concentratie kunt bereiken maar dat het bepalende verschil tussen samatha en vipassana de aard van de meditatie objecten betreft?

    3. “De consequentie van de Commentaren begrip van concentratie is dat de Jhana staten dan ook in volledige absorptie gebeuren, zonder enig overblijfsel van bewustzijnsactiviteit, vergelijkbaar met een staat van diepe slaap (de deltagolven fase van de slaap) of fysieke catatonie”

    Je vergelijking is echt niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Nergens in de boeddhistische geschriften worden de hoogste vormen van concentratie vergeleken met diepe slaap of katatonie, en vanuit een ervaringsperspectief is dit al helemaal incorrect. Je vergeet wellicht dat de Boeddha zelf in de nacht van zijn verlichting eerst alle jhana’s doorliep alvorens vanuit de jhana de werkelijkheid te doorgronden.

    Concentratie is een zeer actief proces waar hoge energie en een ongelofelijke alertheid en zuiverheid van geest voor nodig zijn. Dat je tijdens dit proces alle zintuigs-deuren kunt sluiten en je puur en alleen op het bewustzijn kunt richten, en dan op het object van meditatie, is iets fundamenteel anders dan de passieve staat die jij suggereert.

    Als beste zou je kunnen zeggen dat als je naar iemand zou kijken die in die bedoelde concentratiestaat verkeert het er op lijkt alsof hij in een diepe slaap verkeert, maar gezien vanuit zijn persoonlijke ervaring is er een superalerte bewustzijnsstaat aanwezig.

    Daarnaast borduur je daarop voort door te stellen dat omdat je geen waarneming meer hebt het dus ook niet zinvol is om concentratie te ontwikkelen. Ook dit is niet in overeenstemming met de sutta. Je waarneming wordt steeds subtieler en je mentale controle groter. Deze mentale kracht kun je uiteindelijk gebruiken om je te richten op het doorgronden van de werkelijkheid, het unieke aspect van de Boeddha zijn Dhamma.

    4. “Vandaar dat in de ’70 jaren van de vorige eeuw de eerste Westerse meditatie instructeurs pertinent concentratie ontwikkeling gingen vermijden”

    Geef me alsjeblieft een voorbeeld van iemand die een hoge concentratie heeft bereikt die voldoende is om op het niveau van paramattha dhamma’s naar de werkelijkheid te kunnen kijken en daar spijt van heeft gekregen.
    En waar in de sutta waarschuwt de Boeddha voor concentratie? Voor jhana? Nergens. In tegendeel, de Boeddha stimuleert zijn monniken herhaaldelijk om concentratie, ook jhana, te ontwikkelen.

    De reden dat Mahasi Sayadaw destijds Vipassana is gaan onderrichten, is niet omdat hij concentratie als onbelangrijk beschouwde, maar omdat hij zag dat de meeste mensen afhaakten als ze merkten hoe moeilijk het is om concentratie te bereiken. Vanuit compassie besloot hij om ze iets anders aan te reiken in de hoop dat ze later als ze hun mind voldoende hadden gezuiverd terug zouden kunnen keren naar het ontwikkelen van concentratie.

    Dat is iets wat mogelijk meer nadruk zou verdienen, de behoefte en de noodzaak van het zuiveren van de mind.

    De akusala cetasika’s (onheilzame mentale aspecten) liggen constant op de loer, prominent en manifest aanwezig of als latente onderstroom. Concentratie zorgt ervoor dat de grote verstoorders, begeerte, boosheid, twijfel, onrust, piekeren, dufheid en slaperigheid zodanig worden afgezwakt dat de mind zich kan gaan richten op de paramattha dhamma’s, het uiteindelijke doel zoals je beschrijft.

    5. “Een sutta beschrijft dat de beste meditatie leerling van de Boeddha, Eerw. Moggallana, tijdens zijn verblijf in jhana nog in de verte geluiden kon horen van badende olifanten[10]. Dit impliceert dat in de suttas het begrip concentratie veel minder intens wordt beschouwd dan bij de Commentaren en dat Jhana niet zozeer als volledige absorptie wordt gezien maar eerder als mate van verzamelde gerichtheid van de bewustzijnsfactoren op een onderwerp (vergelijkbaar met begrip Patthana[11] in de Satipatthana Sutta m.b.t. oplettendheid).”

    De Engelse vertaling van de referentie die je geeft is:

    “Venerable Mahāmoggallāna said to the monks: “After attaining an imperturbable stillness on the banks of the river Sappinikā, I heard the noise of elephants plunging in, emerging, and trumpeting.”

    The monks complained and criticized him: “How can Venerable Mahāmoggallāna say such a thing? He’s claiming a super-human ability.” They informed the Master.

    “Monks, there is such a stillness, but it’s not wholly purified. Moggallāna spoke truthfully. There’s no offense for Moggallāna.”

    Hierin geeft de Boeddha aan dat er een stilte is van waaruit je nog kunt horen, maar dat dit nog niet de volledig gezuiverde staat betreft.

    Over deze diepe stelling kun je op allerlei manieren gaan filosoferen (lees speculeren).

    Wellicht gaat het om de eerste Jhana. Ik meen me te herinneren dat in de Atthasalini, het commentaar van Buddhagosa op de Dhammasangani, het eerste boek van de Abhidhamma, wordt gesteld dat in de eerste Jhana nog verbale geluiden gemaakt en geluid gehoord kan worden.
    Ik heb dit een keer aan mijn leraar in Thailand gevraagd, die bevestigde inderdaad dat het nog mogelijk is vanuit de eerste Jhana geluid te maken en te horen.

    Het zou ook kunnen dat de eerwaarde Mahamoggalana op dat moment vanuit zijn jhana gebruikt maakte van iddhi, psychische krachten die voortkomen uit hoge concentratie. Het zou kunnen dat hij de kracht van helderhorendheid gebruikte om de wereld om hem heen te onderzoeken, de olifanten zouden dan kilometers ver weg geweest kunnen zijn (dat zou de verbazing van de monniken verklaren).

    Mijn punt is, je kunt aan de hand van de tekst niet stellen waar de eerwaarde Moggalana zich op richtte en hoe zijn concentratie eruit zag. Dat is puur speculatief. Hoe het bewustzijn van iemand, en al helemaal een van de hoogste discipelen van de Boeddha werkt is voor de gewone sterveling niet te doorgronden. Je kunt als het ware ‘niet naar boven’ kijken. Hieruit conclusies trekken over de jhana is uiterst risicovol.

    Zoals jezelf terecht aangeeft zijn er diverse sutta’s waarin de Boeddha over de diepte en grootsheid van de jhana spreekt. En zoals aangegeven is dat ook het pad dat hij zelf heeft bewandeld.

    Dat er de afgelopen 50 jaar, in het kielzog van Mahasi Sayadaw’s goede bedoelingen steeds meer leraren zijn die steeds laatdunkender over concentratie doen is een gevaarlijke ontwikkeling.

    Hartelijke groet,

    Wouter

Menu