In de Pali-canon neemt begeerte en het opgeven en beëindigen daarvan een centrale plaats in. Maar wat is begeerte? Begeerte die lekker duidelijk is kun je gemakkelijk identificeren als een aan de oppervlakte liggend verlangen wat je meestal zonder al te veel problemen kunt onderdrukken.
Een zintuiglijke prikkel activeert de dirigent van ons hormoonorkest en een immens innerlijk koor zingt fortissimo: “Ik wil dit hebben!”
Een ander deel van ons brein begint redelijke tegenwerpingen te componeren (beter van niet, jôh, onverstandig, je hebt al te weinig tijd, je bent te dik, te dun, niet sterk genoeg, te sterk, niet mooi genoeg, te mooi, enzovoorts).
Henk van Kalken
Henk – Geloof en intieme zaken
Er is natuurlijk helemaal niemand die het alleenrecht op karma-kennis kan claimen, evenmin als geloof in een archetypische opperbaas. En er is al helemaal niemand die de baas in je onderbroek, baarmoeder of slaapkamer hoeft te spelen en er is tenslotte niemand die voor u en mij bepalen kan of we wel of niet nog even door moeten lijden. Geloof, geboren of ongeboren, het is in de palm van je eigen hand.
Henk – Spiegeltje – over gedachten en gehechtheid
Gedachten. Soms klinken ze als het onafgebroken gemurmel van een niet al te snel stromende beek. Soms als een woeste waterval. Soms voelen ze als elektrische impulsen (wat het trouwens ook zijn) die luid en knetterend in mijn hoofd voortrazen. Of een gedachten-explosie. Beelden, geluiden, herinneringen, associatiereeksen, gevolgd door analyses en oordelen.
Henk – Denken en twijfelen, of twijfelen en denken
Wie denkt, die twijfelt. Wie twijfelt, die denkt.
Denk ik. Of niet soms?
In de vele dharma’s zijn onderwerpen te vinden over de invloed van ons denken op onszelf en het karma, de ketens van oorzaak en gevolg, de invloed op het individu en anderen.
Henk – Spiegeltje – bekentenissen van een twijfelaar
Meestal onderdruk ik de neiging om mijn eigen tegels te lichten. Wat mij weerhoudt is een instinctieve angst die ik voel om kruipende en wriemelende wezens te ontdekken, hoewel die – goedbeschouwd – hetzelfde willen als ik. Liefst een beetje veilig leven, zonder al te veel zorgen en andere ongemakken. Simpelweg gelukkig zijn.
Henk – Een leraar, nodig of niet?
‘Ja, maar die leraren verdienen alleen maar geld aan jullie en je hebt ze helemaal niet nodig. Zalig worden kun je helemaal op eigen kracht bereiken en daar is niemand voor nodig behalve jijzelf!’
Henk – Spiritueel materialisme
In een piepklein winkeltje, met een eigenaar die naar schatting 1.50 meter was, gebogen, verschrompeld, en met een gerimpelde, tandeloze gelaatsuitdrukking alsof hij al het menselijk lijden op zijn schouders had genomen, vond ik mijn beeldje. ‘Special offer!’ vermeldde het kaartje in kinderlijk aandoend handschrift, dat erbij hoorde. Ik raadpleegde de lama die ons begeleidde en hij vond het een prachtig beeldje, maar ik weet achteraf nog dat hij zacht zei: “Enlightenment can be found only within yourself. Not in a statue.’
Henk – Dilemma
Soms kun je als beoefenaar van boeddhisme en dzogchen voor van die dilemma’s geplaatst worden.
Zo ontdekte ik laatst een rode vlek op mijn voormalige perzikhuidje, ter hoogte van mijn rechterschouder. Ongeveer in het midden een donkere, knopachtige uitwas, die als je goed keek ook pootjes bleek te hebben.
Jawel, een teek.
Henk – Mijmeringen over vertrouwen
Niet-vertrouwen is ook vertrouwen, op dezelfde manier waarop geloven hetzelfde is als niet-geloven. En zijn hetzelfde is als niet-zijn.
Henk – schuldgevoel
Vaak voel ik mij schuldig. Over gedachten, gevoelens, over dingen die ik doe of gedaan heb. Zoals: laatst liep ik naar een plaatselijke supermarkt, toen een jonge vrouw in een volstrekt doorzichtige lange jurk die ze tegen de hitte van de laatste tijd aangetrokken had, de weg overstak. Wat ze daaronder aanhad weet ik niet, want dat lag vermoedelijk thuis. De zon bescheen alles nadrukkelijk, dus ook die doorzichtigheid. De innerlijke restanten van mijn snel verouderende mannelijkheid meldden zich snuffelend en ik voelde Begeerte.
Henk – Goed en Kwaad
In mijn achtertuin had ik geheel eigenhandig een kuilgrot uitgegraven. Nadat ik me in een bordeauxrood gewaad had gewikkeld, en een kussen van gedroogd gras tegen pijnlijke gluteus maximussen had neergelegd ging ik zitten. Vooraf sprak ik de gelofte uit dat ik niet meer zou opstaan vóórdat ik ‘Het’ bereikt had.
Henk – De Staat
De essentie van De Staat, zoals ik hem voor het gemak maar even noem, is niet dat er iets aantoonbaars, grijpbaars, meetbaars, onderscheidbaars, leesbaars of zelfs maar aanwijsbaars is, hoe hard er ook geschud wordt.
Henk – katerlijden
‘Als een braaf dzogchenbeoefenaar probeerde ik mijn ernstig verstoorde staat van zijn zichzelf te laten bevrijden en niet al mijn gedachten te volgen die stormenderhand opkwamen. Te vergeefs. Ik had er gewoon zwaar de pest in.’
Henk – willebeest
‘Wij zijn ons brein,’ filosofeert Dick Swaab, terwijl daar geen enkele wetenschappelijke bewijsvoering voor bestaat, volgens criticasters. ‘We are our thoughts, but we are not our brain,’ zei een Tibetaanse lama tijdens een bijeenkomst die ik in het voorjaar bezocht, en daar houd ik mij aan, zoals Olivier B. Bommel placht te zeggen.
Henk – Vergankelijkheid
Adriaen Valerius schreef een lied, genaamd ‘Die winter is verganghen,’ Adriaen zelf is trouwens ook al lang verganghen.
Maar de symboliek wordt wel heel mooi neergezet in regel twee: ‘Ic sie des meienschijn.’
Het éne gaat, het andere komt.
Henk – Houvast
Dat geeft een paradoxaal gevoel van zekerheid, een soort spirituele houvast. De zekerheid dat we ons druk om niks maken. Zoiets als de herkenning wat in elke bevrijdingsleer geldt: dat de identiteit niet inherent bestaat. Dat alle verschijnselen niet zelfstandig kunnen bestaan en derhalve leeg zijn. Dit alles waargenomen door een waarnemer die niet werkelijk bestaat. Mensen zoeken daarnaast in het normale leven houvasten in concepten die even onbereikbaar zijn als onrealistisch. Oorlog als conflictoplossing. Vrede is er ook zo een.
Henk – Leeftijd en dharma
Ik zag een oudere buurman (ik heb inmiddels dezelfde leeftijd) op straat stilstaan, terwijl hij zoekend om zich heen keek. Hij wist achteraf niet meer waarom hij naar buiten was gegaan. Maar hij wist ook de weg naar zijn huis niet meer. Hij had een dun overhemdje aan, waar de koude regen (het was november), overheen stroomde. Ik bracht ik hem snel naar waar hij wezen moest. Hij keek zoekend om zich heen, en mompelde: ‘Ah… ja, hier woonde ik.’ Ik begeleidde hem naar binnen en zette thee, die hij dankbaar naar binnen slurpte. ‘Weet je wat het is,’ zei hij en nam nog een slokje.’ Oud worden is niet zo erg. Maar oud zijn…’
Henk – Sloddervos
Hoewel hij een naam had, was hij die helemaal vergeten, omdat niemand met wie hij omging hem ooit riep. Hij was anders dan andere vossen, al zag je dat niet aan hem op het eerste gezicht. Zijn soortgenoten meden zijn gezelschap.

