Rechts heeft van migratie een beleidsthema gemaakt. Men wil de bevolking van ons land zuiver houden en ziet alles wat dat bedreigt als gevaar. Een klassieke studie uit de culturele antropologie laat zien waar zulk beleid vandaan komt en hoe dat tot verkiezingswinst leidt.
Zestig jaar geleden publiceerde de Britse antropologe Mary Douglas (1921-2007) ‘Purity and Danger’. Het werd een bestseller. Het boek verscheen ook in het Nederlands, als Aula-pocket, onder de titel ‘Reinheid en gevaar‘.
Wat Douglas te zeggen had, is nog steeds relevant. Zij stelde dat samenlevingen veranderen, maar dat mensen geneigd zijn vast te houden aan wat vertrouwd is. Conservatieve politiek stoelt op deze behoudzucht. Verandering vindt men al snel gevaarlijk voor de gevestigde sociale orde. Zo’n boodschap spreekt aan. Ze geeft rechts een voorsprong en zadelt links op met een handicap.
Douglas laat zien hoe universeel dit gedrag voorkomt. Het is zelfs zo dat men in alle culturen alles wat buiten de sociale orde valt op een overeenkomstige wijze benoemt. Alom associeert men het vermeende gevaar op symbolische wijze met ‘matter out of order‘, dingen die niet passen, onordelijke materie. Op het gevaar plakt men het etiket ‘vuil’ of ‘onrein’, of men koppelt het aan ziekte of een verontrustend natuurverschijnsel. Dan krijg je dus spraakgebruik in de trant van ‘die vuile vieze …’ (vul maar aan), ‘een besmettelijke invloed’, ‘een tsunami’, of iemand wordt getypeerd als ‘een wolf in schaapskleren’. Omgekeerd wordt de beoogde zuiverheid – èn superioriteit – van de gevestigde orde benadrukt met lof voor de eigen gewoonten, religie, huidskleur, gender-opvatting of vlag.
Volgens Douglas gebruiken mensen in allerlei culturen rituelen om de gewenste zuiverheid van de eigen situatie te beschermen en tot uitdrukking te brengen. Een typerend voorbeeld zijn rituelen die overgangen in de levensloop begeleiden, zoals bij geboorte, menstruatie of initiatie. Personen in die situatie verkeren in een tussenfase, want ze zijn niet meer wat ze waren en nog niet wat ze zullen zijn. Die tijdelijke onbestemdheid ziet men als gevaarlijk, omdat de gebruikelijke orde even hapert. Het ritueel is dan de remedie. De symboliek van het vuil klinkt in zulke overgangsrituelen vaak mee. Reinigingsrituelen markeren dan de terugkeer naar de normale orde.
Tot zover Douglas’ theorie. Kijken we door haar bril naar de orde in onze samenleving, dan heeft die een lange vaderlandse geschiedenis nodig gehad om überhaupt tot een enigszins homogene natie te komen. De gevonden verbondenheid wordt periodiek bevestigd met rituelen en symboliek, zoals rond monarchie, nationale feestdagen, vlag, volkslied en voetbal. ‘Wie Neerlands bloed door d’aadren vloeit, van vreemde smetten vrij…’, zong men. Naar buiten toe zorgden kolonialisme en kapitalisme voor trotse versterking van de nationale eenheid – het VOC- en KLM-gevoel. Verdeeldheid was en is echter nooit ver weg, door de aanwezigheid van concurrentie, oorlogen, provinciën, zuilen en oppositiepartijen. De nationale orde loopt steeds gevaar, regelmatig dreigt polarisatie, bijvoorbeeld tussen links en rechts.
Nog sterker, ontzuiling, dekolonisatie, secularisatie, globalisering en individualisering kwamen over ons met de recente geschiedenis. Feitelijk brachten zij het land de laatste eeuw in een langlopende overgangsfase. Daarbij is de natie niet meer wat ze was en nog lang niet wat ze zal worden. De orde hapert. Het buitenland is binnenland geworden door blijvend aanwezige nieuwe bevolkingsgroepen. Migratie is een probleem voor behoudend ingestelde vaderlanders. Partijen exploiteren heimwee naar wie we ooit, ondanks al onze verdeeldheid, in zuiverheid dachten te zijn. Demonstraties tegen AZC’s zijn reinigingsrituelen die het vermeende gevaar te vuur en te zwaard moeten bestrijden. Daarbij kijkt men vooral terug, de geuzenvlag voorop. Dat elke samenleving altijd verandert, zeker als je je welvaart uit het buitenland hebt gehaald, is een blinde vlek.
Uiteindelijk gaat het bij Douglas over de tomeloze zingeving die eigen is aan mensen. Dat is de motor van de verandering. Chaos dreigt daardoor, zeker bij het huidige mediagebruik. Tegen chaos vestigt macht orde en bewaakt die met alle middelen. Dat kan doorslaan naar verzet tegen elke verandering.
Verkiezingen zijn een overgangsritueel naar een andere orde. De vraag is dan welke betekenis men in de campagne aan de ander en het andere geeft, en hoe men verandering typeert. De laatste keer werd Timmermans door Yesilgöz geprofileerd als gevaarlijk, want uit op radicale verandering. Daarbij moest stemgedrag een rituele zuivering teweeg brengen. Rechts benutte de voorsprong die Douglas aan de behoudzucht toeschrijft.
Opvallend is dat in de landelijke politiek rechts de milieuvervuiling (vuil!) en de inkomensongelijkheid door het kapitalistisch stelsel (niks homogeniteit!) negeert, terwijl links die juist typeert als een gevaar. Hier is het links dat zuivere verhoudingen wenst. Dat onze samenleving al geruime tijd economisch en politiek deel is van een wereldsamenleving, nu bijna permanent in crisis, maakt vanuit links perspectief de omgang met zingeving en macht alleen maar crucialer.
Per saldo hangt veel af van het gehanteerde waardenpakket, annex symbolisch en ritueel repertoire. Dat stuurt het gedrag van mensen in een samenleving aan. Die morele keuze is dubieus zolang mensheid en medemenselijkheid eerder worden afgewezen dan omarmd.
De ironie is daarbij dat rechts wel van de buitenwereld eet, maar die tegelijk als gevaarlijk ziet en op afstand wil houden. Behalve dan in de vakantie. Dat is trouwens ook een overgangsritueel.


Geef een reactie