Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Er bestaan allerlei woorden die op de een of andere manier aan het begrip ‘Macht’ zijn te koppelen, zoals: autoritair, autoriteit, kracht, geweld, gezag. Dat schept direct de mogelijkheid om een beetje met deze woorden te spelen met als doel iets duidelijk te maken. Een voorbeeld: iemand die macht over anderen alleen met inzet van een vorm van geweld kan verkrijgen of behouden, heeft geen gezag, want een autoritaire autoriteit toont geen kracht maar camoufleert vooral zwakte. De woorden autoriteit, geweld, gezag, kracht én macht hebben ieder een andere lading en het is alleen daarom al belangrijk ze zo goed mogelijk van elkaar te onderscheiden en ook nog eens in hun historische context te verstaan.
Dat van die historische context is belangrijk. Niet alleen kunnen woorden en begrippen in de loop der tijd van betekenis veranderen, ook de manier waarop en de reden waarom ze gebezigd worden, verschuift door de jaren heen. In mijn boekenkast staan een paar boeken van Mark Twain die in mijn jeugd nog het predikaat “geweldige literatuur” mochten dragen, terwijl ze nu – in enkele staten van de VS – als ‘aanstootgevend’ uit bibliotheken zijn verbannen! Nee… dit gebeurt niet alleen in Amerika hoor. In “oude” Nederlandse kinderboeken kon je lezen dat kinderen soms een ‘draai om de oren’ kregen, ‘een pak op de broek’ en een ‘klets met een liniaal op de vingers’. De daders waren autoriteiten en gezagsdragers die titels droegen als pappa, meester, oom agent. Machthebbers. Ik heb het allemaal zelf aan den lijve ervaren. Daar moet je nu niet meer mee aankomen. En eind jaren zestig zwaaiden ook in ons ruimdenkend Nederland jong mensen met Mao’s ‘rode boekje’ waarin je kon lezen: ‘de ware macht komt uit de loop van een geweer’. Of iets dergelijks…(ik weet het niet precies meer).
Buiten de wiskunde om, bestaat macht uitsluitend in relaties tussen mensen. Geweld is vaak een instrumenteel middel om macht af te dwingen, te versterken of te laten gelden. Wie die instrumenten bezit kan daarmee dreigen en ze in bepaalde gevallen ook gebruiken. Is de pen of het tekenpotlood ook een ‘geweldsinstrument’? Soms wel. Het geschreven woord kan revoluties ontketenen. Een spotprent kan oproer veroorzaken. Woorden en afbeeldingen doen ertoe. Ze kunnen twee kanten op werken. Geweld hoeft niet altijd het gebruik van spierkracht of wapens te betekenen. Er bestaat ook zoiets als psychisch geweld en daar mag je ‘indoctrinatie’ ook toe rekenen. Herschrijven van geschiedenisboeken tot versies die beter passen bij het wereldbeeld van regerende machthebber(s) is aan de orde van de dag.
De macht van sekteleiders over hun volgelingen berust meer dan eens op ‘zacht geweld’, zoals het dreigen met hel en verdoemenis ‘als je je niet aan de regels houdt’. En nu mag je best boos op mij worden, want ik wil in dit artikel ook nog even kwijt dat mijns inziens menig volgeling van welke religie of stroming ook met ‘zacht geweld’ te maken heeft, heeft gehad of nog te maken krijgt. Het is te herkennen aan zinnetjes als ‘ … ALS jij niet dit … DAN dàt… “. Vul maar in. Het draait om macht. Wees op je hoede.
En dan nog even een paar woorden over gezaghebbers en gezagsdragers. De woorden zeggen het eigenlijk zelf al: de gezaghebber heeft gezag, al dan niet legitiem verkregen. Soms is (wordt) die verkregen legitimiteit verkregen door te verkondigen dat ‘het gezag door God is verleend’ ; een andere keer door zonder een spier te vertrekken te beweren dat het gezag is verdiend dan wel verworven door ‘mijn geweldige dit of dat’ (a la Trump) en soms doordat ‘het volk’ (wie dat ook mogen zijn) het bij meerderheid bij de gezagsdrager (heeft ge) deponeer(t)(d). Het een sluit bovendien het andere niet uit. Een gezagsdrager heeft zelf geen legitieme macht maar draagt het gezag namens een gezaghebbende! Voorbeeld: politieagenten zijn gezagsdragers, maar geen gezaghebbenden. Een gezaghebbende zonder gezagsdragers is in het gunstigste geval een morele autoriteit en in het slechtste geval een roepende in de woestijn. Helaas zijn er (sla de geschiedenis er maar op na) morele autoriteiten die hun leven lang in de woestijn (hebben) staan (te) roepen, om pas (lang) na hun dood als gezaghebbende erkend te (zijn ge)worden. Gezagsdragers zonder gezaghebbenden zijn in het ene uiterste een soort folkloristisch fenomeen (denk aan de Zwitserse Garde in Vaticaanstad en aan de Beefeaters in de Londense Tower) en in het andere uiterste zijn het ‘ongeleide projectielen’ in een losgeslagen rebellengroep. Zoiets.
(wordt vervolgd)


Geef een reactie