De weg terug naar het hart van verstaan
We zijn niet elkaars taal kwijtgeraakt—en toch verstaan we elkaar steeds minder. We gebruiken dezelfde woorden, maar ze landen in verschillende wereld-belevingen. “Waarheid” klinkt als wapen, “vrijheid” als grenspaal, “veiligheid” als eis. En ergens onderweg verliezen we het vermogen om te voelen: dit is een mens tegenover mij.
Soms helpt een oud verhaal om te zien wat er onder die verwijdering ligt. De toren van Babel wordt vaak gelezen als een uitleg voor het ontstaan van verschillende talen. Maar misschien gaat het minder over woorden, en meer over wat er gebeurt wanneer we veiligheid zoeken in één sluitend verhaal om voor waar te houden—buiten ons én in ons—en daardoor het vermogen tot werkelijk verstaan verliezen.
In Genesis is het eenvoudig: één volk, één taal, één project. Ze bouwen een stad en een toren “tot in de hemel”. En ze zeggen erbij waarom: om een naam te maken, om niet verstrooid te worden. Het is een verlangen dat we allemaal kennen: samenhang, zekerheid, grip. Eén taal betekent: we zijn het eens. Ik hoor erbij. Ik hoef niet te twijfelen.
Dan komt dat bijna ironische detail: God “daalt af” om te kijken. De toren is zogenaamd hemelhoog, maar van dichtbij klein genoeg om even te inspecteren. Alsof de tekst glimlacht: wat wij verheven noemen, kan ook een verkrampt bouwwerk zijn—een poging om niet te hoeven voelen hoe kwetsbaar we zijn.
Misschien is dát Babel: zodra onzekerheid te groot wordt, gaan we bouwen. Niet met steen, maar met verklaringen, schema’s, slogans, meningen. Een toren van gelijk die ons moet redden. Een verhaal waarin we meteen weten wie goed is en wie fout. Wie “wij” zijn en wie “zij”.
De neuroloog en filosoof Iain McGilchrist wijst erop: we kunnen instrumenteel kijken—benoemen, vastpakken, handelen—maar ook relationeel, met nuance en context. Het gaat mis wanneer de kaart belangrijker wordt dan de werkelijkheid.
Dat is Babel in het gesprek. We horen een woord en ons systeem vult het direct in. We reageren niet meer op wat de ander werkelijk zegt, maar op het verhaal dat we al klaar hadden liggen. En zo kunnen we dezelfde taal spreken en elkaar toch kwijtraken. Hechting aan ons standpunt maakt het nog sterker: een mening wordt een thuis, een thuis wordt een fort.
Daarom helpt soms één vraag vóór het oordeel: “Als jij dát woord zegt—wat bedoel je?” Of: “Wat staat er voor jou op het spel?” Niet om te winnen, maar om te verstaan.
Maar Babel speelt niet alleen tussen mensen. Het speelt ook ín ons. In het interne gezinsmodel kun je zeggen: in ons leeft een deel dat vooral gericht is op overleven—de Overlever. Dat deel is niet dom en niet kwaad; het is ontstaan omdat het ooit nodig was. Het denkt snel, beslist snel, bouwt snel. En precies daarom houdt het van één verhaal: één verhaal is voorspelbaar.
Alleen: wanneer de Overlever de leiding houdt, wordt nuance gevaarlijk. Twijfel wordt verdacht. Zacht worden voelt als risico. Van binnen ontstaat eenrichtingsverkeer: het lichaam en het authentieke kind geven signalen, maar met denken bulldozeren we eroverheen. Verdriet wordt irritatie. Behoefte wordt eis. Kwetsbaarheid wordt sarcasme.
Daarmee raakt Babel aan iets pijnlijk eenvoudigs: de interne volwassene krijgt zijn plek niet. Niet omdat hij er niet is, maar omdat de Overlever hem niet vertrouwt en het beter meent te weten De interne volwassene kan spanning dragen zonder meteen te fixen, te vluchten of te vechten. Die kan luisteren zonder direct te oordelen. Die kan zeggen: ja, dit is ingewikkeld—en toch kunnen we aanwezig blijven.
Misschien is dat de diepste Babel-verwarring: niet dat we geen woorden hebben, maar dat we geen ruimte meer innemen. Geen ruimte om iets niet te begrijpen. Geen ruimte om te vragen. Geen ruimte om te voelen: ik ben geraakt.
In het Babelverhaal komt er een onderbreking. De taal wordt “verward”, het project stokt, mensen verspreiden zich. Dat wordt vaak gelezen als straf. Je kunt het ook lezen als een corrigerende onderbreking: een stop op een beweging die te gesloten werd. Een toren die hoger ging—weg van onze essentie—en onderweg steeds minder menselijkheid bevatte.
Wat vraagt dat, concreet?
Misschien begint het met één stap vóór de reactie. Een fractie van een seconde waarin je merkt: hier is spanning, hier is de drang om te winnen. En dan: één adem. Niet als truc, maar als pauze. Een moment waarin je kunt vragen: “Welk deel in mij praat nu?” “Wat probeert mijn Overlever veilig te stellen?”
Metta—liefdevolle vriendelijkheid—kan daarbij helpen. Niet als zoete laag, maar als realistische mildheid: ook de Overlever wil in wezen niet lijden.
Belangstelling is hier geen beleefdheid, maar een vorm van veiligheid: ruimte maken zodat de ander weer mens kan worden—en zodat wijzelf niet hoeven schuilen in één gelijk.
Misschien is het medicijn tegen Babel niet dat we onze ideeën moeten uitbreiden, maar dat we weer leren verstaan. Dat we durven afdalen uit de hoogte van ons gelijk naar de grond van het hart—waar woorden weer bruggen kunnen zijn.
We hebben genoeg torens gebouwd. De vraag is niet hoe hoog we kunnen komen. De vraag is: kunnen we elkaar—en onszelf—weer bereiken?
Toelichting: Genesis 11:1–9 vertelt hoe mensen met één taal en één plan een toren bouwen, de taal wordt verward en het project stopt. In deze column is Babel een metafoor voor de verharding tot één gelijk. Wie herkent welke torens momenteel gebouwd worden en welke er al zijn?
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.


Geef een reactie