Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Het boeddhisme heeft vooral in Azië veel invloed op daar heersende culturen en het heeft daar ook grote invloed op de ontwikkeling van individuele mensen in de maatschappij, ongeacht of ze zichzelf ‘boeddhist’ vinden of niet. En tegenwoordig begint het boeddhisme invloed uit te oefenen op de Nederlandse cultuur en de ontwikkeling van individuen in de Nederlandse maatschappij. Reden genoeg voor het Boeddhistisch Dagblad om in een reeks artikelen aandacht aan antropologie te besteden.
Een bruidsschat heeft te maken met reciprociteit. Allemachtig wat een moeilijk woord weer. Moet dat nou? Ja… want net als ander takken van wetenschap schuwt de Antropologie moeilijke woorden niet. Dat heeft vooral te maken met betekenissen. Reciprociteit is een woord voor het principe van geven en ontvangen binnen sociale interacties. In gewoon Nederlands: wederkerigheid. In de praktijk: ‘voor wat hoort wat’. En dan als ongeschreven verplichting. Ik doe iets voor jou, dus is het normaal dat jij iets terugdoet voor mij. Ik geef jou iets, dus is het normaal dat jij iets teruggeeft. Dat hoort zo. Daar hoef je niet over te praten, want die wederkerigheid is vanzelfsprekend. Daar gaan we in onze familie, onze vriendenkring, onze club – of hoe dan ook – van uit. En uiteraard hoort die wederkerigheid in zekere zin ook in balans te zijn. Als ik jou een enorme bos rode rozen geef, is een paardenbloem als ‘wederkerigheid’ volstrekt onder de maat. En als jij mij mijn leven redt, ervaar ik een simpel kusje op mijn wang natuurlijk ook niet als een gelijkwaardige ‘wederkerige’ daad.
Het hele begrip reciproci… sorry … wederkerigheid zadelt partijen over en weer op met verwachtingen. En daarmee zadelen we elkaar onbedoeld op met enerzijds ‘verlegenheid’; ‘schuldgevoelens’; ‘teleurstellingen’; ‘gevoelens van niet-begrepen zijn’; verplichtingen’ en dat soort ellende, en anderzijds met ‘trots’; ‘macht over de ander’ en bijvoorbeeld eigenwaan (‘ik ben beter, rijker, machtiger, ouder, wijzer, en wat al niet meer dan … want IK kan dit voor jou doen, aan jou geven, etc.).
Voor wat hoort wat ofwel ‘quid pro quo’ zit op allerlei manieren ingebakken in de maatschappij. Het is het tegenovergestelde van ‘dana’ ofwel belangeloze vrijgevigheid. Wanneer je niet begrijpt wat ‘quid pro quo’ precies betekent, moet je even boodschappen gaan doen.
Reciprociteit heeft iets transactioneels. Het komt veel voor in en tussen individuen, groepen en zelfs hele volken en staten. Neem als voorbeeld de nageslachtsgift en de bruidsschat. Tegenwoordig zijn die hier in Nederland niet langer gemeengoed, maar dat was ooit echt wel anders. (Wat ik zelf altijd vreemd heb gevonden is dat men wél over ‘bruidsschatten’ spreekt, maar nooit over ‘bruidegomsschatten’, maar dat terzijde.) Kort en goed: Een bruidsschat heeft vooral (of zelfs alleen maar) betekenis wanneer er sprake is van het aangaan van een band tussen twee families. Het gaat dan niet om het meisje, maar om een gift waarmee de ene familie (die van de bruid) een band smeedt met de andere familie (die van de gom). Het meisje is ondergeschikt. Met een flinke bruidsschat kun je zelfs een spuuglelijke meid nog ‘verkopen’ aan een familie waar je een band mee wilt. Het heeft met liefde niets te maken. De wederdienst van de ontvangende partij bestaat dan bijvoorbeeld uit het voor de rest van haar leven verzorgen van de vrouw… (vaak ook mits die vrouw voor nageslacht zorgt. Blijft ze kinderloos, dan … vul maar wat in). Vrouwen die vroeger het klooster ingingen en non wilden worden, moesten ook een bruidsschat meenemen. Zonder bruidsschat kon je wel het klooster in, maar werd je geen non… want een ‘non’ was bruid van Christus. Een vrouw zonder bruidsschat bleef daardoor ‘lekenzuster’ en lekenzusters waren goed voor taken als: vloeren schrobben, toiletten legen, stallen schoonmaken, en zo voorts. Kortom: werk waar de bruiden van Christus te ‘goed’ voor waren.
Bij nageslachtsgift was de zaak precies omgekeerd. Er was sprake van een nageslachtsgift wanneer de vrouw als een soort draagmoeder (weliswaar als gehuwde vrouw), de familie van de man binnen werd gehaald om voor nageslacht te zorgen. De gift ging dan naar de familie van de vrouw. Voor wat hoort wat: ‘als jouw dochter met die en die trouwt en voor nageslacht zorgt, DAN … (en anders niet!). Ook hier speelt ‘liefde’ een ondergeschikte rol.
Zowel de bruidsschat als de nageslachtsgift zijn schatten ter compensatie van de trouw en de dienstbaarheid van de vrouw – en haar kinderen – , aan de familie van de man.
In India is het geven van bruidsschatten sinds 1961 bij wet verboden. Zon wettelijk verbod was noodzakelijk om discriminatie van vrouwen en de gevolgen daarvan tegen te gaan. Vrouwenmishandeling kwam namelijk veel voor, doordat vrouwen als minderwaardig werden beschouwd. Door de bruidsschat werden ze min of meer eigendom van de man en zijn familie. Wanneer de bruidsschat niet hoog genoeg was, kon dat reden genoeg zijn om de vrouw te doden of te mishandelen. En de familie die haar tegen betaling van een bruidsschat afstond, was vaak maar al te blij van haar af te zijn, want haar ‘bruidsschat’ was een last! Ze waren blij daarvan af te zijn. Bruidsschatten hingen als een zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere arme familie en waren daardoor meer dan eens reden om meisjes-foetussen te aborteren of om meisjes en jonge vrouwen te vermoorden. Wel zo voordelig, zeker wanneer je meerdere dochters hebt. Omgekeerd… je kunt een (jong!) meisje natuurlijk ook aan een oude man uithuwelijken tegen betaling van een nageslachtsgift. Negatief bezien: een soort pedofilie tegen betaling. Positief bezien: een eervolle regeling voor een vrouw die diensten verleend. Er zitten altijd twee kanten aan een verhaal. Maar het blijft vrouwenhandel.
Het principe van reciprociteit bemoeilijkt ook de ontbinding van een huwelijk. Als een huwelijk door scheiding uiteenvalt, moet de bruidsschat of nageslachtsgift worden terggegeven. Bovendien zit de familie van de vrouw vaak niet te wachten op haar terugkeer. Ze kost weer geld, en als bruid is ze mislukt. Schande! In machoculturen kan dat leiden tot het uit eerwraak verminken of zelfs doden van de vrouw.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie