Niet: “Waarom dit gedrag?”
Maar: “Waarom deze pijn?” — ook in de jeugdbescherming
“Vraag niet: waarom deze verslaving?
Vraag: waarom deze pijn?”
— Gabor Maté
Deze eenvoudige, maar radicale zin doet iets belangrijks: hij haalt je weg bij het oordeel en brengt je terug bij de oorzaak. Niet: Wat is er mis met jou? Maar: Wat is jou overkomen — en wat probeert dit gedrag te repareren?
In de jeugdbescherming kijken we vaak nog andersom. We zien gedrag. Veel gedrag.
Ouders die ontploffen in gesprekken, of juist dichtklappen. Die mailen alsof hun leven ervan afhangt — omdat het soms ook zo voelt. Die wantrouwend worden, alles vastleggen, geen millimeter meer toegeven.
Moeilijk, zeggen we dan.
We zien ook gezinsvoogden die verharden. Kortaf, procedureel, dossier-gestuurd. Gesprekken worden teruggebracht tot vinkjes en risico’s. Minder bellen, meer schrijven. Minder uitleg, meer: “Dit is het besluit.” Ook dat lijkt moeilijk: hard, defensief, soms zelfs aanvallend.
De reflex is voorspelbaar:
Waarom doen ze zo?
Waarom is die moeder zo fel?
Waarom is die vader zo agressief?
Waarom is die gezinsvoogd zo afstandelijk?
Maar de betere vraag is: Waarom deze pijn?
Voor ouders is jeugdbescherming zelden een neutrale maatregel. Het raakt aan het grootste dat je hebt: je kind. In die context is gedrag vaak noodgedrag. Het zenuwstelsel hoort gevaar, en de blik vernauwt. Fight, flight, freeze. Je wordt sneller, feller, kleiner. Niet omdat je wilt escaleren, maar omdat je systeem op alarm staat.
En aan de andere kant van de tafel staat óók een mens in alarm.
Gezinsvoogden werken in een systeem dat al jaren onder druk staat: hoge caseloads, personeelstekorten, publieke kritiek, en de angst om iets te missen — en later “de schuld” te krijgen. In zo’n klimaat gaat een organisatie sturen op controle. Op papier. Op juridisch afdekken. En controle is zelden warm.
Dan ontstaat er een tragisch misverstand:
Ouders worden geconfronteerd met macht en onvoorspelbaarheid.
Professionals ervaren verantwoordelijkheid en kwetsbaarheid.
Beiden reageren vanuit nood. Beiden beschermen iets.
En ondertussen ontregelen ze elkaar.
Soms wordt dat misverstand zichtbaar in één besluit.
Neem een moeder met een dochter van vijf. Er is sprake van een vechtscheiding. De vader zit strak op de procedure: druk, dreiging, advocatenbrieven, klachten, escalatie. De moeder is niet perfect — wie is dat wel onder deze stress? — maar ze is bereikbaar, zorgt voor haar kind, werkt mee, en komt haar afspraken na. Ze is bang, maar niet onveilig voor haar kind.
Dan volgt plots een spoedmachtiging uithuisplaatsing. Snel, hard, met een toon alsof het al vaststond. De moeder begrijpt niet wat er ineens “acuut” is. Haar kind wordt meegenomen alsof zij de bedreiging is. Zelfs de advocaat uit het “andere kamp” begrijpt het niet, en vindt het moeilijk te rijmen met proportionaliteit.
En dan komt het oordeel van de kinderrechter: onbegrijpelijk dat, als vader geen goed genoeg ouderschap heeft laten zien, moeder níet de kans is gegeven om — met hulp — moeder te zijn.
Verklaar dit gedrag maar eens.
Of beter: durf te vragen wat eronder ligt. Waarom deze pijn?
Wat je aan de buitenkant ziet: een gezinsvoogd die strak trekt, weinig uitlegt, procedureel wordt, en de moeder als tegenpartij behandelt. De gebruikelijke reflex is: Waarom doet die gezinsvoogd zo?
Maar vaak is er niet één oorzaak.
- Het kan een systeemeffect zijn: druk, risicoregel, afdekcultuur.
- Het kan gaan om feiten die buiten beeld bleven.
- Het kan een relationele dynamiek zijn die onder hoge spanning ontspoort.
- En soms is er nóg een laag waar bijna niemand over wil praten: onverwerkte pijn bij de professional zelf.
Psychodynamisch kan het zo gaan:
Stel dat een gezinsvoogd zelf is opgegroeid in een omgeving vol spanning en onvoorspelbaarheid, waar niemand ingreep. Waar wachten betekende dat het misging. Onder hoge druk — caseload, dreiging, angst om te laat te zijn — kan het zenuwstelsel van de professional overschakelen naar overleven. Ingrijpen voelt dan als veiligheid. Controle wordt gezien als zorg. Niet als bewuste keuze, maar als een oud alarmsysteem dat het stuur overneemt.
Niet als oordeel over één persoon, maar als bekend patroon in stressberoepen: het verleden gaat meeschrijven zodra de druk oploopt.
De moeder wordt dan onbewust de drager van een oud verhaal. Niet langer een moeder in nood, maar iemand die je moet stoppen vóórdat het misgaat.
De professional raakt verstrikt in een innerlijke strijd die niet bij deze moeder begon:
Dit keer grijp ik wel in.
Dit keer laat ik het niet gebeuren.
Dit keer ben ík niet machteloos.
Onverwerkte jeugdproblematiek verdwijnt niet op de werkvloer — ze kan juist geactiveerd worden door stress, macht en verantwoordelijkheid. Zonder reflectie kan betrokkenheid omslaan in herhaling. Hulp verandert in strijd. Niet uit kwade wil, maar uit oude pijn.
Het ongemakkelijke is: jeugdbescherming wil trauma voorkomen, maar kan zélf als traumatisch worden ervaren.
Trauma groeit op onvoorspelbaarheid, eenzaamheid en machteloosheid. Als criteria onduidelijk zijn, gezichten wisselen, en besluiten vallen zonder dat je begrijpt waarom, gaat het alarmsysteem aan.
En zonder veiligheid is er geen samenwerking — alleen strategie.
Strijden. Winnen. Overleven.
Wat zou traumabewuste jeugdbescherming dan doen?
Niet softer — slimmer.
- Eerst de temperatuur omlaag, dan pas beslissen.
- Radicale voorspelbaarheid bieden.
- Zo veel mogelijk één gezicht.
- Echte participatie.
- En vooral: reflectieve ruimte — niet als luxe, maar als veiligheidsvoorwaarde.
Denk aan intervisie, supervisie, moreel beraad, teamreflectie — plekken waar professionals hun eigen alarm leren herkennen vóórdat het beleid wordt.
Zodat nabijheid niet verdwijnt in afdekking.
Zodat macht niet verward wordt met veiligheid.
Niet: “Waarom dit gedrag?”
Maar: “Waarom deze pijn?”
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.


Geef een reactie