Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Het boeddhisme heeft vooral in Azië veel invloed op daar heersende culturen en het heeft daar ook grote invloed op de ontwikkeling van individuele mensen in de maatschappij, ongeacht of ze zichzelf ‘boeddhist’ vinden of niet. En tegenwoordig begint het boeddhisme invloed uit te oefenen op de Nederlandse cultuur en de ontwikkeling van individuen in de Nederlandse maatschappij. Reden genoeg voor het Boeddhistisch Dagblad om in een reeks artikelen aandacht aan antropologie te besteden.
Het gezin
Volgens sommige politieke partijen is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Die gedachte haakt aan bij overgeleverde normen en waarden. Maar wat is eigenlijk een gezin? Bestaat een gezin altijd uit een man en een vrouw, met een of meer door de man bij de vrouw verwekt(e) kind(eren)? Gezellig, samen in één woning, met een tuintje en een huisdier? Huisje, boompje, beestje? Zoiets? Of kan een gezin ook zijn: Twee mannen met drie geadopteerde kinderen? Twee vrouwen met samen één man, zonder eigen kinderen maar wel liefdevol zorgend voor alle kinderen uit de buurt? Zeg het maar… Er zijn allerlei variaties.
Antropologen bestuderen mensen, en het is vanzelfsprekend dat antropologen ook gezinnen, bestuderen. Binnen de antropologie heeft men het tegenwoordig over ‘kerngezin’ en ‘de in het verlengde van het kerngezin liggende familie’ (extended family): opa’s en oma’s, ooms en tantes, neven en nichten. Dat klinkt simpel, maar dat is het lang niet altijd omdat er ook situaties zijn met slechts één ouder, twee mamma’s of twee pappa’s, adoptieouders, pleegouders, stiefouder(s), stiefbroers en – zussen, halfbroers en -zussen; vier in plaats van twee opa’s en oma’s, en ga zo maar door.
Volgens de antropologie heeft een gezin te maken met vier verschillende zaken: seksualiteit, reproductiviteit, opvoeding en economie. Het bestaan van gezinnen regelt of ziet toe op seksueel gedrag. Regelen en ‘toezien op’ zijn wel verschillende zaken. Het gaat om kwesties als: wel of geen vaste partner(s), regelmaat, gelijkwaardigheid, en ga zo maar door. In vroeger tijden was het bijvoorbeeld (vooral voor het manvolk) normaal om naast de huwelijkspartner ook een minnares, (voor de hogere kringen: maîtresse of courtisane) te hebben om aan de seksuele behoeften te kunnen voldoen. Die minnaars en dergelijke behoorden niet tot ‘het gezin’. De vrouwen moesten het doen met een minnaar, gigolo of ‘de melkboer’. Vrouwen waren vooral belangrijk voor het baren van nageslacht, naast het goedschiks of kwaadschiks (verkrachting binnen het huwelijk) tegemoetkomen aan de mannelijke lusten.
Het gezin – in welke vorm ook – is verder belangrijk voor de opvoeding en educatie van kinderen. Hoewel… het is maar hoe je opvoeding en educatie benaderd. Er zijn volken die de opvoeding van kinderen niet alleen aan gezinnen overlaten, maar als een opdracht voor iedereen: “It needs a community to raise a child!” (Je hebt een gemeenschap nodig om een kind op te voeden.) En educatie vindt tegenwoordig vooral op instituties zoals scholen plaats. Of via social media…buiten toezicht en invloed van pappa en mamma. Past daar “helaas” bij of juist “gelukkig”?
Het economisch aspect van ‘het gezin’ is in de loop der jaren verschoven en verschuift waarschijnlijk verder. Er zijn in Nederland steeds minder gezinnen met slechts één kostwinnaar (dat was vroeger doorgaans de man). Gezinnen met tweeverdieners zijn anno 2025 in de meerderheid, met alle maatschappelijke effecten van dien. Of dat positief of negatieve effecten zijn, dan wel van allebei wat, is niet aan de antropologie om te beantwoorden.
Ouders beleven een gezin per definitie anders dan kinderen. Iedere pappa en mamma ervaart het gezin als: ik + mijn partner (als die er is) + mijn kind(eren) + mijn familie. Een kind ervaart het gezin als: ik, mijn pappa en mamma (al dan niet beide aanwezig) en mijn broers en zussen (als die er zijn) + mijn familie. Let op: ‘mijn familie’ is voor een ouder altijd anders dan voor een kind. Schoonvader en –moeder voor de een zijn gewoon opa en oma voor de ander. Net als schoonzus en zwager voor de een oom en tante zijn voor de ander. Door echtscheidingen en dergelijke kunnen er zeer complexe verbanden ontstaan.
Soms leven familieleden bij elkaar onder één dak of op één erf. De redenen kunnen verschillend zijn: mantelzorg, oppaszorg, een familiebedrijf runnen, samen sterk staan en ga zo maar door. Samenwonen met meerdere generaties vraagt van iedereen iets. Daardoor heeft ieder gezin ‘zwakke’ en ‘sterke’ bepalers van wat getolereerd wordt en wat niet. Hoe het ook zij, HET gezin als hoeksteen van de samenleving is geen vanzelfsprekendheid. De leden hebben invloed op elkaars wel en wee, op elkaars reilen en zeilen, elkaars gezondheid, ontwikkeling, identiteits(mis)vorming, normen en waarden … op wat niet eigenlijk. We komen er later ongetwijfeld weer op terug.
(Wordt dus vervolgd)


Geef een reactie