Een boeddhabeeld aan de rand van de Romeinse wereld
In 2022 deden archeologen, die al jaren opgravingen uitvoeren in de Egyptische havenstad Berenike, aan de kust van de Rode Zee, een opmerkelijke ontdekking. Ze vonden er een marmeren beeld van de Boeddha. Het beeld is ongeveer 71 cm hoog en vertoont alle kenmerken van de boeddhistische kunst uit Gandhāra: een stijl die sterk beïnvloed werd door de Griekse beeldhouwkunst, maar tegelijk lokale en religieuze tradities integreerde.
De Boeddha is afgebeeld in een klassiek, soepel vallend gewaad, met achter het hoofd een halo. De houding en de drapering doen sterk denken aan Grieks-Romeinse beeldtaal. Het beeld zou zonder moeite kunnen passen in een klassieke tempel- of stedelijke context. Dat is geen toeval: het werd gevonden in een Romeins tempelcomplex, vermoedelijk gewijd aan de godin Isis. Op stilistische en archeologische gronden wordt het beeld doorgaans gedateerd tussen 90 en 140 na onze jaartelling.
Het belang van deze vondst kan moeilijk overschat worden. Voor zover we vandaag weten, gaat het om het meest westelijk ontdekte Boeddhabeeld uit de Romeinse tijd, en mogelijk om het vroegste overtuigende boeddhistische cultusbeeld dat zo ver buiten Zuid- en Centraal-Azië is aangetroffen.
Handel, niet missie
De Berenike-Boeddha werd niet in één keer opgegraven. Al in 2018 kwamen fragmenten aan het licht, maar pas later werd duidelijk dat ze samen een Boeddhabeeld vormden. Vermoedelijk werd het beeld vervaardigd in Alexandrië, uit marmer dat vanuit Klein-Azië naar Egypte werd ingevoerd.
De vondst bewijst niet dat Egypte in deze periode een georganiseerde boeddhistische cultus kende. Ze wijst wel op iets anders: de intensieve handelscontacten tussen India en het Romeinse rijk. Historicus William Dalrymple merkt in The Golden Road op dat de belastingen op Indiase koopvaardijschepen die aanmeerden aan de Rode Zee, naar schatting tot een derde van de Romeinse staatsinkomsten konden bijdragen. Rome was verzot op Indiase producten: peper, edelstenen, ivoor, sandelhout, teak en luxetextiel. Omgekeerd zijn in India grote hoeveelheden Romeinse gouden munten teruggevonden.
Het boeddhisme speelde waarschijnlijk een niet te onderschatten rol in deze handelswereld. Het vedisch-brahmaanse milieu stond traditioneel wantrouwig tegenover zeevaart en langdurig contact met ‘buitenstaanders’. Het boeddhisme daarentegen ontstond in een stedelijke, kosmopolitische context, vond steun bij handelaars en stelde zich relatief open en universeel op. Boeddhistische netwerken volgden vaak dezelfde routes als de handel zelf. De oproep om de dharma in alle windrichtingen te verspreiden, past opvallend goed in die context.
Kleine gemeenschappen, grote netwerken
De Boeddha van Berenike is waarschijnlijk besteld door een Indiase handelaar, zelf boeddhist, mogelijk als dankoffer voor een behouden overtocht. Berenike was een cruciaal knooppunt in het netwerk van de Indo-Romeinse zeehandel. Op dezelfde site zijn ook Sanskrietinscripties gevonden en voorstellingen die verwijzen naar vedische tradities. Dat alles wijst op de aanwezigheid van kleine gemeenschappen van Indiase handelaars in Egypte.
Het is niet ondenkbaar dat zij, tijdelijk of langdurig, hun religieuze praktijken voortzetten. Dat betekent echter niet dat we mogen spreken van een blijvende, institutionele aanwezigheid van het boeddhisme in het Egyptische deel van het Romeinse rijk. Er zijn geen sporen van kloosters, teksten of een duurzame sangha. Wat we zien, is mobiele religie, gedragen door mensen die zich langs handelsroutes verplaatsen.
Wederzijdse beïnvloeding
Berenike vertelt opnieuw het verhaal van wederzijdse culturele beïnvloeding. Dat zagen we al bij het ontstaan van Boeddhabeelden zelf, die voor het eerst verschenen in de Grieks-Bactrische koninkrijken na de veroveringen van Alexander de Grote. Daar werd de Boeddha voor het eerst in volledig menselijke, klassiek-Griekse vorm afgebeeld.
Misschien zien we zulke kruisbestuiving ook in de filosofie. Al blijft het speculatief, wordt vaak gewezen op Pyrrho van Elis, die Alexander in de vierde eeuw v.o.j. vergezelde en volgens latere bronnen Indische asceten ontmoette. Of dat boeddhisten waren, weten we niet. Wat wel opvalt, is dat Pyrrho’s sceptische levenshouding, gericht op het opschorten van oordelen en het bereiken van innerlijke onverstoorbaarheid (ataraxia), opmerkelijke parallellen vertoont met boeddhistische ideeën over lijden en bevrijding. Een anekdote vertelt zelfs dat Pyrrho urenlang roerloos kon zitten, overtuigd dat dit leidde tot een leven zonder lijden.
De Boeddha van Berenike is geen bewijs van bekering, maar van ontmoeting. Hij herinnert ons eraan dat de antieke wereld minder gesloten was dan we vaak denken en dat ideeën, net als mensen en goederen, grenzen overstaken.


Geef een reactie