Er hangt iets in de lucht.
Geen acute ramp, geen duidelijke vijand, maar een diffuus gevoel dat we de richting kwijt zijn. Veel mensen herkennen het: onrust zonder duidelijke oorzaak, vermoeidheid die dieper zit dan slaaptekort, een leegte die blijft. Alsof het innerlijk kompas hapert.
Neem een vrouw die na een periode van ziekte en verlies steeds minder de deur uitging. Eerst vielen werkcontacten weg, daarna vrienden. Dagen werden stiller, overzichtelijker misschien, maar ook smaller. Tot ze op een woensdagochtend aarzelend binnenstapte bij een ontmoetingsplek in de wijk. Geen intake, geen dossier. Alleen koffie, mensen, een vrijwilliger die haar bij naam onthield. De eerste weken zei ze weinig. Ze kwam toch. Misschien is dat al oefening: blijven verschijnen.
Iemand schoof aan. Na een maand hielp ze mee met soep snijden. Later begeleidde ze zelf een nieuwkomer naar binnen. Geen wonderbaarlijke genezing — wel weer deel van iets.
Wie om zich heen kijkt, ziet hoe nodig dit is. Eenzaamheid, burn-out, angst en wantrouwen nemen toe. We zijn drukker dan ooit, maar niet vanzelfsprekend dichter bij elkaar. Veel psychische nood ontstaat in de ruimte tussen mensen: waar het netwerk ontbreekt dat je draagt. In het geloof dat je pas mag aankloppen als het echt misgaat.
Alsof we tegelijk twee bewegingen zien: meer individuele druk én minder vanzelfsprekende nabijheid. En nu is daar AI. Systemen die schrijven, samenvatten, adviseren, soms zelfs troosten. Wat ooit typisch menselijk leek, wordt in rap tempo reproduceerbaar. Dat roept ongemak op — en misschien is dat ongemak terecht. Niet omdat technologie ons vervangt, maar omdat zij ons dwingt opnieuw te kijken naar wat niet geautomatiseerd kan worden: wederkerigheid, nabijheid, betekenisvolle aanwezigheid.
De reflex is vaak om de crisis te beantwoorden met meer systemen: extra zorgprogramma’s, nieuwe protocollen, digitale oplossingen. Soms is dat nodig. Maar wie met mensen werkt, weet dat veel problemen niet beginnen met een tekort aan zorg, maar met een tekort aan ontmoeting.
Daarom is community building geen zachte hobby, maar essentiële infrastructuur. Dat vraagt niet alleen goede wil, maar ook ruimte, tijd en structurele financiering. Samenhang in wijken is geen bijzaak, maar een beschermlaag tegen vervreemding, eenzaamheid en escalatie.
Het begint bij laagdrempelige plekken: ontmoetingsruimtes met vaste momenten en vaste gezichten. Waar je niet hoeft uit te leggen waarom je er bent. Waar zorg niet start bij een diagnose, maar bij een kop koffie. Continuïteit is hier geen luxe, maar vertrouwen in praktijkvorm.
Daaromheen is community support nodig: mensen die het informele en het formele verbinden. Die meegaan naar een afspraak, helpen bij papierwerk, of simpelweg blijven vragen hoe het gaat. Klein werk, vaak onzichtbaar, maar cruciaal om te voorkomen dat iemand opnieuw verdwijnt.
En dan is er integrated community care: samenwerking tussen welzijn, huisarts, GGZ, wijkteam, woningcorporatie, schuldhulp en school. Niet als vergaderstructuur, maar als netwerk rond een huishouden. Eén verhaal, korte lijnen, warme overdracht — juist wanneer het overzicht ontbreekt.
In een tijd waarin AI steeds meer kan, is dit misschien de meest menselijke keuze: investeren in datgene wat niet te automatiseren is. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Van betekenis zijn wordt dan iets eenvoudigs: ergens bij horen en iets kunnen bijdragen. Authenticiteit wordt: durven verschijnen zonder masker van succes. Samen wordt: elkaar zien vóórdat er een crisis is.
Misschien ligt daar een antwoord op ons tijdsgevoel. Niet in het grote nieuwe verhaal, maar in het herstellen van het weefsel van verbondenheid. Niet alleen individuele veerkracht, maar collectieve draagkracht.
AI laat ons zien wat mogelijk is. De vraag is of wij opnieuw kiezen voor wat noodzakelijk is: een samenleving waarin mensen elkaar dragen — in wijken, in gemeenschappen, in het gewone leven.
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.


Geef een reactie