Heel wat (ex-christelijke) atheïsten met een spirituele interesse komen uit bij een (vaak verwesterde) vorm van boeddhisme. Zij waarderen de Boeddha als een filosoof die inzag dat de werkelijkheid een proces is van onderling verbonden fenomenen of als een empirisch psycholoog die de werking van de menselijke geest doorgrondde. Maar ook sommige christenen voelen zich aangesproken door het boeddhisme. Wie is de Boeddha voor hen? Welke invloed heeft dat op hun beeld van Jezus? En wat een leert een vergelijking tussen Jezus en de Boeddha over hen?

Christendom en boeddhisme: Overeenkomsten en verschillen. Parallelle uitspraken

De Amerikaanse ‘nieuwtestamenticus’ Marcus Borg verzamelde samen met zijn boeddhistische landgenoot Jack Kornfield honderd treffend parallelle uitspraken van en verhalen over Jezus en de Boeddha. Een summiere selectie ter illustratie.

Jezus: “De geboden kent u: ‘Niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen, niemand oplichten, uw vader en uw moeder eren.” (Marcus 10:19)

Boeddha: “Onthoud je van doden, en neem niet wat je niet gegeven wordt. Onthoud je van onkuisheid en van leugenachtige taal. Aanvaard goud noch zilver.” (Khuddakapatha 2)

Jezus: “Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen een ander zeggen, ‘Vriend laat me de splinter weghalen die in je oog zit’, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Schijnheilige, haal eerst de balk uit je eigen oog; pas dan zie je scherp genoeg om de splinter weg te halen die in het oog van de ander zit.” (Lucas 6: 41-42)

Boeddha: “Het is veel gemakkelijker de fouten van anderen te zien dan je eigen fouten; andermans fouten vallen gemakkelijk op omdat ze gezift worden als kaf, maar het is moeilijk om je eigen fouten te zien. Dat lijkt op de valsspeler die zijn eigen dobbelstenen verbergt en naar de dobbelstenen van zijn tegenspeler wijst, om de aandacht te vestigen op de tekortkomingen van de ander, omdat hij er voortdurend op uit is hem te beschuldigen.” (Udanavagra 27:1)

Jezus: “Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze stelen.” (Mattheus 6: 19-20)

Boeddha: “Laat de wijze man rechtschapen handelen: hij verzamelt een schat die hij met niemand kan delen, die geen dief kan stelen; een schat die niet vergaat.” (Khuddakapatha 8:9)

Jezus: “Want uit het hart komen slechte gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. Dat zijn de dingen die mens onrein maken; met ongewassen handen eten maakt de mens niet onrein.” (Mattheus 15: 19:20)

Boeddha: “Men wordt niet zuiver door zich te wassen, zoals de meeste stervelingen in deze wereld dat doen; hij die elke zonde verwerpt, groot en klein, hij is een brahmaan die de negativiteit van zich heeft afgeworpen.” (Udanavagra 33: 13)

Gelijkenissen

Borg ziet in Jezus en de Boeddha twee universele wijsheidsleraren: “Jezus en de Boeddha waren leraren van wijsheid die de wereld ontwrichtte, die de conventionele wijze van inzicht en bestaan ondermijnde en in twijfel trok, zowel in hun eigen tijd als in welke tijd dan ook. Hun revolutionaire inzichten kwamen tegelijk overeen met alternatieve wijsheid: zij onderwezen een weg of een pad van transformatie.”

De wijsheid van de Boeddha wordt samengebald in de vier Edele Waarheden waarvan de vierde het Achtvoudige Pad is. De beweging rond Jezus werd aanvankelijk ‘de weg’ genoemd. Jezus belichaamde volgens het evangelie van Johannes ‘de weg’. Hun verkondigingen over die weg vertonen drie belangrijke raakpunten:

Ten eerste draait het bij beiden om een nieuwe manier van waarneming of om het leven anders te bekijken. Jezus probeerde deze andere manier van kijken over te brengen met aforismen en parabels. De omschrijving van de Boeddha als de Ontwaakte of de Verlichte verwijst naar het kapitale belang van een nieuwe manier van inzicht.

Ten tweede brengen de paden die ze voorstaan een proces van psychologische of spirituele transformatie met zich.

Borg vat kernachtig het boeddhistische transformatieproces samen: “De weg van de Boeddha maakt een heroriëntatie noodzakelijk van iemands leven van ‘vastgrijpen’ (de oorzaak van lijden) naar ‘loslaten’ van begeerten (het pad van de bevrijding van lijden).”

Jezus heeft zijn visie niet zo systematisch uitgewerkt als de Boeddha (hij kreeg daartoe de tijd niet) maar verwijst met zijn eigen beelden naar hetzelfde pad. Het loslaten – de bevrijding van oude levensgewoonten en wedergeboorte of verrijzenis in een nieuwe levenswijze – wordt omschreven als het ‘afsterven’, het opgeven een zelfgericht bestaan.

De derde overeenkomst tot slot is dat deze transformatie op ethisch vlak leidt tot mededogen en (naasten)liefde.

Waarop berusten deze overeenkomsten? Er bestaan allerlei fascinerende maar weinig waarschijnlijke theorieën dat Jezus op een of andere manier boeddhistisch onderwijs zou gekregen hebben. De meer aannemelijke verklaring is dat ze een gemeenschappelijke ervaring van het sacrale hadden die hen transformeerde.

Maar verwierp de Boeddha het bestaan van God niet terwijl die voor Jezus uitermate belangrijk was? Wat de Boeddha duidelijk verwierp was het bestaan van een persoonlijke God, de schepper van het universum. Maar hij erkende wel degelijk het bestaan van een sacrale dimensie. Binnen de joodse en christelijke mystiek verwierp men vaak de bovennatuurlijke God, maar had men het over de ‘God voorbij God’, ook wel aangeduid met ‘de Godheid’. Deze Godheid is wat Borg bedoelt met het sacrale.

De overeenkomsten tussen de Boeddha en Jezus komen dus voort uit een algemeen menselijke religieuze ervaring. Dit wil niet zeggen dat het boeddhisme en christendom identiek zijn. Het zijn, zoals een hedendaagse wetenschappelijke definitie van religie zegt, verschillende ‘cultureel-taalkundige tradities’ met een eigen beeldspraak, mythes, rituelen en andere praktijken. Maar ze gaan wel terug op dezelfde religieuze ervaring. Voor de volledigheid moet ik wel opmerken dat niet alle christenen en boeddhisten deze mening delen.

Verschillen

Een belangrijk verschil volgens Borg is dat Jezus naast genezer en wijsheidsleraar ook een sociaal profeet was. Daardoor kwam hij in conflict met de politieke en religieuze autoriteiten en formuleerde hij een alternatieve sociale visie wat leidde tot zijn terechtstelling. Zijn publieke optreden was dan ook beperkt tot maximaal vier jaar (en misschien slechts één jaar). Dit had overigens ook gevolgen voor de beweging rondom hen.

De Boeddha was enkele decennia actief en had dus ook meer tijd om zijn leer uit te werken en de beweging te organiseren. Mocht Jezus enkel een genezer en wijsheidsleraar zijn geweest dan zou hij nog volgens Borg waarschijnlijk niet zijn terechtgesteld. In welke mate de Boeddha ook een alternatieve sociale visie had is onderwerp van discussie onder boeddhisten en wetenschappers. ‘De sociale dimensie van het vroege boeddhisme’ voor de verschillende standpunten) maar Borg meent dus van niet.

Borg ziet twee verklaringen voor dit verschil. Jezus stond in een traditie van profeten wiens religieuze boodschap een sociaal protest bevatte. Ook hadden Jezus en de Boeddha een verschillende sociale achtergrond. De Boeddha was geboren in de leidende klasse van de maatschappij, Jezus aan de onderkant. Hij kende de problematiek van sociale onrechtvaardigheid en uitsluiting aan den lijve. Dit blijkt ook uit zijn achterban. Jezus was voornamelijk actief op het platteland en onder de maatschappelijk uitgeslotenen. Een analyse van de sociale afkomst van de eerste boeddhistische monniken toont dat zij voornamelijk afkomstig waren uit de hogere kasten van de priesters en krijgers.

Christenen over de Boeddha

Het boek ‘Buddhists Talk about Jesus. Christians talk about the Buddha’ (Rita Gross & Terry C. Muck; eds) bundelde een reeks essays van vier boeddhisten over Jezus en vier christenen over de Boeddha. Ik vat de visie van twee christenen op de Boeddha samen.

Terry Muck

De christelijke godsdienstwetenschapper Terry Muck heeft een diep respect voor de Boeddha. Hij beschouwt hem als een geniaal religieus leraar die met zijn Vier Edele Waarheden tot de essentie van de psychologie van het menselijke bestaan doordrong. Ook waardeert hij het engagement en de energie waarmee hij het religieuze pad naar het inzicht in die Waarheden bewandelde. Zoals wel meer Westerlingen heeft Muck het wel moeilijk dat hij daarvoor vrouw en kind achterliet, zelfs in de wetenschap dat gezien hun sociale status en het clanleven in die dagen zij geen materiële tekortkomingen hoefden te vrezen. Hoewel ze duidelijk van elkaar verschillen, lijken toch de Boeddha en Jezus tot dezelfde ‘categorie’ te horen. Wanneer je het Achtvoudige Pad vergelijkt met de Bergrede komen heel wat overeenkomsten aan het licht. Het verschil zit hem in de rol die ze spelen binnen hun traditie: de Boeddha toont het Pad, Jezus is het Pad.

Maar Muck wijst ook op dit belangrijk punt: onder boeddhisten respectievelijk christenen bestaan er onderling heel verschillende visies op de centrale figuur in hun religieuze traditie. Boeddhisten verschillen onderling van mening over de Boeddha-natuur, over de verering van de Boeddha en de rol van de Boeddha in de menselijke bevrijding. Christenen zijn het onderling oneens over de goddelijke en menselijke status van Jezus, over zijn uniciteit en over de rol die hij speelt in de menselijke verlossing.

Bovendien is er nog de volgende ironie: “The popular Buddhist approach tends to produce a godlike Buddha in a religious tradition that insists on his humanity, and the popular Christian approach to Jesus tends to a very human Jesus in a religious tradition that insists on Jesus’ divinity.’”

Hoewel volgens de christelijke dogmatiek Jezus de tweede persoon is binnen een goddelijke triniteit is hij voor vele gelovigen een menselijke leraar en gids en zelfs een persoonlijke vriend. Binnen het volksboeddhisme wordt de Boeddha als een quasi-God vereerd terwijl (zeker binnen het Theravada-boeddhisme) hij een mens is die iets gerealiseerd heeft wat elk mens in principe met de nodige inspanning kan. Binnen het zenboeddhisme wordt er op gewezen dat een te grote verering van de Boeddha zelfs een obstakel kan vormen, wat uitgedrukt wordt in het bekende gezegde “If you meet the Buddha kill him.”

Dit alles uit zich ook in de manier waarop we (ook in dit artikel) over hen spreken: we noemen Jezus vertrouwelijk bij zijn voornaam (niet bij zijn titel de Christus of de Gezalfde) en over de mens Gotama spreken we voortdurend met zijn titel de Boeddha of Ontwaakte.

Elizabeth J. Harris

De Britse methodistische Elizabeth J. Harris werd tijdens een bezoek aan Sri Lanka diep geraakt door een Boeddhabeeld. Dit leidde tot een zevenjarige studie van het boeddhisme in Sri Lanka. Ze beoefende meditatie onder leiding van boeddhistische leraren, nam deel aan devotionele tempelrituelen en participeerde aan pelgrimstochten.

Hoewel ze in de eerste plaats een christen bleef, werd de Boeddha een deel van haar leven. In de grote variëteit binnen het boeddhisme zijn er heel wat visies op de Boeddha ontwikkeld (van de historische Boeddha tot de kosmische Boeddha) maar wat ze gemeenschappelijk hebben is de Boeddha als belichaming van mededogen en wijsheid en als diegene die de aard van de werkelijkheid en het menselijke lijden doorzag en een pad van bevrijding uit dat lijden leerde. De Boeddha is een mens en tegelijk ook meer in de zin dat hij verlicht was. Deze verlichting was de vrucht van talloze levens van zelfopoffering en ethische deugdzaamheid. Boeddhisten zien het leven als een voortdurende stroom van dood en wedergeboorte.

Harris beoefende de Dharma (deze Sanskriet term verwijst naar de werkelijkheid en de boeddhistische leer die leidt tot inzicht in die werkelijkheid) binnen het Theravada -boeddhisme, de oudste nog bestaande stroming binnen het boeddhisme. Naast Sri-Lanka is die nog te vinden in Cambodja, Thailand, Myanmar en Laos. De Boeddha die Harris in de oudste teksten, de zogenaamde Pali canon (Pali is een oud-Indische taal) vond, was een nuchtere, praktische en meedogende persoon die de mensen vooruit probeerde te helpen. Dit engagement komt ook tot uiting in de boeddhistische kunst, iconografie en devotie.

De typische vredevolle glimlach van de Boeddha is geen uiting van onverschilligheid of apathie maar van wijsheid en mededogen. Ze nam zijn inzicht in de destructieve consequenties van het egocentrische krampachtige verlangen dat gebaseerd is op de illusie van een permanent bezit, geluk of lichaam aan. Ze plukte de vruchten van de beoefening van ‘mindfulness’ waar de Boeddha zo de nadruk op legde. Maar toch is ze geen boeddhist. Ze gelooft immers dat de Boeddha niet de volledige waarheid van het menselijk bestaan heeft doorgrond. Er is immers voor haar ook Jezus en zijn relatie met God. Ze gelooft nog steeds in een ‘andere macht’ en de genade van God.

Een boeddhistische Jezus

Er zijn christenen die nog een stap verder gaan en vanuit hun ervaring met het boeddhisme tot een andere visie op Jezus komen.

Tom Chetwynd

Tom Chetwynd (1938-2012) was een Brits auteur die zenboeddhisme (voor de kenners: binnen de Rinzai traditie) en christendom combineerde. Hij zag Jezus als een soort zenmeester die meditatie onderwees en zijn toehoorders met aforismen en parabels probeerde wakker te schudden zoals zenmeesters dat met hun ‘koans’ (paradoxale uitspraken en verhalen) doen.

Vanuit zijn zenbeoefening herbekeek Chetwynd de christelijke contemplatieve traditie. In zijn zuiverste vorm verschilt contemplatief gebed niet van zenmeditatie. Bij het gebed denken de meeste mensen aan een vraaggebed maar binnen de christelijke traditie wordt deze gebedsvorm als de laagste vorm beschouwd. Wanneer we kijken naar de praktijk van de woestijnvaders (de eerste christelijke monniken die vanaf de derde eeuw in de Egyptische woestijn leefden) wordt contemplatief gebed opgevat als een gebed zonder enige gedachte of beeld. In de evangeliën staat regelmatig te lezen dat Jezus zich in eenzaamheid terugtrok om te bidden – een gegeven waar veel te weinig aandacht aan wordt besteed. Volgens Chetwynd was dit een contemplatief gebed of meditatie. Binnen zen leidt meditatie tot een ervaring van zuivere geest (‘samadhi’). In die geestestoestand kan dan Verlichting (‘Satori’) doorbreken. In het christendom wordt dit proces omschreven als volgt: contemplatief gebed leidt tot een zuiver hart (volgens de vroegchristelijke traditie de zetel van de geest) en vervolgens tot het Koninkrijk der Hemelen. Satori en het Koninkrijk zijn indien niet identiek dan toch gelijksoortige ervaringen.

Binnen het zenboeddhisme is er een keten van meester op leerling waarin deze ervaring van satori wordt doorgegeven. Chetwynd probeert binnen het christendom een gelijkaardige keten op te stellen die begint bij Jezus en via de Woestijnvaders naar de Grieks-Orthodoxe monniken leidt. In het Westen stopt de traditie bij de anonieme auteur van de ‘Cloud of Unknowing’ uit de 14de eeuw (dat nog steeds een standaardwerk is). Men vermoedt dat dit een monnik uit het noorden van Engeland was waar het Keltische christendom nog voelbaar was. Nadien waren er in het Westen van Europa nog wel grote spirituele figuren, zoals Ignatius van Loyola en Theresa van Avila maar zij lieten instituten na en geen opvolgers.

Op deze voorstelling van zaken door Chetwynd vallen heel wat bedenkingen te formuleren: hij idealiseert de Zenketen die ook geïnstitutionaliseerd is, er zitten enorme gaten in de christelijke keten die hij opstelt en Theresa en Ignatius lieten meer dan alleen maar instituties na. Binnen het christendom heeft het contemplatieve gebed niet alleen voor geestelijken maar ook voor leken een nieuwe impuls gekregen door ‘Christelijke Meditatie’ van de benedictijnen John Main en Laurence Freeman (zie www.christmed.be) en ‘Centering Praying’ van de trappist Thomas Keating (zie www.centeringprayer.com ) van wie onlangs nog een boek naar het Nederlands werd vertaald.

Paul Knitter

De Amerikaanse theoloog Paul Knitter beschouwt zichzelf als een hybride. Hij is zowel een geëngageerd christen als een overtuigd boeddhist.

Hij heeft het moeilijk met de traditionele titels en kwalificaties van Jezus: “Wat bedoel ik, of wat zeg ik tegen mijzelf en mijn vrienden – vooral die uit andere godsdiensten – als ik verkondig dat Jezus de Zoon van God is, en dat hij de enige Zoon van God is, dat hij uit de hemel nedergedaald is om mens te worden, dat zijn ‘natuur’ goddelijk en menselijk tegelijk is, maar dat zijn ‘persoon’ alleen goddelijk is, dat zijn bloed ons gered heeft van onze zonden en de hemelpoort geopend heeft, dat hij fysiek opgestaan is uit zijn graf nadat hij gestorven was, dat hij op het einde der tijden fysiek zal terugkeren op een wolk, en dat de hindoe en de moslim die God kent en ‘gered’ wordt, alleen gered wordt dankzij Jezus?”

Al deze geloofsuitspraken zijn voor Knitter als men ze letterlijk neemt gewoon onzinnig. Maar religieuze taal is symbolische taal en dat geldt ook voor het spreken van Jezus als Zoon van God en de Redder. Maar wat betekent het dan symbolisch? Het boeddhisme bood hem de inspiratie om deze vraag te beantwoorden.

‘Boeddhologie’

Knitter schetst naar mijn aanvoelen een correcte ‘boeddhologie’, d.i. de wijze waarop binnen de boeddhistische traditie tegen de Boeddha wordt aangekeken.

Theravada-boeddhisten zien de Boeddha als een menselijke leraar. Rond zijn dertigste trok de Boeddha weg uit zijn vertrouwde omgeving om het vraagstuk van het menselijk lijden te doorgronden. Na vallen en opstaan bereikte hij de verlichting. Hij doorzag de oorzaken van het lijden en de weg om het te overstijgen. Wat hij deed kunnen wij ook. Daarin ligt zijn aantrekkingskracht: hij toont ons een weg die ook wij kunnen gaan.

Binnen het mahayanaboeddhisme wordt de Boeddha als leraar beschouwd maar tegelijk ook als veel meer. De Boeddha krijgt een verheerlijkte status waardoor hij een transformerende aanwezigheid kan zijn in het leven van mensen. In sommige gevallen gaat de menselijke kant van de Boeddha helemaal verloren. Er ontstond een heel pantheon van boeddha’s en bodhisattva’s. Een bodhisattva is een verlicht wezen dat anderen actief helpt om ook de verlichting te bereiken (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bodhisattva ).

Bekende voorbeelden van bodhisattva’s en boeddha’s zijn de bodhisattva Avalokiteshvara (die in China vervrouwelijkt werd tot Kwan-yin of ‘Zij die de kreten van de wereld hoort’) en de boeddha Maitreya, de boeddha die in de toekomst zal komen om de mensheid te redden. Het meest populair is de Amida boeddha. Zijn volgelingen hoeven enkel nog vol vertrouwen zijn naam te reciteren waarna ze zullen herboren worden in het Zuivere Land waar ze het Ontwaken of de Verlichting zullen realiseren.

Voor het mahayanaboeddhisme zijn al deze boeddha’s en bodhisattva’s even reëel als imaginair: hun uiterlijke realiteit is een weerspiegeling van onze innerlijke realiteit. Door zich met een boeddha of bodhisattva te identificeren (bijv. door visualisatie-oefeningen) mobiliseert de beoefenaar zijn eigen potentieel tot ontwaken en mededogen.

Dit potentieel wordt in het zenboeddhisme een centrale plaats toegekend als de Boeddha-natuur die niet alleen in alle mensen maar in de hele natuur aanwezig is. Als belichaming van deze Boeddhanatuur toont de Boeddha hoe ook andere mensen die kunnen realiseren.

Nog binnen het mahayanaboeddhisme ontwikkelde zich de leer van de ‘drie lichamen’ van de Boeddha. De drie lichamen (kaya) verwijzen naar de drie verschillende maar complementaire manieren waarop de Boeddha werkzaam was (en nog is).

Vooreerst had de Boeddha als historische persoon een fysiek lichaam of ‘Nirmanakaya’.

Daarnaast was er zijn ‘ware lichaam’ of ‘Dharmakaya’. ‘Dharma’ verwijst naar de hoogste werkelijkheid die de Boeddha door zijn Ontwaken ook belichaamde. Vandaar zijn uitspraak “Wie mij ziet, ziet de Dharma” (vergelijk Jezus: “Wie mij ziet, ziet de Vader”).

Het vermogen om de Dharma te belichamen en te communiceren bleef volgens de Mahayana-boeddhisten ook na de dood van de Boeddha bestaan. Het (spirituele) lichaam dat als het ware nog effectief aanwezig is wordt het ‘Sambhogakaya’ of ‘lichaam van de vreugde’ genoemd.

‘Boeddhistische’ christologie

Moeten we de Boeddha nu als een leraar of redder beschouwen? Als allebei meent Knitter.

Als we hem enkel leraar noemen dan bestaat het risico dat we hem zien als iemand die louter aan kennisoverdracht doet. Maar boeddhisten ‘vatten’ wat de Boeddha onderwijst niet enkel met hun hoofd maar met hun hele wezen. Als we hem enkel redder noemen, is er het gevaar dat we die redding zien als iets wat van buiten ons komt. Maar het Ontwaken is (ook bij aanhangers van Zuiver Land boeddhisme) een ervaring die we ons zelf eigen moeten maken. Samengevat: “Boeddha is een krachtig redder, omdat hij een goed leraar is.”

Toen hij dit inzag, realiseerde Knitter zich dat dit ook van toepassing was op Jezus als leraar (of openbaarder) en redder. Net zoals de Boeddha ons kan transformeren door zijn onderricht, doet Jezus dat door wat zijn woorden en daden aan ons openbaren.

Wat openbaart Jezus dan? Dat ook wij net zoals hij kinderen van God kunnen worden.

De kwalificatie ‘Zoon van God’ moeten we symbolisch en niet letterlijk opvatten: het “geklets over een God die afdaalt uit de hemel om een wezen te produceren dat over ‘twee naturen in één persoon’ beschikt” is niet meer nodig.

De goddelijkheid van Jezus vat Knitter op als gelijkaardig (maar niet identiek) aan het Ontwaken van de Boeddha. Het was iets dat in hem in potentie aanwezig was en dat hij heeft ontwikkeld. Knitter grijpt daarvoor terug naar wat door theologen de ‘Geest-‘ of ‘Wijsheidschristologie’ wordt genoemd. Daarbij wordt Jezus beschouwd als de belichaming en dus hoogste leraar van Gods wijsheid (die overigens in het Oude Testament als een vrouw wordt gepersonifieerd: ‘chokma’ in het Hebreeuws, ‘Sophia’ in het Grieks).

“Jezus was goddelijk, volgens deze vroege christologie, omdat hij enorm op de goddelijke Geest reageerde, omdat hij zich bewust was van de Geest in zijn innerlijk, er volledig mee in harmonie leefde en er daarom ook de volmaakte uitdrukking van was. (…) Wie Jezus ontmoette, ontmoette en voelde Gods geest.”

Of zoals de beroemde theoloog Karl Rahner het zag, de goddelijkheid van Jezus bestond er in dat hij zijn volle menselijke potentieel waarmaakte. En dat is waar ook wij naar verlangen.

De uniciteit van Jezus

Zoals we reeds zagen hebben veel boeddhisten het moeilijk met de exclusiviteitsaanspraken van vele christenen omtrent Jezus. Ook Knitter deelt het bezwaar. Het is blijkbaar niet voldoende voor sommige christenen dat Jezus voor hen de redder en openbaarder is, hij moet ook nog eens de enige, ware zijn.

Natuurlijk worden christenen op een bijzondere wijze geraakt en getransformeerd door de figuur en boodschap van Jezus – daarvoor zijn het christenen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen andere leraren en openbaarders geweest zijn (en nog zijn) die binnen hun culturele en historische context ons de weg naar het goddelijke (christelijke termen) en het Ontwaken (boeddhistische) tonen.

Dus christenen moeten erkennen dat ook figuren binnen andere religieuze tradities – naast de Boeddha bijv. Lao-Tse of Krisjna – de levens van mensen kunnen transformeren. Maar als we deze verschillende leraren zien als – om het in boeddhistische termen te formuleren – verschillende vingers die naar de maan (d.i. het Mysterie) wijzen, wil dit niet zeggen dat ze naar hetzelfde verwijzen. Eerder is het volgens Knitter zo dat ze verwijzen naar verschillende aspecten van het Mysterie (de verschillende delen van de maan in de beeldspraak). En dat maakt elk van hen uniek.

Wat maakt Jezus dan uniek in vergelijking met de Boeddha en anderen? Het antwoord vond Knitter bij de Jezuïet Alosius Pieris:

‘Op een poëtische manier zegt hij: ‘Jezus is Gods verdedigingspact met de armen.’ Evenals andere religieuze leiders en stichters, ervoer Jezus God of het Ultieme, als de kracht van de liefde. Wat Jezus’ ervaring echter onderscheidt, is dat de liefde van God in hem een voorkeur aan de dag legt voor die mensen in iedere maatschappij, over wie heen wordt gelopen, die verstoten, verwaarloosd of uitgebuit worden. Jezus belichaamt Gods voorkeursliefde voor de arme en de hongerige en de verstotene, en wel in zo’n mate dat hij als een van hen sterft (eigenlijk: zoals ieder van hen gestorven zou zijn, als hij de ogen had geopend, was opgestaan en zich had uitgesproken tegen de heersende machten).’

Dit gaat voor Knitter zo ver dat hulp aan diegenen die lijden in de wereld – zij die geen voedsel hebben of geen medicijnen voor hun kinderen – belangrijker is dan God. Wie God boven hen plaatst volgt als christen een misleidende weg. Knitter formuleert het allemaal in een verheven poëtische theologische taal maar zegt in grote lijnen het zelfde als Borg: Jezus en de Boeddha kenden een transformerende spirituele ervaring maar Jezus maakte deel uit van een profetische traditie die in India onbekend was.

De gepassioneerde Jezus en de passieloze Boeddha

Ik volg in grote lijnen de visie van Borg en Knitter over de gelijkenissen en het verschil tussen Jezus en de Boeddha. Maar ik denk dat ze een aspect over het hoofd zien wat ook de ironie waar Muck op wijst (boeddhisten die de mens Gotama vergoddelijken en christenen die de Christus-God vermenselijken) kan duiden.

Een zelfde boodschap in een andere context?

Jezus beschouwde vrouwen als gelijkwaardige gesprekspartners en ging vrijelijk met hen om in het openbaar. Dat lijkt vandaag evident maar was toen even ongehoord als een raciaal gemengd koppel dat hand in hand over straat liep tijdens de segregatie in de VS. Ook de Boeddha leefde in een misogyne patriarchale cultuur (die in India nog steeds actueel is). Niettemin erkende hij dat vrouwen evengoed verlicht konden worden en creëerde (na enige aarzeling en onder strikte voorwaarden) een nonnenorde.

De Boeddha beschouwde de kastenverschillen binnen zijn monnikenorde als irrelevant. Jezus had zoals bekend een grote empathie met de gemarginaliseerden en ‘kleine lieden’. De Boeddha had scherpe kritiek op de offercultus en de sociale pretenties van de Brahmanen. In heel wat teksten vormen ze zijn antagonisten zoals de farizeeën en schriftgeleerden in het evangelie.

De Boeddha was even kritisch voor een aantal sociale en religieuze conventies als Jezus. Toch werd Jezus als een maatschappelijke bedreiging ervaren en de Boeddha niet. Waarom?

Deels heeft dit met contextuele factoren te maken. De Boeddha was zelf afkomstig uit de hogere klasse net zoals de meeste van zijn monniken. Hij sprak de taal van de elite, kende hun omgangsvormen en gevoeligheden en kon diplomatisch zijn zaak verdedigen. De maatschappelijke veranderingen waren enorm maar zijn religieuze beweging werd door een groot deel van de bevolking als een goed antwoord daarop ervaren (ook hier zie voor details in DGB 499). Jezus daarentegen was niet alleen afkomstig uit de lagere klassen maar ook uit Galilea. Deze streek was pas laat in de geschiedenis gejudaïseerd en werd nog steeds als een broeinest van heidendom beschouwd door de Judeeërs (enkel de Samaritanen stonden in lager aanzien). Politiek bestond er een broos evenwicht tussen de joodse elite en de Romeinse bezetter. Een nationalistische opstand hing voortdurend in de lucht. Er was weinig nodig om als bedreiging te worden ervaren. Maar er speelde nog iets anders volgens mij.

Martin Luther King & Thich Nhat Hanh

Wie het evangelie met de Pali-canon vergelijkt, merkt een belangrijk verschil op tussen Jezus en de Boeddha. Jezus vertoont heel wat emoties: hij is bedroefd, kan zich ergeren, voelt medelijden, weent, ervaart angst en verlatenheid. Hij is een gepassioneerd mens. De Boeddha is dergelijke passies ontstegen. Passieloosheid geldt uitgesproken als ideaal. Hij wordt wel gekarakteriseerd als vriendelijk en geduldig maar komt daarbij eerder onpersoonlijk over. Voor een deel wordt dit in de hand gewerkt door de stijl van deze teksten. De persoonlijkheid van de mens Gotama verdwijnt achter standaardformuleringen, stereotypen en verheven titels. De enige situatie waarin hij uit zijn rol lijkt te vallen, is wanneer hij monniken die zijn leer foutief weergeven wegzet als dwazen. Ook Jezus kon zich ergeren aan het onbegrip van zijn leerlingen.

Deze gepassioneerdheid van Jezus leidt tot de cruciale tempelreiniging in Jeruzalem. Dat de Boeddha in een tempel amok zou maken door tafels omver te gooien en kooplui met touw buiten te jagen lijkt me onvoorstelbaar. Het is precies dat optreden in de tempel dat leidde tot zijn executie. Door zijn aanval op het tempelsysteem vormde hij een directe bedreiging voor zowel de priesterelite als de Romeinse bezetter. Het is dergelijk gepassioneerd optreden dat maakt dat Jezus zo makkelijk in het model van de profeet past en dat hij een grotere indruk van sociale bewogenheid nalaat.

Thich Nah Hanh

Wanneer ik denk aan dit onderscheid moet ik steeds denken aan het onderscheid tussen Martin Luther King en Thich Nhat Hanh. Martin Luther King is de vurige predikant die hoewel geweldloos toch de confrontatie met zijn sociale acties aanging met het racistische systeem in de VS. Niet toevallig werd hij vermoord toen hij de burgerrechtenbeweging een coalitie wou laten vormen met de vredesbeweging en de armenbeweging.

Thich Nhat Hanh is de minzaam sprekende boeddhistische monnik die innerlijke vrede predikt als voorwaarde voor maatschappelijke vrede. Zijn sociaal engagement uit zich apolitiek in het geven van het goede voorbeeld en liefdadigheid. Wat overigens tot politieke implicaties kan leiden: tijdens de oorlog in Vietnam richtte hij een beweging op die verwoeste huizen herstelde ongeacht de politieke voorkeur met als gevolg dat zijn beweging zowel door de militairen als communisten werd aangevallen.

Nu is het niet mijn bedoeling om hen tegen elkaar uit te spelen. Beiden hadden grote waardering voor elkaar. Thich Nhat Hanh vertelde dat hij bij zijn eerste ontmoeting met Martin Luther King onmiddellijk wist dat hij een heilige man was. King nomineerde op zijn beurt Thich Nhat Hanh voor de Nobelprijs voor de vrede. Ondanks hun verschillen herkenden ze dus iets gemeenschappelijk tussen hen. Ze waren verschillend op de ene manier maar toch gelijk op een andere. Ik durf vermoeden dat zoiets geldt voor Jezus en de Boeddha: gelijk en toch verschillend.

***

Marcus Borg & Jack Kornfield: Jezus & Boeddha. Parallelle uitspraken, Kunchab, 2002.
Tom Chetwyd: Zen and the Kingdom of Heaven. Refelections on the tradition of Meditation in Christianity and Zen Buddhism, Wisdom Publications, 2001.
Rita Gross & Terry C. Muck (eds): Buddhists Talk about Jesus. Christians Talk about the Buddha, Continuum, 1999.
Paul Knitter: Zonder Boeddha kan ik geen christen zijn, Ten Have, 2011.

Dit artikel verscheen eerder in De Groene Belg, een onafhankelijke uitgave van vzw Mediadoc.

Pascal Versavel (België, 1971) studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen. Hij is christelijk opgevoed en beoefende jarenlang de dharma binnen de Triratnabeweging. Hij is nu terug op verkenning binnen de christelijke mystieke traditie; voelt zich het best thuis binnen het spanningsveld tussen het boeddhisme, het vrijzinnig humanisme en het christendom; eindeloos gefascineerd door de figuur van Jezus van Nazareth. Maitres à penser: Ulrich Libbrecht en Ken Wilber.

Categorieën: Achtergronden, Boeddhisme, Godsdienst
Tags: , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Jezus en de Boeddha: Gelijk of verschillend?

  1. Kay schreef:

    Een prima artikel, alleen denk ik dat Boeddha eerst Christus heeft
    beïnvloed via de handelsroutes en later het Westen/christendom door kolonialisme het boeddhisme heeft beïnvloed.

    Waar we voor op moeten passen is wanneer religie als politieke ideologie gezien wordt, dat is het begin van alle ellende en intolerantie.

    De reactie op religieus geweld is vaak dat de terroristen niet de ware interpretatie van hun religie vertegenwoordigen. Net zoals dat wel werd gezegd over het socialisme: de Sovjet-Unie, Cuba, Noord-Korea, noem maar op – geen van allen toonden het ware socialisme. [Vreemd, dat hoor ik nou nooit iemand zeggen over het nazisme of het fascisme}. Dat kan allemaal zo zijn, maar ideologieën rechtvaardigen vroeg of laat de vreselijkste offers. Wie een goddelijke ordening wil verwezenlijken zal, niet anders dan iedere serieuze utopist, iedereen die zijn ideaal in de weg staat een kopje kleiner willen maken.

    Religie als spirituele bron is niet zo’n probleem, maar dat we voorzichtig moeten worden zodra mensen er een ideologie in denken te zien of maken. En dat gebeurt vaker dan ons lief is. Natuurlijk kunnen we berusten in de aanwezigheid van religieuz terrorisme. Een aanslag nu en dan, een paar doden die wegvallen tegen de statistieken van andere doodsoorzaken. Niet echt een probleem, toch? Bovendien gaat het toch slechts om een kleine minderheid van de moslims, dus blazen we – vergeef me de woordspeling – de zaak niet een beetje op?

    Tegen dergelijke relativisten zou ik zeggen: hangt u eens een poster met een geestige Mohammedcartoon voor uw raam. Of probeert u eens een producent te vinden voor een onschuldige, satirische film over het leven van de profeet. Praten we dan verder.

  2. kees moerbeek schreef:

    Kay door de bocht. Toch knap hoe je via boeddhisme en christendom bij Mohammedcartoons terecht komt.
    Wat een inkopper!

Menu