Tijdens het voetballen gebeurt soms iets bijzonders. We gaan volledig op in het spel. De omgeving verdwijnt naar de achtergrond. Er is alleen nog de bal, het team en de beweging van het spel. We zien waar de ander staat, spelen over, anticiperen en reageren. Zonder daar voortdurend over na te denken.
We noemen dat flow. Op zulke momenten zijn we nauwelijks met onszelf bezig. We spelen, en juist daardoor ontstaat verbondenheid.

