Op een dag werd in een van de Supermachten een nieuwe Capo gekozen. Zijn naam was Troef. Hij won met de leuze ‘Speel de Troefkaart!’. Troef was zijn hele leven makelaar in wolkenkrabbers geweest, en had daar stevig mee verdiend, hoewel niet altijd op een nette manier. Hij vond de tijd gekomen om Capo te worden. Wat hij van zakendeals had begrepen, wilde hij in de politiek toepassen.

