De jongeman keek haar met grote, donkere ogen aan, duidelijk ten prooi aan verbijstering. ‘Suiker niet goed?’ vroeg hij verbouwereerd. ‘Ik misschien dood?’ ‘Dat zou op termijn wel kunnen, ja’ antwoordde de vriendin. De jongeman dacht met een verslagen uitdrukking op zijn gelaat een tijdje na. Hij schoof vervolgens met een resoluut gebaar zijn koffie ter zijde en sprak: ‘Niet meer suiker.’ Nooit meer.’

