Dan wordt het verhaal rauw. Honger. Schaamte. Een bodem. Je ziet hem bijna zitten: tussen de dieren, met lege handen, de geur van stal in zijn kleren, en het besef dat hij niet alleen zijn geld is kwijtgeraakt, maar ook zijn gezicht. En dan die ene zin die alles kantelt: hij kwam tot zichzelf. Niet: hij kreeg een morele ingeving. Maar: er gaat een licht aan. Alsof er in hem iets wakker wordt dat al die tijd bedolven lag onder allerlei gedachten. Een eenvoudige helderheid die zegt: dit werkt niet meer. Dit ben ik niet. Mijn vrijheid is leeg geworden.

