Nationaliteit is een uitgevonden construct van relatief recente datum. Er moet eerst een land zijn, met landsgrenzen. Deze grenzen lopen overal op de wereld soms dwars door etnische groepen heen.
antropologie
Over Antropologie 9: Wij en zij
Wanneer twee personen elkaar voor de eerste keer ontmoeten, stellen zij voor zichzelf in een split second (eerste indruk) de etnische identiteit van de ander vast. Zo van: ‘O, dat is er niet een van mijn eigen in-group’. Er vindt etnische stereotypering plaats. Deze typering kun je herleiden tot onbewuste classificatiedrang, ofwel de bij eigenlijk alle mensen natuurlijke behoefte om overzicht te houden door alles en iedereen in ‘hokjes’ te stoppen. (Denk aan: aardig, niet aardig, beetje aardig, misschien aardig, beetje raar, niet mijn soort, vreemd, gevaarlijk enzovoorts).
Over Antropologie: 8 – Collectieve en sociale identiteit
Ieder mens heeft een persoonlijke identiteit, een sociale identiteit en een collectieve identiteit. Drie identiteiten die je niet zomaar door elkaar moet husselen of met elkaar moet verwarren. Je collectieve identiteit houdt in – en geeft je het gevoel – dat je tot een bepaalde groep behoort, of je dat nu wilt of niet. Zo behoor je tot een bepaalde familie (stamboom, familienaam, gelijkenissen etc.), een bepaalde klasse (ondernemersfamilie, boerenstand, adel), een bepaalde bevolkingsgroep (Friezen, Marokkanen, Molukkers) en je hebt een bepaalde nationaliteit (je bent Nederlander, Duitser, Amerikaans staatsburger of wat anders).
Over Antropologie 7 – Stereotypering en culturele toe-eigening
Het zit er dik in dat jij jouw gedrag, denkwijze, kledingkeuze en ga zo maar door laat (mede)bepalen door wat men in jouw sociale omgeving en cultuur waardeert. Zaken die men in jouw leefomgeving niet op prijs stelt, zul je waarschijnlijk minder uiten. Misschien ben jij de uitzondering op de regel, of doe je expres het tegenovergestelde van wat ‘de norm’ is maar meestal is het zo. Waarom dragen mannen en vrouwen, jongens en meisjes, in bepaalde streken anders klederdrachten? Waarom anders zouden ze in sommige dorpen, steden of zelfs hele landstreken op zondagen alle winkels en zelfs benzinestations op slot doen? Of regenbogen verdacht vinden? Het hele gezicht tatoeëren of juist alle tattoos verguizen? Het is niet alleen ’s lands wijs – ’s lands eer maar ook ‘s dorps wijs – ‘s dorps eer, ‘s families wijs – ‘s families eer dan wel ‘s groeps wijs – ‘s groeps eer. Zo doen wij dat hier’!
Over Antropologie 6: Identiteit
Iedere ontmoeting met anderen heeft invloed op wat je zelf ervaart als jouw identiteit. Je kunt je afgewezen voelen, of juist bevestigd, gezien of genegeerd, erkend of afgewezen en wat al niet. En dat alles ook nog eens terecht of onterecht, ingebeeld of knetterhard life waargenomen.
Over Antropologie 5: Veldwerk
Vroeger werd er geen of nauwelijks veldwerk verricht. Antropologen bleven gewoon thuis en zagen dus niet met eigen ogen hoe het dagelijks leven ergens anders verliep. Wat ze wilden weten, haalden ze uit geschreven bronnen. Reisverhalen. Brieven. Logboeken. Ze borduurden voort op werk van anderen, en wat zij hadden opgetekend over geschiedenis en traditie. Noem het leunstoel-antropologie. Vandaag de dag zijn er mijns inziens nog veel amateur antropologen die vanuit hun leunstoel menen ‘alles te weten’ over bijvoorbeeld het boeddhisme in het verre oosten omdat ze een paar boeken hebben gelezen, of door een reisgids hebben gebladerd met mooie foto’s over pagodes. Ik zeg maar wat. Zelf bezit ik trouwens een tweedehands leunstoel.
Over Antropologie 4: cultuur (II)
Cultuur is aangeleerd en beperkt zich niet tot een enkel individu. Cultuur omvat een breed spectrum van aandachtsvelden (van kunst tot politiek en van economie tot religie) en gaat over waarden, normen, symbolen, rituelen en ga zo maar door. En tenslotte moet gezegd worden dat cultuur niet statisch is, zich weet aan te passen aan veranderende omstandigheden. En doordat de omstandigheden over de hele wereld niet overal hetzelfde zijn, is cultuur ook niet overal hetzelfde. Dat geldt ook voor tijdsperioden. De Nederlandse cultuur in de 17de eeuw is niet dezelfde als die in de 21ste eeuw. En de Nederlandse cultuur is vandaag de dag evenmin hetzelfde als die in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika of enig ander land. En, wen er maar aan … de Nederlandse cultuur verandert, of je dat nu leuk vindt of niet. Je kunt veranderingen niet tegenhouden. Zelfs niet wanneer je het hele land op slot zou zetten en zou isoleren van de rest van de wereld.
Over Antropologie 3: De basis
Iedere antropoloog beschikt over een aantal basisinstrumenten: de meest gebruikte zijn observeren en beschrijven wat je waarneemt, vraaggesprekken organiseren tussen twee of meer personen, boeken en artikelen lezen en statistisch onderzoek verrichten. Het gaat daarbij vooral om het verkrijgen van inzichten, het verlenen van betekenis aan contexten en het verkrijgen van meningen van mensen en inzicht in hun beweegredenen. Tenslotte komt daar nog het in kaart brengen van situaties aan de hand van meetbare gegevens bij.
Over Antropologie 2: Culturele antropologie
Als je een andere cultuur dan de jouwe wilt begrijpen, bijvoorbeeld een ‘boeddhistische’, moet je er voor oppassen dat je niet gaat ‘culturaliseren’. Anders gezegd: pas op dat je niet alles wat jou opvalt als bijzonder of zelfs spectaculair gaat aanmerken. Welbeschouwd zijn allerlei zaken vanuit een andere cultuur minder vreemd dan ze op het eerste gezicht lijken, terwijl zaken uit jouw eigen cultuur bij vreemder zijn dan je wellicht denkt. Anders gezegd: aanbid badwater niet als het om een kind gaat, en gooi kinderen niet met hun badwater weg! Laat ik het zo zeggen: Gooi geen waardevolle joods/christelijke cultuurelementen weg wanneer je je in Aziatisch-boeddhistische wateren begeeft en verwerp waardevolle boeddhistische elementen niet samen met wat daar aan vast hangt.
Over Antropologie 1: Wat is antropologie?
In vergelijk met andere wetenschappen is de antropologie vrij laat ontstaan. Het is wat je noemt een jonge wetenschap. Een antropoloog houdt zich vooral bezig met waarnemen en interpreteren wat iemand anders precies doet en wat dat zou kunnen betekenen. En dat alles in de context waarin die ander zich bevindt.
Het wezen van het christendom
Het grootste struikelblok is ook bij Feuerbach de theodicee, de vraag hoe een goede almachtige God de mens aan zo’n aards tranendal kan onderwerpen. Deze vraag verdwijnt zodra je inziet dat God niets anders is dan een projectie van de mens. De theologie wordt zo een antropologie. De eigenschappen van God kunnen dan worden verklaard uit de voorkeuren en neigingen van de mens. Zo kun je ook de obsessie met wonderen in het christendom begrijpen.





