Groen en geel, de kleuren van de bladeren, Haagse kleuren geel en groen. Er was meer ellende dan god. Meer goden dan niet-goden. Het klopte gewoon niet. Alles voelde zo plakkerig aan als het zweet in mijn sportkleding. ‘Het’ wilde van me dingen die ik niet kon leveren. Mijn moeder was zo. Mijn partner was zo. De maatschappij was zo. Klef en hebberig voelde de wereld aan. Ik wilde gewoon rust.

