
de cicade zingt
voor mij zijn droevige lied –
snijdende wind
Naar het gedicht “Im Kerker besinge ich die Zikade” van Lo Pin-wang (640?-684?). Het gedicht staat in het boek “Chinesische Gedichte”, vertaald en uitgegeven door Abraham Horodisch.
Lo Pin-wang, uit de zuidelijke provincie Zhejiang, trok na de dood van keizer Kao-Tsung aan de kant van de rechtmatige erfgenamen ten strijde tegen (de succesvolle) keizerin Wu-Hou. Hij werd gevangengenomen en in een kerker opgesloten.
De cicade is het symbool van reinheid, de snijdende (“scharfe”) wind staat voor de stem van de vijand.
In de kerker zing ik over de cicade
Als ik, zoon van het verre Zuidland,
in de kerker op een herfstochtend
het lied van de cicade hoor,
dan pijnigen mij mijn gedachten.
O zeg mij, cicade, waarom jij
aan het venster naar mij kwam gevlogen?
Waarom jij met een droevig lied
het mijn oude hart zo moeilijk maakt?
Als de dauw je vleugels heeft doordrenkt, zijn ze nu te zwaar voor een vlucht; de snijdende, doordringende wind zal gemakkelijk jouw gezang overstemmen.
In deze vuile wereld
gelooft niemand aan jouw reinheid,
ook al zing je al je liederen
vanuit het diepste en schoonste gemoed.
Im Kerker besinge ich die Zikade
Wenn ich, des fernen Südlands Sohn,
im Kerker am herbstlichen Morgen
das Lied der Zikade vernehme,
dann martern mich die Gedanken.
O sag mir, Zikade, warum du
ans Fenster zu mir kamst geflogen?
Warum du mit traurigem Liede
mein altes Herz mir so schwer machst?
Hat Tau deine Flügel durchtränkt,
so sind sie zu schwer jetzt zum Flüge;
der scharfe, durchdringende Wind
wird leicht deinen Sang übertönen.
In dieser schmutzigen Welt
glaubt niemand dir deine Reinheit,
und singst du auch all deine Lieder
auf tiefstem und reinstem Gemüte.


Geef een reactie