heimelijk
is de medicijnverkoper
zelf ziek
Anoniem
Vroeger liep een marskramer van dorp naar dorp langs de deuren om zijn handel te verkopen. De mars op zijn rug was gevuld met allerlei producten die mensen nodig konden hebben. Van haarspelden en gereedschap tot poetsdoeken en lappen stof om kleding van te maken. Een ambulante verkoper, zeg maar.
De verkoper in deze haiku was gespecialiseerd in het verkopen van medicijnen. Hij zal ongetwijfeld ook adviezen hebben verstrekt over het gebruik hiervan. Vooral in afgelegen dorpen was men afhankelijk van wat de marskramer bij zich had. Vaak was er geen arts in het dorp.
Voor de geloofwaardigheid van een verkoper is zijn verhaal belangrijk. Hij moet achter zijn product staan. Een medicijnverkoper moet dus gezondheid uitstralen. Hij moet kunnen zeggen dat zijn producten heel goed zijn, hij gebruikt ze zelf. En kijk maar hoeveel baat hij daarbij heeft.
Maar ook een medicijnverkoper kan ziek worden. En dat moet natuurlijk niet. Want wie koopt medicijnen om beter van te worden, van een verkoper die zelf ziek is?
Dat zou hetzelfde zijn als een voertuig kopen van een garagehouder die zelf in een barrel-auto rijdt. Of, om meer in de tijd van de haiku te blijven, een paardenhandelaar waarvan de paarden instorten zodra iemand erop klimt.
Daarom houdt de medicijnverkoper zijn ziekte geheim. Hij verbijt zijn koorts en verzint een smoes voor zijn loopneus. Een stofje of zo. Of een allergie. Als er al allergieën bestonden in het oude Japan.
Alles om zijn handel te kunnen verkopen. Want geen verkoop betekent geen rijst in zijn kommetje.


Geef een reactie