IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
(Vanitas vanitatum, omnia vanitas – Prediker 1.2)

De Bijbel is de afgelopen eeuwen voor velen een boek geworden om je kont mee af te vegen als het pleepapier op is, maar er staan prachtige teksten in, ook voor niet-christenen. De zaligsprekingen in het Nieuwe Testament bijvoorbeeld, en in het Oude Testament het boek Prediker, waaruit het citaat hierboven afkomstig is.
Spiritualiteit wordt vaak gezien als het inblazen van de Geest, vollopen tot je vervuld bent, maar voor een nitwit is spiritualiteit de ballon doorprikken, leeglopen tot je blanco bent.
Prediker zet kanttekeningen bij de menselijke obsessie met kennis en wijsheid en is doordrenkt van het besef van afhankelijkheid, machteloosheid, veranderlijkheid, vergankelijkheid en sterfelijkheid dat ook het boeddhisme kenmerkt.
Een beetje fatalistisch zijn ze wel, Prediker en Boeddha, nog steeds een vorm van ijdelheid, maar een goed tegenwicht voor de illusie dat alles weetbaar, maakbaar en beheersbaar is.

