Er was eens een architect en uitvinder, Daedalus genaamd, die voor koning Minos een labyrint ontwierp om de moorddadige halfstier Minotaurus in op te sluiten. Om het ontwerp van het labyrint geheim te houden zette koning Minos Daedalus en zijn zoon Icarus gevangen.
De vader, uitvinder die hij was, maakte voor zichzelf en zijn zoon houten vleugels en bestreek ze met bijenwas waarin hij vogelveren prikte. Zodra ze klaar waren namen ze de wieken.
Tegen het advies van Daedalus in, vloog Icarus recht op de zon af. Hoger en hoger ging hij, warmer en warmer werd het. De bijenwas smolt, turbulentie rukte de veren uit de vleugels, als een aangeschoten engel viel de jongeling in zee en verdronk, gaat het verhaal. Hoogmoed komt voor de val, is de moraal.
Je kan het ook anders lezen. Zelf vat ik het labyrint van Daedalus op als een metafoor voor het leven als doolhof (dolhof, dolhoofd) zonder in- of uitgang. Je kan er niet in want je kan er niet uit. Je kan er niet uit want je kan er niet in. Het doolhof is nergens niet.
Toen Icarus omlaag keek vanuit de stratosfeer boven Griekenland, zag hij dat het door zijn vader ontworpen labyrint zich in alle richtingen over alle continenten uitstrekte.

Niet koning Minos hield hem gevangen, het doolhof hield hem gevangen.
Niet het doolhof hield hem gevangen, zijn geest hield hem gevangen.
Niet zijn geest hield hem gevangen, de gedachte dat hij gevangen was hield hem gevangen. De gedachte dat hij kon ontsnappen hield hem gevangen. De gedachte dat hij een wijze kon worden, een levenskunstenaar, een gevleugelde god op de top van de berg Olympus, rustend op zijn lauweren, badend in het licht, ver verheven boven het grauw in het duistere doolhof.
De enige plek waar hij vrij kon bewegen, besefte Icarus op het toppunt van zijn vlucht, was in de oceaan van agnose. Daar zijn geen heggen, geen muren, geen schotten, geen tralies. Daar heb je geen vleugels nodig voor de derde dimensie. Je zweeft er vanzelf, gedragen door de opwaartse kracht van het water die de zwaartekracht tenietdoet.
Waarop hij acuut stopte met klapwieken en als een steen in de zee van onweten stortte.
Levenskunst is vliegwerk, vrij alleen je val.


