Vijfde van zeven teksten over het hoofd versus het hart.
Babs: Wat heb jij bereikt?
Hans: Ik heb niets bereikt, er is alleen wat weggevallen.
Babs: Heb jij het niet-bereiken bereikt?
Hans: Sofisterij.
Babs: Niets is niet veel.
Hans: Hoef ik het ook mee te slepen. Kan ik het ook niet kwijtraken. Hoef ik het ook niet aan de man te brengen.
Babs: Daar sta je dan.
Hans: Een ongelukkige beeldspraak. Niet-weten is geen standpunt, een nitwit geen stavast. Je wordt er juist heel beweeglijk van, bekijkt de dingen steeds van een andere kant. Van boven én van onderen, van voren én van achteren, van links én van rechts, van veraf én van dichtbij, van buiten én van binnen, vanuit het verleden én vanuit het heden én vanuit de toekomst, vanuit je vrienden én vanuit je vijanden, vanuit de dingen én vanuit de dieren én vanuit de mensen.
Babs: Alles mag gedacht worden.
Hans: Alles mag geopperd worden. Alles mag bevraagd worden. Niets wordt in beton gegoten, dit ook niet.
Babs: Geen stenen tafelen.
Hans: En geen verbod op stenen tafelen.
Babs: Geen heilige denkbeelden.
Hans: En geen verbod op heilige denkbeelden.
Babs: Geen verboden.
Hans: En geen verbod op verboden.
Babs: Je hoofd bruist en je hart briest.
Hans: Geen idee wat er allemaal briest en bruist, ik kan er geen brood van bakken.
Babs: Misschien ben ik zelf wel degene die in zijn hoofd zit, denk ik nu. En wil ik er wel uit?
Hans: Je leest in een boek van een of andere zelfverklaarde wijsneus dat je een hoofd hebt en een hart, en begint je onmiddellijk druk te maken over de vraag waar je nu zit, waar je zou moeten zitten en hoe je daar kunt komen. Onderzoek liever het onderscheid tussen hoofd en hart, wie weet ben je zo genezen.
Babs: Je hebt het nog niet gezegd of ik begin onderscheid te maken tussen een leven in het teken van het onderscheid tussen hoofd en hart en een leven zonder dat onderscheid, met een voorkeur voor het laatste.
Hans: Dus wie zit hier nu vast?

