Vierde van zeven teksten over het hoofd versus het hart.
Babs: Wat is in zo min mogelijk woorden niet-weten?
Hans: Geen idee.
Babs: Je weet het wel te verkopen zeg.
Hans: Wat je kunt kopen en verkopen is geen niet-weten.
Babs: Wat is het geheim van niet-weten?
Hans: Dat er niets geheimzinnigs aan. Niet-weten is geen trancetoestand, eenheidsbeleving of piekervaring. Geen hoger zelf of oorspronkelijk gezicht van voor je ouders geboren werden. Geen waarheid, wijsheid of werkelijkheid voorbij de woorden. Je hoeft er niet voor te mediteren, niet op retraite te gaan, geen dieet te volgen, geen uitheemse kleding te dragen, geen geloften af te leggen, geen diensten bij te wonen, geen idealen na te streven, geen geschriften te bestuderen. Dat houdt alleen maar op, het leidt alleen maar af.
Voor een agnost valt er niets te halen bij niemand. Geen titels, geen status, geen gezag, geen privileges. Tussen nitwits wordt niets overgeleverd van mond op mond, van hart op hart, van ingewijde op ingewijde of van meester op discipel. Daarom zijn er onder ons ook geen discipelen, meesters of ingewijden. Er is niets waarmee we ons kunnen onderscheiden. Een lege leer is een lege leer.
Babs: Klinkt toch best geheimzinnig.
Hans: Neehee, je neus is geheimzinnig. Niet-weten is gewoon een zelfkritisch denken dat spontaan zijn eigen denkbeelden verbrijzelt. Ook het denkbeeld van niet-weten als een zelfkritisch denken dat spontaan zijn eigen denkbeelden verbrijzelt.
Babs: Een bevrijd denken, lijkt mij. Onthecht. Ontwaakt. Verlicht?
Hans: Niet-weten is geen bevrijd denken maar een denken dat zich onophoudelijk van zijn gedachten bevrijdt, ook van deze. Geen onthecht denken maar een denken dat zich onophoudelijk van zijn gedachten losmaakt, ook van deze. Geen ontwaakt denken maar een denken dat onophoudelijk uit zijn gedachten ontwaakt, ook uit deze. Geen verlicht denken maar zuchten van verlichting als je je vorige gedachten doorziet. Zucht.
Babs: Niet-weten is geen toestand die je eens en voor altijd bereikt?
Hans: Hooguit in de zin van een bestendige transformatie van het denken, dat niet langer in staat is heilig in zijn eigen woorden, indelingen, aannames, redeneringen en conclusies te geloven, ook niet in deze.
Babs: Het is niet het einde van het denken.
Hans: En niet het einde van het weten.
Babs: Jij denkt en weet er nog steeds vrolijk op los.
Hans: Met de nadruk op vrolijk en los.

