Waar zou jij voor vallen als je dat zelf kon bepalen?
‘Volgens mij hebben wij een vrije wil, Hans.’
‘Waarom denk je dat?’
‘Omdat ik op ieder moment kan doen wat ik wil.’
‘Zou best kunnen, maar dat is het punt niet.’
‘Wat is het punt wel?’
‘Of je op ieder moment zelf kunt bepalen wat je wilt.’
‘Ik kan toch zeker mijn eigen keuzes maken?’
‘Maar kun je ook zelf bepalen waarvoor je kiest?’
‘Ik snap het niet.’
‘Val je op mannen of op vrouwen?’
‘Op mannen.’
‘Zou je ook op vrouwen kunnen vallen als je ervoor koos?’
‘O, zo.’
‘Snap je?’
‘Ooit heb ik een prachtige vrouw moeten afwijzen…’
‘Ooit heb ik een prachtige man moeten afwijzen…’
‘Ajax of Feyenoord?’
‘Schaatsen.’
‘Een voetbalfan komt het hele jaar aan zijn trekken.’
‘Groente of fruit?’
‘Snoep.’
‘Vandaar je kunstgebit.’
‘Ik kon niet stoppen.’
‘Zie je het patroon?’
‘Ik zou het liever niet zien.’
‘En dat wou jij keuzevrijheid noemen?’
‘Kan ik het helpen.’
‘Jezus of Boeddha?’
‘Hou op, schei uit.’

