Beste Hans,
Ik ben drieënzeventig jaar, heb vier kinderen en acht kleinkinderen, twee honden, twee katten, een riant huis en een dito tuin waarin ik veel tijd doorbreng. Van huis uit ben ik arts en ik oefende met die achtergrond diverse beroepen uit: specialist (interne geneeskunde), tropenarts en keuringsarts. Ik heb veel gereisd en deed aan zeezeilen en fotografie.
Toen dat allemaal wat verminderde, dacht ik er goed aan te doen om me voor de resterende jaren eens op een geheel andere wereld te richten: het spirituele universum. Te beginnen met mindfulness – een eye-opener – en een tweejarige leergang spiritualiteit, beide geleid door goede en bekwame lieden.
Daar ontdekte ik dat veel van het aangebodene voor mij niet relevant was en dat sommige zaken mij zelfs apert tegenstaan. In het boeddhisme bijvoorbeeld het verdwijnen van het zelf bij het bereiken van nirwana. Dat radicale gebeuren, daar streef ik geenszins naar, zelfs als het meer zou zijn dan een hersenschim.
Wat mij wel aanspreekt is de boeddhistische notie van onthechting (trouwens ook een minderheidsstroming in het christendom), afstand nemen van de haast, de gekte, de overvloed van van alles en nog wat.
Googelend op je site gekomen dacht ik: wat een berg teksten. Interessant, juist door het eenzijdige, radicale thema. Hoe kijkt Hans er tegenaan? Hoe pakt hij het aan? Hoe relativeert hij met zijn niet-weten de gekte in en om ons heen? Zelf ben ik verre van onthecht; wel wil ik heel graag die kant op, ook met mijn gedachten.
Als ik je goed lees ben jij een missionaris zonder missie. Ik bedoel dat niet negatief want zendelingen zijn er in ruwweg twee soorten: degenen die het goede met alles en iedereen zeggen voor te hebben, maar uiteindelijk dood en verderf zaaien, en degenen die minder stellig zijn, maar in feite het goede doen, of tenminste hetzelfde doen als waaraan artsen zich zouden moeten houden: bovenal, gij zult geen schade toebrengen (eed van Hippocrates).
De laatste tijd zit ik een beetje in de lappenmand en mede daardoor bekruipt mij een gevoel van urgentie. Ik wil niet-weten maar tegelijkertijd en sterker nog wil ik juist wel-weten:
Waarom sterven er nog steeds kindertjes in Afrika terwijl we al veertig jaar geleden begonnen met vaccineren?
Waarom doet de plaatselijke bevolking er nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk terwijl de voorbeelden hoe het beter kan genoegzaam bekend zijn?
Waarom is er een uitgekiende commerciële Pamper luier-actie voor nodig om Unicef aan te sporen ernst te maken met het bestrijden van tetanus neonatorum?
Waarom rijden ontwikkelingswerkers in Afrika in Toyota Landcruisers rond in plaats van driemaal goedkopere Suzuki’s?
Waarom maken economen zich zo druk over niet goed bestede ontwikkelingsgelden en zwijgen ze ondertussen unaniem over het totale batige saldo dat van zuid naar noord stroomt?
Waarom is het vinden van olie steevast de pest voor Afrikaanse landen?
Waarom roepen economen te pas en te onpas dat het zo goed gaat met China en India terwijl miljarden er voor een hongerloontje werken en er geen ziektekostenverzekering is buiten de staatsbedrijven en de graaiers van de communistische partij, en je dus bij ziekte lekker mag creperen?
Waarom roepen economen tot vervelens toe dat we meer moeten besteden om uit de crisis te komen, dat we verder moeten groeien terwijl groei juist het probleem is en niet de oplossing?
Waarom spreken mensen er alleen schande van dat in Oost-Congo de mannen worden vermoord en de vrouwen en kinderen worden mishandeld, terwijl de gorilla intussen stelselmatig wordt uitgeroeid?
Waarom wordt altijd alleen gekeken naar het belang van de mens, die onverzadigbare veelvraat, en niet naar het belang van de dieren?
Waarom valt niet alle mensen de volstrekte wanverhouding op tussen de aantallen mensen en de beschikbare bronnen?
Een boeddhist zal misschien zeggen: ‘Het is zoals het is’. Dat vind ik defaitistisch, al is het ongetwijfeld een deel van de oplossing. Niet-weten lijkt me ook niet meer dan een deel van de oplossing. Hoe kijk jij daar tegenaan?
Beste Rutger,
Wat leuk dat je aan zeezeilen en fotografie hebt gedaan, ik ook. Het mooiste van fotografie vond ik dat mensen zomaar hun kleren voor je uitdoen. Het mooiste van zeezeilen was ontdekken dat ik windsurfen leuker vond. Het mooiste van windsurfen was ontdekken dat ik boardsurfen leuker vond. Het mooiste van boardsurfen was ontdekken dat ik bodysurfen leuker vond. Het mooiste van bodysurfen was ontdekken dat ik zwemmen leuker vond.
Voor mij is er niets fijners dan vrij zwemmen in de natuur, langs de kust, baaien over, eilandjes rond, liefst in mijn blote kont. Alleen mijn lijf in alleen water. Toen ik dat eindelijk doorkreeg, rond mijn achttiende, heb ik nooit meer iets anders gewild. Mijn lichaam was dus gisser dan mijn geest, die nog drie decennia doormodderde voor hij schoon schip maakte.
Als het om mindfulness gaat ben jij koning en ik geen klant. Op twee jaargangen spiritualiteit geleid door goede en bekwame lieden kan ik niet bogen, op een eigen huis of tuin, kinderen, kleinkinderen of andere huisdieren evenmin.
NietWeten.nl is mijn enige kindje, meer een nageboorte, een gevalletje microcefalie, door liefdevolle nazorg en dagelijks wateren uitgegroeid tot hydrocefalus giganticus.
Graag zou ik me houden aan het adagium van artsen geen schade toe te brengen, maar hoe? Zelfs de eenvoudigste ingrepen mislukken weleens, er kunnen altijd complicaties optreden, soms met dodelijke afloop. Heel wat geslaagde medische interventies – operaties, chemo’s, bestraling – brengen blijvend letsel toe, bijna alle medicijnen hebben ongewenste bijwerkingen. Omgekeerd weet je nooit waar die schade weer goed voor is. Hetzelfde geldt voor non-interventie, dus daar ga je met je prachtparool.
Dat mijn website geen schade aanricht betwijfel ik, dat hij heilloos is ook. Heel wat mensen worden er boos of depressief van, anderen, of dezelfden, vrolijk of hoopvol.
Misschien durven sommigen door mijn teksten eindelijk hun fundamentele onwetendheid onder ogen te zien en jaag ik anderen voorgoed het zoeken in.
Misschien durven sommigen zich door mijn teksten eindelijk over te geven aan het zoeken en komen anderen voorgoed vast te zitten in het idee van fundamentele onwetendheid.
Misschien zetten mijn boeken iemand aan tot zelfmoord en misschien is dat wel het beste, of het ergste, of beide, of geen van beide, voor hem of voor de nabestaanden of voor sommigen van hen, in een of meerdere opzichten, wie zal het zeggen, ik niet.
Meningen, verzuchtingen en hooggestemde idealen duiden in mijn ervaring altijd op kokervisie. Je vindt ergens iets van omdat je het slechts van één kant bekijkt. Iemand pleit voor betere ambulances en ambulanceroutes omdat zijn eigen vader na een hartaanval niet snel genoeg in het ziekenhuis was. Hij ziet niet dat ambulances op hun beurt verkeersongelukken veroorzaken en met hun opgevoerde motoren bijdragen aan luchtvervuiling en luchtwegaandoeningen. Iemand anders pleit daarom vurig voor minder ambulances, totdat zijn kleinzoon sterft aan een steekwond omdat hij niet snel genoeg op de operatietafel lag.
Jij wilt weten waarom er nog steeds kindertjes doodgaan in Afrika, terwijl sommige van de kindertjes die gered werden inmiddels deel uitmaken van corrupte regimes, of buitenlandse jagers naar gorilla‘s en ander wild gidsen om aan geld te komen of hun mannelijkheid te bewijzen.
Je vraagt je af waarom Afrikanen nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk doen, terwijl er op je eigen continent megastallen verrijzen die meer fijnstof en CO2 uitstoten en meer dierenleed veroorzaken dan de hele landbouw uit het stenen tijdperk.
Je vraagt je af waarom ontwikkelingswerkers rondrijden in Toyota Landcruisers in plaats van Suzuki’s, maar niet waarom ze daar überhaupt rondrijden en al helemaal niet waarom je zelf altijd onderweg was in vliegtuigen, auto’s en boten.
Je vraagt je namens andere diersoorten af of er onderhand niet teveel mensen op aarde zijn die ook nog eens bovenmatig beslag leggen op haar bronnen, terwijl je zelf in een riant huis woont met dito tuin, vier huisdieren, vier kinderen en acht kleinkinderen.
Je stelt dat economische groei de oorzaak is van de huidige crisis, terwijl crisis een ander woord is voor stagnerende economische groei, dus wat wil je nou. Intussen profiteer je onbeschaamd mee van de westerse rijkdom en bespreek je vanuit je luxe lappenmand de toestand van de wereld in termen van simplistische oorzaak-gevolgketens alsof je nog nooit van afhankelijk ontstaan hebt gehoord.
Als een intelligente, goed opgeleide, breed georiënteerde en weldoorvoede wereldburger zijn zaakjes al niet op orde weet te krijgen, als jij zelf al niet in overeenstemming met je ideeën en idealen weet te leven, hoe moeten minder slimme, minder gefortuneerde, minder geïnformeerde en minder geleerde mensen dat dan voor elkaar krijgen?
Ikzelf heb mijn zaakjes ook niet op orde, en nooit gehad. Ik weet niet eens meer wat orde is. Welke orde, voor wie? Er zijn net zoveel mensen als ordes en de een zijn orde is de ander zijn chaos.
Ik overzie de wijde wereld niet, ik overzie mijn eigen leven niet, ik overzie de consequenties van mijn eigen keuzes niet, ik overzie de factoren die daarop van invloed zijn niet, zodat ik uiteindelijk niet eens kan vaststellen of en in hoeverre het mijn keuzes zijn.
Bij nader inzien blijken ideeën steeds een karikatuur van de werkelijkheid te zijn, botten zonder merg of vlees, bloedeloze abstracties. Dit idee ook, het volgende idee ook. Wat de geest kan bevatten kan de werkelijkheid niet omvatten, maar is daarin vervat als complicatie.
Ik hoop dat mijn loze woorden je geen schade hebben toegebracht. Groeten aan Hippocrates,
Hans

