Hoe je jezelf arm rekent.
‘Als je nergens op rekent kan de dood je nooit overvallen, Hans.’
‘Je rekent erop dat de dood je nooit kan overvallen als je nergens op rekent.’
‘Verdraaid.’
‘Zeg dat wel.’
‘Hoe kan ik ervoor zorgen dat de dood me niet kan overvallen?’
‘Door jezelf te doden.’
‘Dat is wel erg radicaal.’
‘Zolang je het uitstelt kan de dood je elk moment overvallen.’
‘Ik was er al bang voor.’
‘Je kunt er trouwens ook niet op rekenen dat je jezelf nog steeds wilt doden als het moment daar is.’
‘Nee, misschien krijg je er juist wel levenslust van.’
‘En zelfs als je het nog steeds wilt, kun je er niet op rekenen dat je het durft.’
‘Ik ben toch al niet zo’n held.’
‘En zelf als je het durft moet je maar afwachten of het lukt.’
‘Het schijnt dat de meeste zelfmoordpogingen in het water vallen.’
‘Zal je net zien dat je kunt zwemmen.’
‘Of dik genoeg bent om te blijven drijven.’
‘En zelfs als je erin slaagt jezelf te doden, zou je zomaar wedergeboren kunnen worden of op een onaardse manier nabestaan die op zijn beurt eindig is.’
‘Helemaal nergens op rekenen is het devies.’
‘Je rekent erop dat je je aan een devies kunt houden.’
‘Verdraaid.’
‘Zeg dat wel.’

