‘Je kan misschien je mond wel houden, maar verdomme nooit je kop’ – c.v. van een o.h.

eerst kabbel je maar wat

dan sabbel je maar wat

dan grabbel je maar wat

dan brabbel je maar wat

maar je brabbelen

wordt babbelen

en ineens zeg je

mama

en ineens zeg je

lief

en ineens zeg je

stout

en ineens zeg je

ik

en ineens zeg je

ik ben lief

en

ik ben stout

en

ik ben goed

en

ik ben slecht

ik ben in wezen goed

ik ben in wezen slecht

ik ben in wezen goed en slecht

ik ben in wezen goed noch slecht

ik ben in wezen

wezenloos

soms ben ik zus

soms ben ik zoon

maar ben ik wel

of ben ik niet

of ben ik wel

én ben ik niet

de waarheid is

de waarheid is

de waarheid is

een woord

een woord

geen oord

een poort

van wat

naar wat

van gat

naar gat

je weet

niet wat

je zegt

je zegt

ik weet niet

of ik weet

of niet

ik zeg

maar niets meer

zeg je nog

dan zeg je

niets meer

niet hardop

je houd je mond

maar nooit je kop

de stilte spreekt

je toch niet aan

dus trek je weer

van leer

tot leer

de lege

blijkt

je laatste

heer

een metafoor

voor dat

nooit meer

wat moet je dan

nog zeggen

tja

je doet gewoon

van bla bla bla

o jee

ha ha

ach gut

nou ja

dus

net als vroeger

net als nu

en net als iedereen

alleen

het zegt je niks meer

wat je zegt

het zegt je

zelfs niet niks meer en

je schrijft het ook nog op, afijn

nu krabbel je maar wat

Droodle van de tekst 'dit is geen leer'

Dit is geen leer

Lees ook: Het Vermoeden van Samuel Beckett

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu