De regentijd is officieel voorbij, maar het weer laat zich niet door kalenders de wet voorschrijven. Een paar dagen geleden viel er een groot deel van de nacht veel regen. De kracht daarvan en de bijbehorende windvlagen hebben de rijst op het perceeltje van Ien dat direct aan ons landje grenst platgeslagen. Ien is de buurman aan de westkant. Of beter gezegd, Ien is de eigenaar van de grond aan de westkant. Net als die andere buurman, Toey, woont hij niet naast ons, maar heeft hij daar landbouwgrond. Buren hebben we niet.

Ien heeft op zijn land een paar koeien en een schuurtje met een paar varkens staan. ‘s Morgens om 8 uur komt hij op zijn brommertje aanrijden om de varkens te voeren en de koeien ergens in een wei te zetten. Meestal is hij in een uurtje klaar, maar soms heeft hij langer werk, bijvoorbeeld als de varkensschuur moet worden schoongemaakt.

De afgelopen dagen was hij zelfs de hele dag in de weer. De rijst moest namelijk dringend worden geoogst, en doordat de halmen plat op het veld lagen, kon dat niet met de machine die dat hier voor bijna alle boeren komt doen. Ien verbouwt zijn rijst vooral voor eigen gebruik, maar laten liggen is voor hem geen optie, want dan moet hij de komende maanden rijst kopen en dat kost hem zo’n 35 cent per kilo.

Om die kosten te besparen komt hij ‘s morgens extra vroeg naar zijn land. Samen met zijn vrouw en een helper is hij dan twee dagen in de weer om met een sikkelvormig snoeimes de rijsthalmen af te snijden. De afgesneden halmen worden netjes op stapels gelegd, met de aren allemaal in dezelfde richting. Als alles geoogst is worden de aren in grote bossen op de nek genomen en naar Ien’s brommertje gebracht. Daarmee rijdt hij naar de sala, het open hutje, bij de ingang van zijn land.

Naast de sala is een groot zeil uitgespreid. Daarop worden de rijstkorrels uit de aren geslagen, door flinke bossen halmen met grote kracht op de grond te slaan. De nu lege halmen worden weer netjes opgestapeld en hebben ongetwijfeld nog een bestemming als compost of ondergrond in de varkensschuur. De rijst blijft vervolgens nog een tijdje op het zeil liggen om te drogen, waarna het in grote zakken wordt geschept en ergens in Ien’s voorraad wordt opgeslagen.

De activiteiten bij de buurman slaan we met enige bewondering gade. Ook wij klussen aardig wat af op ons landje, maar tegen een uur of 11 wordt het ons toch echt te warm om door te gaan (we beginnen al wel om een uur of 6), en al eerder wagen we ons niet meer in de zon. Hoewel het momenteel uitzonderlijk warm is voor de tijd van het jaar, in de middag soms wel 34 graden, werken Ien en zijn helpers gestaag door.

Ondanks dat het om zware fysieke arbeid gaat, heeft het tegelijkertijd iets ontspannen gemoedelijks. Er wordt ook ruimschoots gepauzeerd in de sala. Daar staat de koelbox met koud water, en rond de middag komen er mensen langs met eten, dat ter plekke wordt bereid. Vandaag waren er ook wegwerkers bezig om de straat van een nieuwe laag gebroken puin te voorzien en glad te schaven. Vanzelfsprekend schuiven die aan voor de lunch.

Later in de middag (en soms ook al wat eerder) komt de zelfgestookte wodka of whisky op tafel en geleidelijk aan vermindert het aandeel water in de drankjes. We kunnen merken dat de stemming er goed in zit. Ik ben al enkele keren uitgenodigd om een borreltje mee te drinken, maar heb sinds ik uit het ziekenhuis ben nog geen druppel alcohol gedronken. Tot nu toe heb ik de uitnodigingen af kunnen wimpelen, maar ik zal er een keer aan moeten geloven. Eigenlijk lijkt me dat trouwens ook erg leuk, alleen moet ik me weer even over de weerstand tegen alcohol heenzetten. Dat gaat vast wel lukken.

Als we zo naar het gezelschap in de sala van Ien zitten te kijken en luisteren, moet ik denken aan de geweldige TEDx-lezing van Jon Jandai, een boerenzoon uit de Isaan, de armste regio van Thailand, die naar Bangkok vertrekt om te studeren en geld te verdienen, maar er na een tijdje voor kiest om weer naar het platteland terug te keren. Onder het motto “Life is easy; why make it so difficult?” laat hij onder meer zien hoe hij alleen al door het bouwen van zijn eigen huis 29 jaar en 10 maanden meer vrije tijd heeft dan zijn vrienden die in Bangkok zijn gebleven.

Jon Jandai is uiteindelijk gestart met een organische boerderij, die inmiddels is uitgegroeid tot een educatief centrum op het gebied van landbouw en natuurlijke bouwmethodes. Wij zijn er ook een keer langs geweest om te kijken naar hun bouwmethoden en inspiratie op te doen voor ons eigen huisje. Zijn motto hebben we van harte overgenomen.

Mieke Kupers en haar echtgenoot François la Poutré wonen sinds januari 2017 in Thailand. Ze schrijven over zaken die hen aan het hart gaan en of op hun pad komen. Het paar woont in een klein, zelf van bamboe, klei, leem en zand gebouwd huisje in Noord Thailand.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu