Upekkha is datgene wat de dhammanuvatti ervaart wanneer hij/zij niet reageert op gewaarwordingen of gevoelens (P. vedana): geen sankhara’s van verlangen bij aangename gevoelens en gewaarwordingen; geen sankhara’s van aversie bij onaangename gewaarwordingen of gevoelens.
De Boeddha in de Culavedalla Sutta:
‘Wanneer een aangename gewaarwording ontstaat, moet de onderliggende neiging tot verlangen losgelaten worden.
Wanneer een onaangename gewaarwording ontstaat, moet de onderliggende neiging tot afkeer losgelaten worden.
Wanneer een niet onaangename, noch aangename gewaarwording ontstaat, moet de onderliggende neiging tot onwetendheid losgelaten worden.’
Gelijkmoedigheid is gebaseerd op het inzicht, op de diepe wijsheid dat alles voortdurend verandert en uiterst vergankelijk is (P. anicca).
Concreet: aan al het bestaande komt ooit een einde, dus wat is de werkelijke betekenis van wat we hier doen? Waar maken we ons zorgen over als alles uiteindelijk toch verdwijnt?
Gelijkmoedigheid is de totale aanvaarding van deze vergankelijkheid en leidt ertoe dat we al onze ervaringen—aangename en onaangename—als volkomen gelijkwaardig beschouwen.
Het is zoals het is. Tathata. De ‘zo-heid’ van de dingen is gewoon de werkelijkheid. Yatha-bhuta. En onze persoonlijke opinie of standpunt daarin is van geen enkele tel of waarde.
Wat wij er—gestuurd door onwetendheid—met onze sankhara’s van verlangen of afkeer uiteindelijk van maken raakt deze intrinsieke werkelijkheid in het geheel niet.


Geef een reactie