In het stevig uit de kluiten gewassen mensengebouw hier tegenover is altijd wel wat te zien. Een enkele keer een mens dat van het dak dreigt te springen dat voorkomen wordt door politie en brandweer. Maar gelukkig ook leuke dingen, zoals kleine kinderen die over een galerij van het appartementsgebouw naar een deur huppelen, er open wordt gedaan en ze geknuffeld worden door opa en oma. Of postbodes die pakjes bezorgen.
Sinds een paar dagen hangt er aan een voordeur hier tegenover een groene kerstkrans met hulst. Ik vermoed nep maar kan dat vanaf deze afstand niet goed beoordelen.
Ik probeer in mijn geest te achterhalen waarom de krans is opgehangen. Verlangt de eigenaar naar de komst van Jezus Christus? Is het een warme welkomstgroet in de komende frisse maanden? Is het een gewoonte? Zit er helemaal geen bedoeling achter. Ik ben gauw geneigd naar een reden te zoeken, waarom iets gebeurt.
Zelf heb ik geen kerstkrans, nou ja, geen kunst, eentje van deeg met roomboter kan erg lekker zijn. Ik heb ook niks om Kerst een zogenaamd huiselijk tintje te geven. Jaren geleden kocht ik voor in de decembermaand versierselen voor in de kerstboom, strengen met verlichting en zo. En een week voor kerst de boom. Leuk voor mensen die langs zouden komen. Mijn vriendin, de kleindochter van zeevisser Thijmen, en ik waren thuis maar er kwam verder niemand om de versierde boom te bewonderen. Ze hadden allemaal andere adressen te bezoeken. De rust en stilte vonden we aangenaam.
Op derde kerstdag zaagden we de boom in stukken, de strengen zaten in de knoop en het hele zwikkie ging zo de container in. De kaalheid is er nog steeds.
Zo is het leven, gelijk een kerstkrans aan een voordeur. Je weet nooit of iemand het smaakvol vindt. We zijn allemaal anders. En ik verlang ook niet naar Jezus Christus. Bedacht om bange mensen na hun dood toch een nieuw leven te gunnen, temidden van 144.000 engelen. Amen.


Geef een reactie