Mijn oudste zus was een onhebbelijk mens, tenminste dat vond bijna iedereen in haar omgeving. Dat bleek ook wel uit de belangstelling nadat ze was overleden en de avond voor haar uitvaart lag opgebaard in een ruimte in een uitvaartcentrum. Het personeel had potten koffie gezet en de traditionele cake lag gesneden op bordjes. De koffie kon worden weggespoeld en de cake naar de dak- en thuislozen, want behalve een nichtje en haar man, en een binnenvarend familielid en ikzelf had niemand belangstelling voor haar. Gelukkig had ze hier zelf geen weet van.
Toen ik nog een klein kind was was mijn zus mijn lievelingszus, we gingen samen naar het wielrennen, de kermis en andere leuke dingen. Tot ik een puber werd en zij daarin niet kon meegaan, dat zij niet meer echt nodig was, tenminste zo ervoer zij dat. Hetzelfde ondervonden mijn eigen kinderen, voor wie zij een erg leuke tante was tot ze gingen puberen. En zo ging het door in haar leven, afscheid nemen van dierbaren.
Onze contacten beperkten zich tot het minimale, kaartjes met verjaardagen en feestdagen. Het contact met een andere zus werd door haar ook verbroken nadat ze die op een nare manier behandelde. En zo ook met het binnenvarende familielid en anderen die voor haar zorgden toen ze ziek werd. Met mijn moeder ging ze na het overlijden van mijn vader elk jaar enkele weken naar Drenthe, waar ze een huisje huurde. Dat was lief maar ze presteerde het ook om mijn moeder in het openbaar te schofferen. Bruggen die ze bouwde stortten ook weer in.
Hoewel er tussen ons nauwelijks contact was vroeg ze mij soms ook haar bij te staan in kwesties. Zo ook in een conflict met het bestuur van de vereniging van eigenaren waar ze lid van was. En toen ze in een ziekenhuis lag en het personeel merkte dat zij gaan merkbare contacten meer had en haar veronachtzaamde zodat ze zelfs haar eigen ontlasting in een kastje moest opslaan. Ja, de zorg is niet altijd zorgzaam.
Op een dag regelde mijn zus haar uitvaart en vroeg mij die vorm te geven en ook haar nalatenschap te regelen. Dat heb ik gedaan. Zij stierf in een griepepidemie, in haar eentje. Ik was verantwoordelijk voor het leegruimen van haar woning en nam zelf ook enkele dingen mee naar huis. Onder andere een foto van mijn vader, op wie ze gek was, in een piepklein zilveren lijstje. En een plumeau van veren, om stof af te nemen. Een fotoalbum ook met afbeeldingen van leuke momenten in haar leven.
Ik denk vaak aan haar, dat ik haar labelde als onhebbelijk, afscheid van haar nam. Ik heb daar zo enorm veel spijt van, het maakt mij verdrietig. Mijn zus, de eenzame, zo verworden door haar omgeving. En door mij.


Geef een reactie