Soms raak je onverwacht in gesprek met iemand. Zomaar op straat. Voor een tuinhekje, op een bankje in het park, op een muurtje op het perron van een treinstation. Het kan overal gebeuren.
“Jij lult ook maar wat …” zei een goede kennis laatst tegen mij. “Ik neem jou niet meer serieus!”
Toegegeven. De man heeft helemaal gelijk. Ik heb alle begrip voor mensen die mij niet serieus nemen. Dat doe ik namelijk zelf ook niet. Begrijp me goed: ik bedoel hiermee dat ik het onverstandig vind om alles wat ik beweer als ultieme waarheid aan te nemen. Geen enkele uitspraak van mij komt met de ultieme waarheid overeen. Zelfs deze laatste zin niet.
“Neem jij jezelf eigenlijk wel serieus?” vroeg ik oprecht belangstellend, benieuwd naar zijn antwoord.
“Altijd!”
“Jammer…”
“Hoezo jammer? Jij zou jezelf ook eens wat serieuzer moeten nemen. Als ik A zeg, zeg jij B en als ik B zeg, zeg jij A. Dat is toch niet serieus te nemen?”
“Waarom zeg jij dan eerst A en daarna B?”
“Je weet best wat ik bedoel…” mopperde de kennis. Ik ontkende. Mijn gesprekspartner zuchtte vermoeid. “Ik bedoel …,” zei hij tenslotte, wachtte even om na te denken over wat hij precies bedoelde (denk ik) en vervolgde: “…ik bedoel dat als ik bijvoorbeeld zeg dat er na de dood geen hemel is, jij beweert dat er na de dood waarschijnlijk wel iets is … en dat als ik zeg dat er na de dood een hemel is, beweer jij weer doodleuk dat er waarschijnlijk niet zoiets als een hemel is.”
“Klopt helemaal.” Ik knikte enthousiast met mijn hoofd ter bevestiging. “Er is waarschijnlijk iets en waarschijnlijk is dat geen hemel.”
“Wat dan wel?”
“Weet ik veel! Niet niks en geen hemel en ik kan mij in beide vergissen.”
Weer een diepe zucht. De man keek mij aan met een blik die het midden hield tussen vermoeidheid, bezorgdheid en verwarring. “Niet niks en geen hemel …” mompelde hij.
“Waarschijnlijk … of misschien… zoiets,” mompelde ik op mijn beurt, hetgeen meer gezucht aan de man ontlokte.
“Gelul…”
“Jij zegt het.”


Geef een reactie