Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Antropologen bestuderen ook macht, omdat macht iets is waar mensen zich nu eenmaal mee bezig houden. Macht is een machtig begrip! De een wil er zoveel mogelijk van hebben, de tweede verafschuwt het en een derde weet niet wat ie ermee aan moet. Macht komt in allerlei samenleving terug, van klein (het gezin) tot groot (een volk) tot héél groot (wereldmacht). Maar wat is het eigenlijk, macht?
Macht bestaat bij de gratie van invloed op ‘de ander’. En dan vooral op diens gevoelens en gedachten. Nastreven en bezitten van die invloed is heel menselijk. Het uitoefen van macht kan juridisch en/of sociaal gerechtvaardigd zijn (legitiem) of niet gerechtvaardigd (illegitiem). Het is legitiem wanneer het uitgeoefend wordt door personen en instanties die daar wettelijk toestemming voor hebben gekregen, zoals de politie en het leger, en het is sociaal gerechtvaardigd wanneer die toestemming (vaak niet officieel!) gegeven is namens de groep die haar uitoefent. Let wel: juridische en sociale gerechtvaardigdheid kunnen met elkaar in conflict zijn. Voorbeeld: het kan sociaal gerechtvaardigd zijn dat binnen een gemeenschap iemand macht uitoefent (je moet gehoorzamen, anders volgt straf) terwijl de overheid daar wel degelijk paal en perk aan stelt (bijvoorbeeld: je mag kinderen niet slaan, en je mag niemand psychisch mishandelen). Tegelijkertijd zijn er best veel mensen die het onverdraaglijk vinden dat juridische machthebbers naar hun mening ‘te mild’ zijn of niet genoeg handhaven (hun macht dus niet benutten).
Er bestaan mensen van hoog tot laag allerlei machtsmiddelen ter beschikking om macht over een ander te laten gelden, zoals kennis (Ik weet het beter) en vaardigheden (ik kan meer), sociale positie (weet je wel tegen wie je het hebt?) en relaties (eert uw vader en uw moeder!), geld (omkopen, steekpenningen, corruptie) en bezit (je bevindt je wel op MIJN grond he?), charisma (influencers?) , groepsdruk (wij zijn het volk!), geweld (Und bist Du nicht willig, so brauch ich Gewald). Dat laatste is illegitiem, behalve wanneer de overheid het binnen afgesproken kaders inzet (politie of leger). Hoewel … daar kun je vragen bij stellen (denk aan Trump).
Voor groepsdruk heb je een groep nodig. Hoe meer mensen de groep telt, hoe meer druk zij kan uitoefenen. Kunnen! Kunnen is één, het ook werkelijk uitoefenen is twee. Ik heb meer dan eens het gevoel dat de grootste groep Nederlanders vooral gelaten is, en zich volstrekt niet realiseert hoe machtig ze zou kunnen zijn.
Je kunt eigenlijk alleen binnen relaties van macht spreken. Iedere relatie is immers een machtsrelatie zodra de één meer invloed op en over de ander uitoefent dan omgekeerd. Maar hoe zit het dan met gelijken als er sprake van gelijke machtsposities? Zelfs in een ‘gelijke’ machtspositie binnen een relatie, zijn er verschillen. Een voorbeeld: pappa en mamma zijn gelijk maar het hondje luistert beter naar mamma dan naar pappa. En de kinderen luisteren beter naar pappa dan naar mamma (omdat ie gewoon een luidere stem heeft?). Maar … moeders wil is wet! Bij ons thuis zeiden ze wel eens: pappa is het hoofd van het gezin, maar mamma is het nekkie.
Je kunt machtsrelaties ook in grotere verbanden dan het gezin herkennen: binnen organisaties, het verenigingsleven, de kerk, de overheid (en uiteraard ook onder boeddhisten bij sangha’s, om maar wat te noemen).
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie