Stel, je maakt als journalist foto’s van een demonstratie en de politie vraagt je om je beelden met ze te delen. Wat doe je dan? Niet iedereen zegt nee. Dat blijkt uit onderzoek, waaronder een enquête, van de Monitor Journalistiek en Inlichtingendiensten, een initiatief van enkele journalisten om de relatie tussen de inlichtingendiensten en de journalistiek in kaart te brengen.
Bijna 90 procent van de deelnemers zegt op de opleiding onvoldoende geleerd te hebben over veilig werken, risico’s verminderen en bronbescherming. Daardoor kunnen journalisten een doelwit zijn voor diensten die via hen aan informatie willen komen – met gevolgen voor de bronbescherming en integriteit van de journalistiek.
Dertien van de 145 in de enquête bevraagde journalisten (9 procent) zeggen benaderd te zijn door inlichtingendiensten of de politie, met het verzoek om informatie te delen.
Soms komt de inlichtingendienst wel heel dicht op de huid van de journalist. ‘De AIVD bleek op de hoogte te zijn van zeer vertrouwelijke informatie op mijn redactie’, schrijft een onderzoeksjournalist. Een ander: ‘Na de moord op Pim Fortuyn waren er in Wageningen mensen die veel interesse hadden voor ons werk en graag wilden weten wie waarmee bezig waren.’
Weer een ander is gevolgd in het kader van een onderzoek naar strafrechtelijke overtredingen door de overheid. ‘Het kan ook door de politie zijn geweest, maar er zijn bijvoorbeeld beveiligingsbeelden opgevraagd van een ontmoeting met een bron in een hotel.’ Achter de politie kan de AIVD of MIVD schuilgaan. De eenheden van de Nationale Politie beschikken over Inlichtingendiensten (ID’s), de vooruitgeschoven posten, aldus de AIVD.
De ethische beroepscode van de NVJ stelt dat journalisten geen informatie mogen uitwisselen met geheime diensten. De vraag is of deze code bij iedereen bekend is. Op de redactie van een landelijke krant vertelt een journalist dat de AIVD graag verder wilde praten over een onderwerp waarover hij had gepubliceerd: een spionagezaak bij een Nederlands bedrijf.
Bron Villamedia https://www.villamedia.nl/artikel/inlichtingendiensten-en-politie-dicht-op-de-huid-van-de-journalistiek
Veiligheidsdiensten en het benaderen van onderzoeksjournalisten om informatie te delen zijn van alle tijd. Daar weet ik over mee te praten. Toen ik in Rotterdam net het vak van journalist beoefende werd ik benaderd door het lid A.S. van wat toen genoemd werd de politieke recherche in die stad- of ik informatie met die dienst wilde delen. Toen ik dat weigerde braken er een tijd lang voor mij moeilijke tijden aan. Zo was ik op een bijeenkomst van figuren die stevig gewapend geweld niet uit de weg gingen en S. was daar ook, hij zat naast mij, nogal opzichtig gekleed in een regenjas -je ziet ze ook in films zulke smerissen- het pistool nog net niet zichtbaar. Op een gegeven moment staat hij op en zegt luid: ‘Ik vertrek, Joop, ik krijg de informatie straks wel van jou.’ Niet lang daarna moest ik rennen voor mijn leven. Geen pretje, gelukkig was ik toen nog goed ter been.
Op de redacties van dagbladen waar ik werkte herkende ik ook journalistieke spionnen. Eentje zat in de ruimte waarin ik werkte en die luisterde mijn telefoongesprekken mee. De informatie gaf hij door aan een militaire inlichtingendienst. Toen ik hem ontmaskerde belde ik vanuit een andere ruimte mijn contacten. Een andere journalistieke spion van een ander dagblad verstrekte ik nep informatie die hij weer doorgaf aan zijn contacten bij inlichtingendiensten. Dat gaf verwarring, denk ik.
Toen ik het BD oprichtte kwam ik in aanraking met een journalistieke spion die ooit bij een landelijk dagblad werkte en nu als boeddhist voor het BD ging schrijven. Hij wist niet dat ik hem als spion herkende. Ik vermoed dat mijn collega onderzoeksjournalist Bambi en ik regelmatig afgeluisterd werden. Toen we via de telefoon spraken -het kon toen niet anders- over belastende documenten die in ons bezit waren, werden ’s nachts onze auto’s opengebroken. Gelukkig hadden we de dossiers mee naar huis genomen.
Als mijn bronnen belangrijke informatie wilden uitwisselen gebeurde dat altijd mondeling, op begraafplaatsen en zo. Lekker rustig en vreemd bezoek al van verre te herkennen.
Het leven van een onderzoeksjournalist is nooit saai.
Soms had ik als journalist op eigen initiatief contact met inlichtingendiensten. Dan moest ik bijvoorbeeld naar een hospitaal ergens ginder achter waar ik dan werd opgehaald en kreeg ik op een andere locatie informatie over bepaalde zaken. Of ik moest langs de weg staan om opgepikt te worden. Op de redactie wist niemand waar ik was, dat was soms wel benauwend. In die contacten had ik wel altijd het besef dat ik gemanipuleerd werd en informatie lang niet altijd kon verifiëren.
Decennia later ben ik vreemd genoeg nog waakzaam, als ik de woning verlaat en weer terugkeer let ik er altijd op of de rubberen mat voor de deur nog wel in dezelfde positie ligt. Flauwekul natuurlijk, want je ziet, hoort en merkt niet als een woning wordt doorzocht door geheime diensten. En mijn genealogisch onderzoek is alleen interessant voor mij.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.


Geef een reactie