De Eindhovense GGZ stopt psychotische mensen niet meer in de isoleercel, maar geeft ze een kop koffie met een worstenbroodje als ze verward worden binnengebracht.
Dat helpt. Minder mensen hoeven in de isoleercel. Ook elders wordt nagedacht oer humanere methodes om psychotische mensen rustig te krijgen, nadat de Tweede Kamer wat had gezegd van het grote aantal mensen dat in Nederland in de separeer belandt.
Het werd tijd. Soms is de isoleer onvermijdelijk, bijvoorbeeld in geval van agressie, maar in beginsel is het een barbaarse methode. Al in de Middeleeuwen was bekend dat je iedereen breekt met eenzame opsluiting. Dat heeft de Nederlandse psychiatrie goed onthouden. Dit land is in Europa zowat koploper mensen isoleren.
Goed dat aan deze schandvlek iets gedaan wordt.
Persoonlijk had ik ook best een worstenbroodje willen krijgen, toen ik december 2008 psychotisch bij de crisisdienst van de GGZ in Amsterdam belandde. In plaats daarvan vroeg de dienstdoende psychiater zich af of ik opgenomen moest worden. Daar praatte ik me panisch onderuit, door me zo coherent mogelijk te presenteren. Ze haalde haar leidinggevende al bij, die uiteindelijk concludeerde dat ik net niet gek genoeg was voor de gesloten afdeling.
Opgelucht ging ik naar huis. De volgende dag reed ik naar mijn opdrachtgever met 6 tranquillizers en een antipsychoticum in mijn mik. Niet helemaal verantwoord inderdaad, om met al die sederende tabletten in een auto te stappen. Maar zoals gezegd: ik was het spoor bijster en hoorde diverse stemmen in mijn hoofd.
Aangekomen op mijn werk moest ik van de stemmen in m’n kop al mijn slechte eigenschappen opschrijven. Het werd een lange lijst, die ik helaas heb weggegooid, want volgens mij was de opsomming behoorlijk waarheidsgetrouw en had ik er mijn voordeel mee kunnen doen.
Nu heb ik er spijt van dat ik destijds bij de crisisdienst de ernst van m’n psychotische klachten een beetje zat te downplayen. Ik had met de psychiater onder het genot van een worstenbroodje wel degelijk een opname moeten overwegen. Maar ik verdrong zoveel mogelijk dat er, aldus mijn GGZ-dossier, sprake was van „beginnende psychotische decompensatie”. Ik wilde zoveel mogelijk doorgaan met mijn leven en verdringen dat er aan de psychose een bipolaire stoornis ten grondslag lag.
Met die tactiek van verdringing bewees ik mezelf geen dienst. Ik deed zoveel mogelijk mijn best om net te doen alsof er niets aan de hand was, om mijn werk en huwelijk te redden. Vergeefse exercitie. Niet veel later was ik beide kwijt, ook door mijn poging tot stoerheid, in combinatie met een vlucht in de alcohol.
Ik begrijp wel waarom ik destijds zo panisch was om ruchtbaarheid te geven aan mijn geestelijke ontregeling. Ik voorzag massieve hoeveelheden stigmatisering en framing. Niet helemaal ten onrecht, want diverse mensen behandelen je acuut als een ontoerekeningsvatbare debiel als ze horen dat je een GGZ-diagnose hebt. Dat gaat tot op de dag van vandaag door. Deze gang van zaken sloeg blijvende gaten in mijn sociale netwerk. Leemtes die gelukkig zijn opgevuld door mensen die me niet afrekenen op mijn geestelijke ontremming in het verleden en met mij verheugd constateren dat ik al meer dan 4 jaar stabiel ben.
Het is interessant te merken hoe bepaalde mensen fanatieke pogingen blijven doen me op te hangen aan de stoornis. Als ik een paar weken energiek en vrolijk ben, suggereren ze dat ik manisch ben, hoewel ik sinds 2007 geen manische verschijnselen meer heb gehad. Wel hypomane, dus mild-manisch, maar dat is zoals bekend in de basis ongevaarlijk en prettig als je het niet verder laat escaleren.
Of, wat hulpverleners deden, ze verspreidden het verhaal dat ik psychotische verschijnselen had toen ik hulp inriep omdat ik een goed half jaar geleden werd belaagd door een paar mensen.
Het is onthullend hoe defaitistisch sommigen naar je kijken, onder het motto: het gaat vast weer mis met hem. Of: het is weer mis. Vervolgens kun je praten als Brugman om het tegendeel te bewijzen, maar geloven doen ze het niet.
Ze zeggen wel eens dat mensen die een psychose hebben gehad vaak blijvend achterdochtig zijn, wat niet helemaal onjuist is, maar `’normale” mensen weten ook periodiek raad met paranoia. Het valt me sowieso op dat mensen zonder GGZ-diagnose een stuk verknipter zijn dan zogenaamde gekkies zoals ik. Alleen zeg ik dat niet te vaak hardop. Van een GGZ-client wordt een bijna onbeperkt incasseringsvermogen verwacht; de „normalen” om hem heen, zeg maar de gewone en gezonde mensen, mogen zich ondertussen vrijwel alles veroorloven rond stigmatisering en framing.
Als je daar wat van zegt, volgt een langdurig beledigd stilzwijgen. Dan ben je een ondankbare nestbevuiler.
Het kalmerende worstenbroodje voor psychotische mensen is een begin, maar er valt nog veel veldwerk te verrichten rond de maatschappelijke acceptatie van mensen met een psychiatrische diagnose.
Verbeter de wereld en begin bij jezelf. Daarom ben ik een eenpersoonscampagne begonnen tegen stigmatisering en framing. Door uitsluitend nog om te gaan en te communiceren met mensen die daar niet aan meedoen. De rest heb ik op een zijspoor gezet, zoals diverse mensen mij naar een denkbeeldige vuilnishoop hebben gebracht.
Ik ben me dus gaan bedienen van de methodes van mijn tegenstanders, onder het motto: if you can’t beat them, join them.
Liever zou ik ze een worstenboordje geven.


Geef een reactie